Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
17.2.2.1 Maatbepalingen
Bijwoordelijke constituenten kunnen als maatbepaling binnen een adpositieconstituent optreden, zoals in de voorzetselconstituenten met locatieve voorzetsels in (1). Deze bepalingen specificeren de afstand tussen een locatie en het referentieobject: een korte afstand, zoals vlak, direct, dicht, net en pal, of een grote afstand, zoals hoog, diep en ver.
1aDe winkel van Neyman ligt vlak bij het casino van Oostende.
bJe kunt je auto direct naast het winkelcentrum kwijt.
cHoog boven mij zingt een leeuwerik.
dHet lek zat diep onder het betonnen wegdek.
eIran heeft slechts één dierenasiel, ver buiten Teheran.
Ook bij de temporeel gebruikte voorzetsels voor en na vinden we dit soort voorbepalingen:
2aDe Fin … verliet het circuit lang voor het einde van de race.
bKort na rust keerde de hoop terug bij de thuisclub.
cHet schilderij werd net voor de Tweede Wereldoorlog door het museum verworven.
dVlak na dat curieuze moment verdubbelde Real Madrid de voorsprong.
We vinden deze maatbepalingen ook bij sommige directionele voorzetsels en bij andere typen adpositieconstituenten. Die worden hieronder besproken.
Verder lezen
Maatbepalingen bij directionele voorzetsels
Soms fungeren bijwoordelijke constituenten ook als maatbepalingen bij directionele voorzetsels, zoals in (3) en (4) hieronder:
3aHet propellervliegtuigje scheerde vlak langs de berg.
bNa een minuut stilte … vlogen vier vliegtuigen in formatie vlak over het stadion.
4aHet ongeval gebeurde net voorbij een bocht.
bDe kantoren zullen vlak over de grens worden gevestigd.
Waar locatieve voorzetsels, zoals in (1), puur een plaats uitdrukken, is er bij directionele voorzetsels altijd de notie van een pad. In (3) drukken de voorzetselconstituenten met langs en over het pad uit waarlangs de vliegtuigen zich bewegen; de maatbepaling vlak specificeert hierbij dat het pad zich dicht bij het referentieobject (de berg en het stadion) bevindt; het geeft de afstand aan tussen het pad en referentieobject.
In (4) roepen de voorzetselconstituenten met voorbij en over ook het idee van een pad op, maar worden ze gebruikt als plaatsbepalingen. Het ongeval vond plaats, en de kantoren bevinden zich, op een locatie aan het einde van het pad dat de voorzetselconstituent uitdrukt. De maatbepalingen net en vlak geven aan dat dat pad maar heel kort is.
Maatbepalingen bij andere typen adpositieconstituenten
Achterzetselconstituenten met in en op kunnen voorafgegaan worden door de bepalingen diep, ver en hoog, zoals in (5), en hun vergrotende trap, zoals in (6):
5aDe toekan brengt ze diep het bos in.
bDe krabben liepen namelijk veel te ver het land op.
cZijn armen gingen hoog de lucht in.
6a’s Avonds gaan ze dieper het bos in.
bWe … lopen dan over een breed pad verder de gletsjer op.
cJe moet hoger de lucht in, daar is de wind meer constant.
Ook vinden we deze bijwoordelijke maatbepalingen in omzetselconstituenten, zoals in (7), in partikelconstituenten, zoals in (8), en in adpositieconstituenten met een voornaamwoordelijk bijwoord als complement, zoals in (9):
7aEen indrukwekkende rotswand torent hoog boven het dorp uit.
bLeg de gevulde dadels dicht tegen elkaar aan op een plat schaaltje.
c[O]ok haar bankrekening is ver over haar hoogtepunt heen.
8a[Ze] moeten … hard terugslaan, zelfs al gaat die bal ver buiten.
bDe Antwerpse libero mikte echter hoog over.
9aVlak erachter is een oud Chinees huis met … rode raamkozijnen.
bDat geeft toch de indruk dat die vis heel ver hiervandaan is gevangen.
cKort daarna volgden twee naschokken.
De voorbeelden hieronder laten zien dat ook de volgorde voorkomt waarin het complement voorafgaat aan de maatbepaling: in het geval van een achterzetselconstituent in (10) en een adpositieconstituent met een voornaamwoordelijk bijwoord als complement in (11).
10aWij gaan het bos verder in om hout te kappen.Internet, geraadpleegd 16 april 2019 
11aToeristen brengen een zonnige middag liever door … op de Tafelberg die er vlak achter ligt.
b De arme zuidelijke wijken van Beiroet … liggen hier heel ver vandaan.
Midden en halverwege
Verdieping
Midden en halverwege
Midden en halverwege worden ook wel tot de bijwoorden gerekend. Ook zij kunnen fungeren als voorbepaling bij een locatief voorzetsel; net als de maatbepalingen hierboven roepen ze dan het idee van een afstand op. In (ia), bijvoorbeeld, geeft in het dorp een plaats aan; de voorbepaling midden specificeert daarbinnen nog weer een preciezere locatie, namelijk waar de afstand tot de grenzen van het dorp ongeveer even groot is.
iaHet gebouw stond midden in het dorp.
bMidden in de nacht werd hij wakker.
cJacobs’ bibliotheek staat midden tussen de hoge kantoren.
dNoordhoek ligt halverwege tussen Kaapstad en Cape Point.
Een alternatieve analyse van midden en halverwege is dat het voorzetsels zijn. De woordgroepen midden volgend jaar en halverwege de tuin in (ii), bijvoorbeeld, hebben veel weg van voorzetselconstituenten. Midden en halverwege gaan daarin vooraf aan een nominale constituent waarmee ze zelf ook een constituent vormen: ze staan samen op de eerste zinsplaats. En ze drukken een temporele, in het geval van midden volgend jaar, en een ruimtelijke relatie uit, in het geval van halverwege de tuin. In dat geval zouden ze beter besproken kunnen worden in subparagraaf 17.2.3, over het gebruik van adpositieconstituenten als voorbepaling, zoals onder in onder aan de helikopter.
iiaMidden volgend jaar moeten alle voorbereidende en technische studies afgerond zijn.
bHalverwege de tuin bevindt zich een groot zwembad.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 M. Beliën januari 2021
    Interessante links