Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
3.3.3 Mannelijke en vrouwelijke de-woorden
Verder lezen
1
Wat de verdeling van de de-woorden in mannelijke en vrouwelijke substantieven betreft, is er een duidelijk verschil tussen de twee delen van het Nederlandse taalgebied die we ruwweg kunnen aanduiden als de noordelijke en de zuidelijke helft. Verder bestaat er een niet onbelangrijk verschil tussen gesproken en geschreven taal. Bovendien zijn er generatieverschillen.
2
Alleen ten aanzien van de persoonsnamen bestaat er overeenstemming tussen alle taalgebruikers.
Namen van mannelijke personen (bijv. vader, koning, leraar) zijn mannelijke, namen van vrouwelijke personen (bijv. moeder, koningin, lerares) zijn vrouwelijke substantieven.
Een apart geval vormen persoonsnamen als deugniet, gids, leerling, persoon, baby, arts, dokter, minister, zelfstandig gebruikte adjectieven als arme, blinde, zieke en zelfstandig gebruikte deelwoorden als beklaagde, gewonde, verdachte. Dergelijke woorden kunnen zowel mannen als vrouwen aanduiden. Ze worden daarom gemeenslachtige (of gemeenkunnige of commune) substantieven genoemd. Deze substantieven worden als mannelijk, respectievelijk als vrouwelijk behandeld, naargelang van het geslacht van de aangeduide personen. Zo kunnen bijvoorbeeld naast elkaar gebruikt worden:
1aDe getuige mag binnenkomen; hij kan nu zijn verklaring afleggen.
bDe getuige mag binnenkomen; zij kan nu haar verklaring afleggen.
Zie hiervoor verder [5.1.2/1].
3
Ten aanzien van de diernamen is het gebruik in noord en zuid, zeker in gesproken taal, verschillend. In het noorden worden deze substantieven in het algemeen alleen als vrouwelijk behandeld als de spreker zich het geslacht van het dier duidelijk bewust is of dit om een of andere reden expliciet wil aangeven. Zo kunnen naast elkaar voorkomen:
2De poes is de hele dag in de weer met haar jongen.
3Zie je die koe?Hij staat net met zijn kop naar deze kant.
In het zuiden komen zowel mannelijke als vrouwelijke diernamen voor en de vrouwelijke worden als vrouwelijk behandeld, ook als het niet de bedoeling is het natuurlijk geslacht aan te geven, bijv.:
4Als je die muis niet kunt vangen, vreet ze vannacht het laatste stukje op.
4
Ten aanzien van de-woorden die geen personen of dieren aanduiden geldt het volgende.
In de gesproken taal worden deze woorden in het noorden vrij algemeen als mannelijk behandeld; in de geschreven taal worden in het noorden een aantal, met name formeel gekenmerkte, substantieven ook wel als vrouwelijk behandeld. Dat zijn hoofdzakelijk de woorden op -de /-te, -heid, -ij, -ing, -nis en -st, en bepaalde woorden van vreemde herkomst [3.3.2.2/i] (voorzover geen het-woorden), alsook de de-woorden op -schap [3.3.2.4/i1b]. In het zuidelijke deel van het taalgebied, waar de dialecten een driegenerasysteem hebben, worden ook in de gesproken taal een aantal van deze de-woorden, zelfs zonder dat de vorm daar aanleiding toe geeft, als vrouwelijk behandeld.
Voor meer bijzonderheden over de voornaamwoordelijke aanduiding: [5.1.2].
5
Het verschil in de behandeling van de-woorden als mannelijke of vrouwelijke substantieven dat tussen het noordelijk en zuidelijk gedeelte van het Nederlandse taalgebied bestaat, kan worden beschouwd als variatie binnen de standaardtaal. Van de volgende zinsparen - waarvan telkens het eerste tot het noordelijke, het tweede tot het zuidelijke taalgebruik behoort - kan dus niet één van beide als regionaal (in de zin van het in de ANS gehanteerde label) bestempeld worden:
5aAls de tafel in de weg staat, schuif 'm dan maar opzij.
bAls de tafel in de weg staat, schuif ze dan maar opzij.
6aWaar heb ik die pan gelaten? O ja, hij staat op de vensterbank.
bWaar heb ik die pan gelaten? O ja, ze staat op de vensterbank.
7aHoe vind je die peer? Ik vind 'm erg lekker.
bHoe vind je die peer? Ik vind ze erg lekker.
Wel regionaal is de tendentie, die in het noorden in afnemende mate voorkomt, om stofnamen in het algemeen als vrouwelijke substantieven te behandelen, ook als ze in de Woordenlijst en in de meeste zuidelijke dialecten mannelijk zijn. Voorbeelden:
8De turf wil niet branden: ze is te nat.regionaal
9Die wijn is te koud: ze moet eerst nog wat op temperatuur komen.regionaal
10Wat doe je met die vis: stoof je ze of bak je ze?regionaal
Overigens lijkt het zuidelijke driegenerasysteem te evolueren in de richting van het noordelijke tweegenerasysteem. Bij de vervanging van het dialect door de standaardtaal verdwijnt namelijk het 'genusgevoel', dat de basis vormt van het driegenerasysteem. Deze ontwikkeling is in het algemeen bij jongeren verder voortgeschreden dan bij ouderen.
6
Naast het in 1 t/m 5 beschreven verwijzingssysteem bestaan er in bepaalde gevallen andere manieren van verwijzen.
In plaats van de persoonlijke voornaamwoorden hij en zij/ze kan men vaak het aanwijzend voornaamwoord die gebruiken, dat naar mannelijke én vrouwelijke substantieven kan verwijzen. Bij twijfel omtrent het genus van een woord kan dit als vermijdingsstrategie dienen. Deze manier van verwijzen is echter niet altijd mogelijk(zie 5.6.3.3, sectie 1).
Naar verzamelnamen, die als woord enkelvoudige substantieven zijn maar meerdere personen of zaken aanduiden, kan dikwijls verwezen worden met meervoudige voornaamwoorden ((zie 5.1.2, sectie 1c) persoonlijke, aanwijzende en betrekkelijke voornaamwoorden; [5.5.4] bezittelijke voornaamwoorden). Ook deze manier van verwijzen kan dienen om een eventueel genusprobleem te ontwijken. Vooral meervoudige bezittelijke voornaamwoorden verdienen soms zelfs de voorkeur boven enkelvoudige [5.5.4].
Een ander verschijnsel dat zich bij verzamelnamen voordoet, is de tendentie, vooral in geschreven taal, om vrouwelijke enkelvoudige (vooral bezittelijke) voornaamwoorden te gebruiken voor alle substantieven zonder onderscheid (dus ook het -woorden en mannelijke de -woorden). Deze manier van verwijzen wordt nog niet algemeen als correct beschouwd(zie 5.5.4, Opmerking 1).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links