Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
12.2.2.2.ii.13.b onscheidbaar
Verder lezen
In dezelfde betekenis als de scheidbare komen ook onscheidbare werkwoorden voor. We noemen hier misbruiken, misdoen, mishandelen, misleiden, mismaken, misstaan, misvormen, (zich) misdragen, (zich) misrekenen, met de betekenis 'verkeerd, niet goed + werkwoord' en misgunnen, miskennen, mislukken, respectievelijk met de betekenis 'niet gunnen/erkennen/lukken'. De klemtoon ligt in deze gevallen op het werkwoordelijke tweede lid. Het procédé is niet productief, behalve in regionaal taalgebruik (met name in België voorkomend), vooral ter vorming van wederkerende werkwoorden (vergelijk met vormingen met het voorvoegsel ver- (zie 12.2.1.3.7.a)). Voorbeelden zijn:
misgeven, misleggen, misschatten, mispeuteren;
(zich) miskopen, (zich) mislopen, (zich) mispakken, (zich) misrijden, (zich) misschrijven, (zich) misspreken.
In een aantal gevallen is vrijwel alleen het voltooid deelwoord van het onscheidbaar werkwoord gebruikelijk, bijv.:
1De koe heeft miskalfd.regionaal
1Heb ik iets miszegd?
1De boom is misgroeid.regionaal
1Ze hebben misdrukt/misbouwd.regionaal
Soms is er sprake van adjectieven, bijv.: mismaakt, misplaatst, misdeeld.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links