Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
29.5 Polaire uitdrukkingen en verplichte ontkenning
Sommige woorden, uitdrukkingen of constructies, negatief-polaire uitdrukkingen of negatief-polaire constructies genoemd, komen vooral voor in het bereik van een ontkenning. Hoe verhoudt dit idee 'negatieve context' zich tot het idee van 'verplichte ontkenning' in de titel? [aangepast]Voorbeelden zijn het modale hulpwerkwoord hoeven, de partikelcombinatie ook maar, en de werkwoordelijke uitdrukking kunnen uitstaan. De tegenhangers van deze voorbeelden zijn ongrammaticaal zonder negatie:
1aJe hoeft niet om drie uur te komen;
b*Je hoeft om drie uur te komen.uitgesloten
2aNiemand heeft ook maar iets gezien.
b*Iedereen heeft ook maar iets gezien.uitgesloten
3aWeet je wat ik niet kan uitstaan?
b*Weet je wat ik kan uitstaan?uitgesloten
Op het eerste gezicht is voor een grammaticaal optreden van negatief-polaire uitdrukkingen een negatie verplicht. Uit het vele onderzoek dat sinds ongeveer 1980 is verricht, is evenwel gebleken dat het niet alleen negatie is die het voorkomen van negatief-polaire uitdrukkingen mogelijk kan maken.
Het Nederlands heeft veel van dat soort uitdrukkingen, maar ze hebben niet allemaal precies dezelfde eigenschappen. Er bestaan ook positief-polaire uitdrukkingen.
Verder lezen
Negatief-polaire uitdrukkingen
We noemen een omgeving die het voorkomen van negatief-polaire uitdrukkingen mogelijk maakt een negatieve context.
De definitie van negatieve context c.q. negatieve omgeving is ingewikkeld. Er is een traditie die in alle omgevingen die negatief polaire uitdrukkingen mogelijk maken een al of niet zichtbare negatie postuleert. Deze aanpak is onhoudbaar in het licht van de verscheidenheid in gedrag die de verschillende soorten negatief-polaire uitdrukkingen vertonen. Een andere traditie probeert de omgevingen waarin negatief polaire uitdrukkingen mogelijk zijn, semantisch te karakteriseren; ook deze aanpak is niet compleet succesvol. Hoeksema (2013)  is een groot en groeiend overzicht van de vele soorten negatief-polaire uitdrukkingen die het Nederlands kent, en hun distributie.
Er bestaan vele verschillende soorten negatief-polaire uitdrukkingen, die dikwijls een verschillende distributie hebben. Zo voelt ook maar zich niet alleen thuis in een zin met niemand maar ook in een voorwaardelijke bijzin (4), kan kunnen uitstaan mogelijk gemaakt worden door bijwoorden zoals moeilijk (5), en is hoeven voor veel taalgebruikers acceptabel in een bijzin van vergelijking na een vergrotende trap (6):
Het werkwoord hoeven is de meest voorkomende en voor taallerende kinderen in Nederland de eerst verworven negatief polaire uitdrukking (Van der Wal (1996), Lin (2015)), maar voor veel taalgebruikers in Vlaanderen en Suriname is hoeven een woord dat ze pas later leren, en dat beperkt blijft tot het verzorgde taalgebruik.
Dit heeft directe gevolgen voor de taakverdeling met andere modale werkwoorden, met name met moeten. Voor veel taalgebruikers in Vlaanderen en Suriname kan ik moet dat niet doen zowel 'het is verkeerd of verboden dat ik dat doe' als 'ik ben niet verplicht dat te doen' uitdrukken, het Nederlands van het grootste deel van Nederland gebruikt voor de eerste betekenis ik moet dat niet doen, voor de tweede ik hoef dat niet te doen.
4Volgens zijn dochter zal haar vader overlijden als er ook maar iets verkeerd gaat.
5Ik kan het eigenlijk moeilijk uitstaan dat het mij op dit moment niet lukken wil.
6Vaak begrijpen we best wel wat de ander bedoelt, alleen nemen we dan meer verantwoordelijkheid voor het communicatieproces dan we hoeven te nemen.
