Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
6.4.1.1.2 Medeklinkerverandering
Verder lezen
1
Bij het vormen van de verbogen varianten van de adjectieven moet vooral aandacht besteed worden aan de oppositie stemloos/stemhebbend bij de medeklinkerparen p - b, t - d, f - v en s - z. Deze oppositie is ook van belang is bij de woordvorming (bijv. grijs - grijzig) en bij de vorming van de vergrotende trap (bijv. grijs - grijzer. Het gaat om de zogenaamde finale verscherping(zie 1.1.3, sectie 2). Voor problemen die louter op spelling betrekking hebben, zoals de enkelvoudige of dubbele spelling van medeklinkers (bijv. dof - doffe) en van de klinkers a, e, o (bijv. dwaas - dwaze(r)) verwijzen we naar de Woordenlijst Nederlandse taal.
2
Als we van de verbogen vormen van de adjectieven uitgaan, kunnen we volstaan met deze ene regel: houden we bij weglating van de uitgang aan het eind van het woord b, d, v en z over, dan worden deze uitgesproken als p, t, f en s. De f en s worden als f en s geschreven, maar in het geval van gesproken p en t blijft men b respectievelijk d schrijven. Enkele voorbeelden zijn:
lieve (meisjes) - (een) lief (meisje) (gesproken én geschreven als f)
dwaze (verhalen) - (een) dwaas (verhaal) (gesproken én geschreven als s)
xenofobe (ideeën) - (een) xenofoob (idee) (gesproken als p maar geschreven als b)
dod e (musjes) - (een) dood (musje) (gesproken als t maar geschreven als d)
Gaan we van de (onverbogen) woordenboekvorm uit, dan geldt het volgende:
  1. p, b, t en d blijven behouden in de verbogen vorm; vergelijk met elkaar:
    diep - diepe, subcentreuroop - subcentreurope; anaëroob - anaërobe, hydrofoob - hydrofobe; gericht - gerichte, kordaat - kordate, heet - hete, groot - grote, fout - foute, kort - korte; gekleed - geklede, kwaad - kwade, breed - brede, rood - rode, oud - oude, hard - harde.
    Naast boud zijn echter zowel boude als boute mogelijk. Een uitzondering vormt bijdehand - bijdehante.
  2. voor s en f geldt:
    1. alle afleidingen op -s van geografische namen behouden die -s in de verbogen vorm (ook in de uitspraak), bijv.:
      Libanees - Libanese, Ambonees - Ambonese, Milanees - Milanese, Parijs - Parijse, Warschaus - Warschause, Moskous - Moskouse, Engels - Engelse, Naams - Naamse, Fries - Friese;
    2. van oorsprong vreemde adjectieven op -troof en -morf behouden de -f in de verbogen vorm (ook in de uitspraak), bijv.:
      heterotrof e, autotrof e, eutrof e, mesotrof e; amorf e, heteromorf e;
    3. voor de andere gevallen geldt:
      1. s en f worden respectievelijk z en v geschreven en gesproken na een lange klinker, oe, ie of ij, bijv.:
        • woorden op -s:
          dwaas - dwaze; boos - boze, naadloos - naadloze, eindeloos - eindeloze, broos - broze; vies - vieze; dubieus - dubieuze, officieus - officieuze, modieus - modieuze, poreus - poreuze; grijs - grijze, wijs - wijze, trapsgewijs - trapsgewijze.
          Na uu wordt in de verbogen vorm weliswaar s geschreven maar z gesproken, bijv.:
          diffuus - diffuse, confuus - confuse.
          Uitzonderingen op de regel zijn:
          farizees - farizeese, hees - hese, onderzees - onderzeese, overzees - overzeese; kies - kiese; heus - heuse; weergaas - weergase.
        • woorden op -f:
          gaaf - gave, braaf - brave, concaaf - concave; scheef - scheve; doof - dove; stroef - stroeve; lief - lieve, naïef - naïeve, intensief - intensieve, offensief - offensieve, progressief - progressieve, attributief - attributieve; stijf - stijve;
          Een uitzondering vormt:
          apocrief - apocriefe.
      2. s en f blijven in andere gevallen stemloos, bijv.:
        • woorden op -s:
          kras - krasse, ras - rasse; los - losse; fris - frisse, gewis - gewisse; kuis - kuise, struis - struise; kabeljauws - kabeljauwse; middeleeuws - middeleeuwse; speels - speelse, luidkeels - luidkeelse, hels - helse, duffels - duffelse, duivels - duivelse; loens - loense, lakens - lakense, gans - ganse, Zwingliaans - Zwingliaanse; inheems - inheemse, schelms - schelmse; dwars - dwarse, beurs - beurse, stuurs - stuurse, nors - norse, vers - verse; snaaks - snaakse; grootsteeds - grootsteedse; loops - loopse; goedlachs - goedlachse; trots - trotse;
        • woorden op -f:
          laf - laffe, maf - maffe; dof - doffe; klef - kleffe; muf - muffe, duf - duffe, suf - suffe.
        Uitzonderingen zijn:
        vuns - vunze, half - halve, grof - grove.
        Bij dit laatste adjectief kan tevens klinkerverandering optreden (een lange o in de verbogen vorm). In informele taal is echter ook mogelijk grof - groffe.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links