Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
6.2.2.2 Absolute en relatieve adjectieven
Verder lezen
Absolute adjectieven noemen we die adjectieven waarvan de interpretatie niet afhankelijk is van enig criterium buiten de bepaalde zelfstandigheid. Een zekere eigenschap, enz. komt aan een bepaalde zelfstandigheid toe of niet. De interpretatie van relatieve adjectieven daarentegen is afhankelijk van al dan niet persoonlijke criteria die de taalgebruiker kan aanleggen. Het genoemde onderscheid is van belang omdat er een syntactisch (c.q. morfologisch) verschijnsel mee correspondeert. Relatieve adjectieven zijn namelijk afgezien van een aantal beperkingen [15.3.1.1] in principe op een of andere manier gradueerbaar door middel van afleiding en samenstelling, comparatie of toevoeging van een graadaanduidend bijwoord; voorbeelden hiervan zijn respectievelijk: hypermodern, reuzeleuk, steengoed, natter, grootst, vrij groot, erg blij. Absolute adjectieven kennen deze mogelijkheden niet. Gevallen als erg Fransuitgesloten, nogal metalenuitgesloten, vierkanteruitgesloten zijn dan ook uitgesloten, of alleen in bijzondere toepassingen gebruikelijk.
Tot de absolute adjectieven rekent men wel de adjectieven die een essentiële eigenschap aangeven zoals de vorm, de stof waaruit iets bestaat (maar niet de kleuraanduidingen), adjectieven die een 'typische' eigenschap aangeven, van eigennamen afgeleide adjectieven, de uitsluitend niet-bijvoeglijk bruikbare adjectieven, de meeste adjectieven die een algemene tijdsaanduiding enz. aangeven, alsmede de modale adjectieven [6.2.1]. Hierbij moet nog worden opgemerkt dat de betekenis van een aantal adjectieven zowel absoluut als relatief kan zijn, naargelang ze in letterlijke of afgeleide zin gebruikt worden. Vergelijk bijvoorbeeld gevallen als menselijk en dierlijk onder betekeniscategorie [1] [6.2.1]. Een ander voorbeeld is het adjectief vierkant, dat in strikt wiskundige zin absoluut te noemen is, maar in de betekenis 'lijkend op een vierkant' relatief. In het laatste geval kan men bijv. zeggen:
1Dit doosje is vierkanter dan dat daar.
Ook ten aanzien van adjectieven die van eigennamen afgeleid zijn, doet zich dit verschijnsel voor. In de betekenis 'als van/in -' (vergelijkend) zijn van geografische namen afgeleide adjectieven wel gradueerbaar, bijv.:
2Franser kan het niet.
3Het doet wel erg Amerikaans aan.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taalportaal
    Taaladvies
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links