Het Nederlands heeft honderden, zo niet duizenden negatief-polaire uitdrukkingen . Ze zijn niet beperkt tot één woordsoort, zo vinden we:Jammer dat de voorbeelden inclusief negatieachtige elementen pas later volgen. In een tabel veranderen, zoals die met de 'omgevingen' later? Of de voorbeelden direct geven bij de betreffende bullet? [gedaan][
  • werkwoorden zoals hoeven en talen (naar)
    Doorgaan is in Nederlands Nederlands negatief polair, maar wordt in België ook wel zonder ontkenning gebruikt, als in (ia). Dat gebruik wordt doorgaans beschouwd als niet behorende tot de standaardtaal. Wel algemeen is het gebruik van doorgaan zonder ontkenning in een nadrukkelijk bevestigende zin, zoals in (ib).
    iaDe vergadering gaat door op woensdag 14 september. in BN: -ST Dit gebruik komt geregeld voor in standaardtalige contexten in het Belgische Nederlands maar wordt doorgaans niet tot de standaardtaal gerekend, bv. door Taaladvies.net .
    bA: Ik hoorde van Jan dat de vergadering niet doorgaat.
    bB: Nee hoor, de vergadering gaat wèl door.
    7Je hoeft het niet op te eten als je het niet lust.
    8Ze taalde niet meer naar tabak.
  • werkwoordelijke uitdrukkingen 'werkwoordelijke uitdrukkingen' volhouden?
    • die op de een of andere manier een minimale hoeveelheid aanduiden: een vin verroeren, een oog dichtdoen een vinger/poot uitsteken, een duimbreed toegeven, een been/poot om op te staan hebben, een spier vertrekken, een mond opendoen, (een woord) (kunnen) uitbrengen
      9Als je een vin verroert ben je een kind des doods.
      10Ik heb vannacht geen oog dicht gedaan.
      11Hij heeft zijn hele leven geen hand/poot/vinger uitgestoken om zijn situatie wezenlijk te verbeteren.
      12Viswanathan Anand en Boris Gelfand gaven elkaar tijdens de tweekamp om de wereldtitel schaken geen duimbreed toe.
      13Zélfs als er problemen met de openbare orde dreigen, heb je nog geen poot om op te staan.
      14Hij keek ernaar zonder een spier te vertrekken/zonder dat hij een spier vertrok.
      15Drie uur lang had hij naar de grond gestaard en nauwelijks zijn mond opengedaan.
      16En al had ze het wel geweten, dan nog had ze geen woord kunnen uitbrengen.
    • met het modale hulpwerkwoord kunnen (doorgaans in zijn dynamische lezing, dus waar het 'het vermogen bezitten' betekent, zie ook 18.5.4.4.iii.a) verwijzen naar relevante ANS-paragraaf, of hier uitleggenof een vergelijkbare modale uitdrukkingeigenlijk allen 'iets te zoeken hebben'? nee: kunnen verkroppen, kunnen schelen, en kunnen uitstaan, iets te zoeken hebben, door de bomen het bos kunnen zien, ergens een speld tussen kunnen krijgen
      17Het is moeilijk om te verkroppen dat mensen haar postuum zo naar beneden halen.
      18Het kan mij niet schelen wat mensen van mij vinden.
      19Ze kan hem niet uitstaan/luchten.
      20Macron heeft hier niets te zoeken.
      21De vele beleidsplannen en veranderende regelgeving maken het er zeker niet makkelijker op. De boeren zien door de bomen het bos niet meer.
      22Wiskundig lijkt er geen speld tussen te krijgen. Maar taal is geen wiskunde.
    • andere: een been zien, graten zien in BN Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten in het Belgisch Nederlands en kan als deel van de standaardtaal worden beschouwd. , met tien paarden in NN Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten in het Nederlands Nederlands en kan als deel van de standaardtaal worden beschouwd. , twijfel lijden, kunnen uitblijven, uitgepraat raken
      23Jan ziet er geen been in om met de boot naar Engeland te gaan.
      24Die zien daar helemaal geen graten in.
      25Als jij eenmaal slaapt, ben je met geen tien paarden meer wakker te krijgen.
      26Dat hier Russen rondlopen lijdt geen twijfel.
      27De Jong had het gevoel dat die goal niet kon uitblijven.
      28Mijn vader raakte dagenlang niet uitgepraat over Max en zijn vader Jos.
