Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
12.2.1.3.7.c Met een adjectief als grondwoord
Verder lezen
Door middel van ver- kunnen van adjectieven overgankelijke en onovergankelijke werkwoorden afgeleid worden met respectievelijk de betekenis '(in nog grotere mate) maken of worden wat het adjectief noemt'. Zo kan verharden zowel de betekenis 'hard(er) worden' krijgen, bijv. in verharde sneeuw of in de zin:
1Cement verhardt ook onder water.
als de causatieve betekenis 'hard(er) maken', bijv. in een weg verharden of in de zin:
2Ze hebben hun standpunt verhard.
Niet alle afleidingen volgens dit productieve procédé zijn evenwel in de beide betekenissen gebruikelijk. Met name de eerste betekenis is minder algemeen. Werkwoorden als verkleinen en vergroten zijn alleen als overgankelijk werkwoord in gebruik ('kleiner respectievelijk groter maken'). In de eerste betekenis wordt in dergelijke gevallen een omschrijving gebruikt, bijv. in plaats van verkleinen:
3Bij fel licht worden de pupillen kleiner.
Toch kunnen bij dit alles streekgebonden verschillen optreden. Een zin als 4, waarin het werkwoord de betekenis 'aankomen, dikker worden' heeft (gezegd van personen) is alleen in regionaal taalgebruik (met name in Belgisch Nederlands) gangbaar:
4Ik ben de laatste jaren verdikt.regionaal
Voorbeelden van volgens dit procédé gevormde werkwoorden zijn voorts:
veraangenamen, verarmen, verburgerlijken, verdubbelen, vergelen, vermooien, versimpelen, vervlaamsen, vervroegen, verzwaren.
Een voorbeeld met de betekenis 'adjectief + worden', waarin het grondwoord een geografisch adjectief is, is een werkwoord als vergrieksen in de zin:
5Ze hebben hun standpunt verhard.
In een aantal gevallen dient een vergrotende trap als grondwoord: en het overdrachtelijke verwijderen (vergelijk met verwijden).
Opmerking
Verdieping
Opmerking
In een aantal gevallen kan van een adjectief een nieuw werkwoord gevormd worden met behulp van het voorvoegsel ver-, maar ook zonder voorvoegsel(zie 12.2.1.2.2). Zo komt naast het werkwoord verzouten ook het werkwoord zouten voor. Met betrekking tot de relatie tussen beide vormen zijn er drie mogelijkheden:
  1. De vorm met ver- is de gewone vorm, de vorm zonder ver- behoort tot archaïsch taalgebruik, bijv. verblinden tegenover blinden, of tot de vaktaal, bijv. verruwen tegenover ruwen.
  2. De vorm met ver- heeft een pejoratief betekeniselement, de vorm zonder voorvoegsel niet, bijv. verzouten ('te zout maken, bederven'), zoals in ia tegenover zouten zoals in ib:
    3aJe hebt de soep verzout.
    bWil je het vlees nog even zouten?
  3. De beide vormen verschillen op een niet-systematische manier; de verhouding tussen beide vormen is van paar tot paar anders. Voorbeelden zijn:
    • verbeteren (= 'beter maken'), zoals in iia, tegenover beteren (= 'beter maken', 'beter worden'), zoals in iib en iic:
      4aWe kunnen het rendement verbeteren door de omzet te verhogen.
      bHij is weliswaar nog ziek, maar hij betert.
      cHij beloofde zijn leven te beteren.
    • verbleken (= 'bleek worden'), bijv. in iiia, tegenover bleken (= 'bleek worden/maken'), gezegd van wasgoed, bijv. iiib:
      5aZe verbleekte van schrik.
      bDe lakens liggen op het grasveld te bleken.
      Andere gevallen zijn verstijven/stijven, verstillen/stillen, vereffenen/effenen, verlossen/lossen.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links