Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
6.3.2.1 Betekeniscategorieën
Verder lezen
Tot de subklasse van alleen attributief bruikbare adjectieven behoren de volgende relationele adjectieven:
  1. stofadjectieven, bijv.:
    de ijzeren kachel, plastic verpakkingen.
    In plaats van adjectieven zoals in 1a en 2a moet men omschrijvingen gebruiken zoals in 1b en 2b:
    1aDe kachel is ijzeren.uitgesloten
    bDe kachel is van ijzer/uit ijzer gemaakt.
    2aDe verpakkingen zijn plastic.uitgesloten
    bDe verpakkingen zijn van plastic.
  2. van eigennamen afgeleide adjectieven die de herkomst van iets uitdrukken, bijv.:
    Bulgaarse wijnen, een Japanse nachtegaal, de Rijnlandse waaier.
    Als dergelijke adjectieven echter de betekenis hebben 'als van/in -', dan kunnen ze ook predicatief gebruikt worden, bijv.:
    3Die manier van werken doet erg Amerikaans aan. (= 'als gebruikelijk in Amerika')
    4Zijn stijl is nogal Vondeliaans. (= 'als van, in de trant van Vondel')
    Die mogelijkheid bestaat ook als het adjectief de betekenis heeft 'tot een gebied behorend', zoals in:
    5Pruisen was al sedert de middeleeuwen Duits. (= 'behorend tot Duitsland')
    In de andere gevallen gebruikt men omschrijvingen, dus ook ter aanduiding van een nationaliteit. Niet gebruikelijk is dan ook:
    6aBen jij Nederlands?twijfelachtig
    bZijn ouders waren Pools.twijfelachtig
    Afgezien van omschrijvingen worden in plaats hiervan gewoonlijk substantieven gebruikt als:
    7aBen jij Nederlander/Nederlandse?
    bZijn ouders waren Polen.
    Afleidingen op -er van geografische namen zijn in alle gevallen alleen maar bijvoeglijk te gebruiken, bijv.:
    de Soester apothekers, het Asser proces.
  3. een aantal eigenschapswoorden die een typische eigenschap aangeven en omschreven kunnen worden met 'eigen aan' of 'behorend tot' (zie 6.2.1, categorie 1.3), bijv.:
    de vaderlandse bodem, de ouderlijke woning, de menselijke geest, de hoofdstedelijke vuilnisophaaldienst.
    In een andere betekenis is echter bijv. wel mogelijk:
    8Ze waren erg menselijk behandeld ('humaan').
  4. een aantal tijd, tijdsduur, plaats, richting of afstand aangevende adjectieven(zie 6.2.1, categorie 5), bijv.:
    de huidige premier, de vierdaagse werkweek, een voormalig parlementslid, het linkse huis.
    Frequentieaanduidingen op -lijks kunnen zowel bijvoeglijk als bijwoordelijk gebruikt worden, maar niet als naamwoordelijk deel van het gezegde. Voorbeelden:
    9Ze hebben recht op een maandelijkse uitkering.
    10Ons mededelingsbulletin verschijnt maandelijks.
    11Hij deed de wekelijkse was.
    12De redactie komt wekelijks bijeen.
    Vrijwel alleen als bijvoeglijke bepaling gebruikelijk, hoewel het gebruik als bijwoord in principe niet uitgesloten is, zijn bijv. halfjaarlijks of driejaarlijks zoals in:
    13U kunt desgewenst betalen in halfjaarlijkse termijnen.
    14Wie zou dit keer de driejaarlijkse staatsprijs voor letterkunde krijgen?
    (zie 12.4.2.3.2.b)
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links