  • bijwoord-achtige uitdrukkingen
    • met een onbepaalde betekenis zoals ook maar (iets) en zelfs maar (iemand), ooit en immer (archaïsch)
      29Heldhaftige boswachter redt wilde poema zonder ook maar een schram op te lopen.
      30Hoe kan je er zelfs maar aan denken?
      31Niemand heeft je ooit gezien, maar toch ben je van mij.
      32Hoe zou onze wereld eruit hebben gezien als de Europese Unie überhaupt nooit was opgericht?
    • meer in een van zijn gebruiksmogelijkheden, namelijk als de tegenhanger van nog
      33aIk wil geen koffie meer.
      b*Ik wil koffie meer.uitgesloten
      cIk wil nog koffie.
  • predicaten zoals voor de poes, een knip voor de neus waard en goed bij zijn hoofd
    34Ze is niet voor de poes.
    35Hij is geen knip voor de neus waard.
    36Ze zijn niet goed bij hun hoofd.
  • de balansschikking
    37aJe kunt je niet omkeren of ze breken de boel af.
    b*Je kunt je omkeren of ze breken de boel af.uitgesloten
  • de voegwoordelijke uitdrukkingen laat staan en laat staan dat
    38aHij kent niet eens Engels, laat staan Spaans
    b*Hij kent Engels, laat staan Spaansuitgesloten
    39Men wilde nog niet op de bijzonderheden van de ramp ingaan, laat staan dat men de namen van de slachtoffers al vrij wilde geven
  • de idiomatische uitdrukking bestaande uit des (oorspronkelijk de tweede naamvalsvorm mannelijk van het lidwoord de) met een zelfstandig naamwoord of een naam plus een s (de mannelijke tweedenaamvalsuitgang)
    40aDit is niet des Ballottelli's.  Dit is niet wat we van Ballottelli gewend zijn.
    bAgressie is niet des vrouws.  Agressie is hoort niet bij een vrouwZie ook Onze Taal 
De volgende omgevingen maken het voorkomen van (sommige) negatief polaire uitdrukkingen mogelijk (zie Hoeksema (2013)  voor een nog uitgebreider overzicht):
De negatief polaire uitdrukkingen vormen geen homogene verzameling. Niet alle negatief polaire uitdrukkingen kunnen dan ook in eenzelfde negatieve context voorkomen. Vergelijk:
iaNiet iedereen zal daarover een opstel hoeven te schrijven.
b*Niet iedereen zal daarover ook maar iets weten te zeggen.
iia*Geen enkel kind dat een opstel hoeft te schrijven, zal klagen.
bGeen enkel kind dat ook maar iets van literatuur weet, zal zakken.
iiiaHuizinga kan verlies moeilijk verkroppen.
b*Huizinga hoeft verlies moeilijk te dragen
De bovenstaande voorbeelden tonen aan dat men eigenlijk niet kan volstaan met een karakterisering van de klasse van negatief-polaire uitdrukkingen in haar geheel, maar daarbinnen verschillende deelklassen moet onderscheiden. Een dergelijke onderverdeling zou echter te ver voerenBiedt Hoeksema's lexicon nu zo'n onderverdeling? Daarover iets zeggen..
Omgeving Voorbeeld
het negatieve bijwoord niet je hoeft dat niet te doen, het is hier niet pluis
het negatieve lidwoord (of onbepaald voornaamwoord) geen ik hoef geen kaas, geen van de kinderen kan hem uitstaan
negatieve bijwoorden als nergens, nooit, amper, zelden en nauwelijks die man heeft nergens kaas van gegeten, ik heb haar nooit kunnen uitstaan, hij had amper zijn jas opgehangen of hij had al een klant, de scheidsrechter hoefde zelden in te grijpen, Instagram groeit nauwelijks meer.
negatieve voornaamwoorden als niemand, niets ik hoef aan niemand verantwoording af te leggen, het kan de organisatoren niets schelen
combinaties van negatieve bijwoorden met zelfstandignaamwoordgroepen Je hoeft niet alles te vertellen, Het niveau van de Nederlandse commentators ligt nochtans een stuk hoger, al kan ik lang niet iedereen uitstaan.
