Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
12.2.2.1 Inleiding: scheidbaar en onscheidbaar samengesteld werkwoord
Verder lezen
Nieuwe werkwoorden kunnen gevormd worden door het samenvoegen van een bestaand werkwoord en een woord van een andere soort. De belangrijkste procédés zijn die waarbij het tweede lid een werkwoord is en het eerste lid een bijwoord [12.2.2.2], een adjectief [12.2.2.3] of (in mindere mate) een substantief [12.2.2.4]. Een bijzondere categorie is de combinatie van een werkwoordsstam met een ander werkwoord [12.2.2.5].
Samengestelde werkwoorden vallen in twee groepen uiteen: scheidbare (bijv. vollopen, doorbrengen, goedkeuren) en onscheidbare (bijv. volharden, doorstaan, beeldhouwen). Daarbij moet opgemerkt worden dat de benaming scheidbaar samengesteld werkwoord weliswaar gangbaar is, maar op zichzelf een contradictio in terminis vormt: het kenmerk van een samenstelling is nu juist dat ze niet scheidbaar is. De benaming samenkoppeling is voor dit type werkwoorden dan ook beter dan samenstelling. Niettemin wordt bij de hier volgende behandeling niet steeds van samenkoppeling gesproken (vergelijk voor een ander gebruik van deze term ook [12.3.2.8/iii]), maar van scheidbare en onscheidbare werkwoorden. Het verschil tussen beide komt onder meer tot uiting in een ander syntactisch gedrag (zie [a] t/m [d] hieronder), een andere vorming van het voltooid deelwoord (zie [e]) en meestal een andere beklemtoning, samenhangend met een andere betekenis (zie [f]).
  1. In zinnen met voor-pv bezet een onscheidbaar werkwoord dat als persoonsvorm gebruikt wordt, steeds als één geheel de plaats van de eerste pool (in de voorbeelden 1 en 2 hieronder net als in het hoofdstuk over de woordvolgorde aangegeven door middel van verticale streepjes [21.1.1.2/1]); is een scheidbaar werkwoord als persoonsvorm gebruikt, dan staat alleen het werkwoordelijke tweede lid in de eerste pool en staat het eerste lid verderop in de zin (zie voor de precieze plaatsingsmogelijkheden van dit eerste lid [21.5.2.2] [21.6.2.2]); vergelijk bijv. met elkaar:
    1aHij volhardt in de boosheid.
    bHij hardt in de boosheid vol.uitgesloten
    2aDe emmer volloopt langzaam.uitgesloten
    bDe emmer loopt langzaam vol.
  2. In combinatie met bepaalde werkwoorden die als aanvulling een infinitief met te vereisen [18.5.4], komt het woordje te meestal vóór de hele samenstelling als de infinitief een onscheidbaar werkwoord is; is de infinitief een scheidbaar werkwoord, dan staat te verplicht tussen de twee leden van het werkwoord in; vergelijk:
    3aMijn neef schijnt te beeldhouwen.
    bMijn neef schijnt beeld te houwen.twijfelachtig
    4aZoiets hoor je niet te goedkeuren.uitgesloten
    bZoiets hoor je niet goed te keuren.
  3. Ook in combinatie met andere groepsvormende werkwoorden blijft een onscheidbaar werkwoord één geheel vormen. Het eerste lid van een scheidbaar werkwoord kan daarentegen van het tweede lid gescheiden worden door één of meer groepsvormende werkwoorden. Vergelijk met elkaar:
    5aHet schijnt dat je daar veel beproevingen zult moeten doorstaan.
    bHet schijnt dat je daar veel beproevingen door zult moeten staan.uitgesloten
    6aZe zegt dat ze er geen dag langer meer zou kunnen doorbrengen.
    bZe zegt dat ze er geen dag langer meer door zou kunnen brengen.
    Zie voor meer voorbeelden [21.6.2.2].
  4. Ook wanneer een ontkenning in de zin gebruikt wordt, zijn er verschillen tussen scheidbare en onscheidbare werkwoorden waarneembaar. Bij een scheidbaar werkwoord als ademhalen kan niet als ontkenning gebruikt worden, terwijl bij een normaal lijdend voorwerp geen gebruikt moet worden. Vergelijk bijv. met elkaar:
    7aHij kan niet ademhalen.
    bHij kan geen adem halen.
    8aHij kan niet adem krijgen.uitgesloten
    bHij kan geen adem krijgen.
  5. Een morfologisch verschil tussen scheidbare en onscheidbare werkwoorden doet zich voor ten aanzien van de vorming van het voltooid deelwoord (bijv. óndergegaan/ ondergáán, góedgekeurd/, gedóódverfd, pláátsgevonden/ gestófzuigd) [2.3.2.7].
  6. Bij werkwoorden die samengesteld zijn uit een bijwoord en een werkwoord, is er bovendien een samenhang met de accentuering. Het werkwoord is altijd scheidbaar als het bijwoord de klemtoon krijgt. Krijgt daarentegen het werkwoordelijk lid het woordaccent, dan is de samenstelling onscheidbaar. Naargelang het accent op het ene of op het andere lid ligt, heeft het werkwoord een andere betekenis. Voorbeelden hiervan zijn de paren:
    • dóórzoeken (scheidbaar) - doorzóeken (onscheidbaar), bijv.:
      9Ik zoek wel door. ('verder zoeken')
      10De recherche doorzoekt de bank. (overgankelijk; 'zoeken door... heen')
    • óndergaan (scheidbaar) - ondergáán (onscheidbaar), bijv.:
      11De zon gaat dadelijk onder. ('achter de horizon verdwijnen')
      12Morgen ondergaat hij een zware operatie. ('onderworpen worden aan')
    • vóórspellen (scheidbaar) - voorspéllen (onscheidbaar), bijv.:
      13Ik spel het je wel even voor. ('laten zien hoe iets gespeld moet worden')
      14Hij voorspelt de toekomst. (' profeteren')
      Bij de andere types samenstellingen is de systematische samenhang tussen accent en scheidbaarheid niet aanwezig. Op een paar uitzonderingen na hebben ze allemaal de klemtoon op het eerste lid. Vergelijk echter:
    • vóldoen (scheidbaar) - voldóen (onscheidbaar), bijv.:
      15Doe de tank maar vol. ('zorgen dat iets vol is')
      16Ik voldoe m'n schuld in maandelijkse termijnen. (' betalen')
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links