retorische vragen wie kan het nou wat schelen als ik thuisblijf?, ook indirecte retorische vragen als ze vroeg of het ook maar iemand kon schelen als ze thuisbleef
voorwaardelijke bijzinnen als je ook maar iets vindt, laat het ons weten
bijzinnen bij de comparatief en ingeleid door te + adjectief + om ze werkt harder dan zou hoeven, te lui om een vinger uit te steken
bijzinnen ingeleid door voor, voordat en eer voor je een woord hebt gezegd is je glas al weer vol, het duurde een uur voordat hij überhaupt uit zijn bed kwam
bijzinnen ingeleid door zolang, zodra en voorzover Zodra je een vin verroerde, was je erbij, zolang hij nog een been heeft om op te staan, zal hij niet opgeven, die mevrouw daar zal alles toelichten, voorzover ze er ook maar enigszins verstand van heeft, Schandalig toch, dat je zo lang moet wachten eer dat ding überhaupt een keer gaat rijden
bijvoeglijke bijzinnen bij universele en negatieve zelfstandignaamwoordgroepen iedereen die ook maar iets van taal weet, begrijpt dat, niemand die de moeite nam om me te helpen, wie er ook maar iets van zei werd verzocht de vergadering te verlaten, hoogstens drie leerlingen hebben ook maar iets op hun kerfstok, Bij alle andere tarieven zou men hoogstens drie zegels hoeven te plakken
bijzinnen met negatieve werkwoorden May weigert duimbreed toe te geven
wel dat wel geanalyseerd is als niet niet Ze blijft maar zeggen dat dit niet hoeft, maar het hoeft wel en uiteindelijk maakt ze haar keuze, Ja, ja, je kon hem vroeger wel uitstaan (Couperus, De stille kracht)
Positief-polaire uitdrukkingen
Naast negatief polaire uitdrukkingen bestaan er ook positief-polaire uitdrukkingen. Dit zijn uitdrukkingen die bij uitstek in positieve contexten voorkomen.
41aPieter woont nog in Amsterdam.
bHet krioelt hier van de mieren.
eerst voorbeelden geven en bespreken van positief-polaire uitdrukkingen die gewoon prima zijn, in een positieve omgeving. Zoals 'Pieter woont nog in Amsterdam'. In tegenstelling tot negatief-polaire uitdrukkingen kunnen positief-polaire uitdrukkingen niet goed in het bereik van een negatie-element voorkomen:
42a?Pieter woont niet nog in Amsterdam.
b?Het krioelt hier niet van de mieren.twijfelachtig
Verwarrend dat er eerst een voorbeeld met meer komt. En dat echo-effect is ook niet direct te bevatten voor me, ik zit eerst nog verdwaasd naar 'Pieter woont niet nog in Amsterdam' te kijken, waar ik weinig mee kan. Als ze zoals hierboven toch in een negatieve context gebruikt worden, ontstaat er een merkwaardig echo-effect. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat de betreffende zin eerder door iemand is uitgesproken zonder ontkenning:
43aA. Pieter woont nog in Amsterdam. B. Pieter woont niet nog in Amsterdam. (Hij heeft nooit in Amsterdam gewoond.)
bA. Het krioelt hier van de mieren. B. Het krioelt hier niet van de mieren. (Er is geen mier te zien.)
De negatie in de B-zinnen hierboven kan niet als gewone negatie worden geïnterpreteerd, maar alleen als radicale negatie: negatie waarin niet zozeer de waarheid van de zin wordt ontkend, maar de vooronderstellingen ervan.
De positief-polaire uitdrukking nog treedt normaal gesproken niet op in het bereik van een negatie-element. In een negatieve context gebruikt men in plaats daarvan het negatief-polaire woord meer:
iPieter woont niet meer in Amsterdam.
Andere voorbeelden van radicale negatie, die alleen een echo-interpretatie kunnen krijgen, zijn:
44Het is niet vrij belangrijk.echo-effect
45Het eten was niet allerverrukkelijkst.echo-effect
46Sinterklaas is niet al in het land.echo-effect
In de context van een dubbele negatie zijn positief polaire uitdrukkingen vaak weer wel acceptabel. Vergelijk onderstaande zinnen met die hierboven:
47Niet dat het niet vrij belangrijk was.
48Ik zeg niet dat het eten niet allerverrukkelijkst was.
49Niemand weet of Sinterklaas niet al in het land is.
Het echo-effect kan niet alleen teweeg gebracht worden door negatie. Dit kan ook door andere omgevingen waarvan we hierboven hebben laten zien dat ze het voorkomen van negatief-polaire uitdrukkingen mogelijk maken, zoals vragen, voorwaardelijke bijzinnen en voordat-zinnen:
50Krioelt het daar van de mieren?echo-effect
51Als het op die camping krioelt van de mieren dan zoek ik liever een andere.echo-effect
52Voordat het krioelt van de mieren moeten we weg zijn.echo-effect
Positief-polaire uitdrukkingen vormen net zo min een homogene klasse als hun negatief-polaire tegenhangers: ook hier behoren ze tot verschillende woordsoorten (nog is een bijwoord, allerverrukkelijkst is een bijvoeglijk naamwoord, krioelen van de mieren is een werkwoordelijke uitdrukking, enzovoort). Ook Nu niet consequent, over de homogeniteit: bij NPIs hierboven namelijk onderverdeeld in lopende tekst en noot (was oorspronkelijk extra), en hier alles in lopende tekst. Graag rechttrekken.de distributie van de verschillende positief-polaire uitdrukkingen loopt uiteen: hoewel nog een echo-lezing krijgt in combinatie met niet, doet het dat, anders dan krioelen van de mieren, niet in vragen, voorwaardelijke of temporele bijzinnen:
53Woont Pieter nog in Amsterdam?
54Studiefinanciering voor hbo en universiteit werkt anders als u nog onder het oude stelsel valt.
55Pas de verlichting aan voordat er nog meer slachtoffers vallen.
Andere vormen van verplichte ontkenning
Negatief-polaire uitdrukkingen staan verplicht in een negatieve context, zoals hierboven besproken. Er is daarnaast een aantal woorden en uitdrukkingen dat een statistische voorkeur lijkt te hebben voor (bepaalde) negatieve woorden en uitdrukkingen, zonder dat deze negatieve context verplicht is. Zo wordt het versterkend bijwoord helemaal veel vaker met negatieve woorden aangetroffen dan met positieve, en het bijwoord vooralsnog staat opvallend vaak voor niet of geen. Over de mechanismen die aan deze voorkeur ten grondslag liggen, is weinig bekend.
Hoe hangt dit stukje nu samen met NPIs en PPIs? Gaat het nu bijvoorbeeld om eens hieronder, en dat dat samen met niet en geen voorkomt? En waarom is het dan geen NPI? En is 'verplichte ontkenning' nu niet in tegenspraak met het genuanceerdere verhaal hierboven? En hoe verhoudt eens zich tot helemaal en vooralsnog? En kun je daar wat voorbeelden van geven?Een speciaal geval is daarnaast de vaste verbinding niet eens, die fungeert als een focuspartikel (zie 29.4.9.4.1). Het is een soort negatieve tegenhanger van zelfs (hetzelfde geldt voor de informele variant geeneens). Vergelijk:
56aZe hebben zelfs de boeken in de kast gezet.
bZe hebben niet eens de boeken in de kast gezet.
cZe hebben geeneens de boeken in de kast gezet. informeel Deze vorm wordt als informeel beschouwd.
De betekenis van het geheel niet eens (en geeneens) is niet een simpel product van de betekenissen van de samenstellende delen niet en eens. Eens heeft alleen deze betekenis en deze gebruiksmogelijkheden als het beklemtoond is en onmiddellijk na niet (respectievelijk geen) staat.
Literatuur
Seuren (1976), Zwarts (1981), Hoeksema (2005), Zwarts (1986), Zwarts (1995), Van der Wouden (1988), Van der Wouden (1997), Van der Wouden (1995), (Klooster 1984), (Klooster 1993), (Klooster 2001), (Hoeksema 1998), (Hoeksema 2013), (Sassen 1974-1975), (Sassen 1984-85), (Hogeweg 2009), (Welschen 1999), (Van der Heijden 1999), (Malepaard 2007), (Hoeksema 2012)(Rullmann and Hoeksema 1997), (Paardekooper 1979), (Jespersen 1917)(Klooster 1978), (Verhagen 1994), Verhagen en Foolen (2003) , (Hoeksema 1994), (Hoeksema 2018), (Smessaert 1999), (Hoeksema 2005), (Van der Wouden 1998)
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 T. van der Wouden januari 2021
    Interessante links