Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
12.3.1.4.iii.1 De achtervoegsels -aar (-enaar), -er en -ster
Verder lezen
a
Het achtervoegsel heeft de vorm -aar na l, n, r voorafgegaan door een sjwa-lettergreep, in de overige gevallen is de vorm -er (voor het beperkt bruikbare -ster zie men onder b), bijv.:
smokkelaar; eigenaar, rekenaar; luisteraar;
aannemer, ploeger, stroper, tiener.
Een uitzondering vormen jodeler; dienaar (maar: diender), leraar, minnaar, (over)winnaar (maar: kostwinner), zondaar. Als het grondwoord eindigt op r voorafgegaan door een andere klinker dan sjwa, wordt vóór het achtervoegsel een d tussengevoegd, bijv.:
bestuurder, huurder, regeerder, woordvoerder.
De genoemde achtervoegsels dragen niet het woordaccent.
b
De achtervoegsels -aar en -er zijn productief na een werkwoordsstam. De betekenis van de afleiding is dan '(mannelijke) persoon die de door het werkwoord genoemde handeling verricht'. Dergelijke substantieven noemt men nomina agentis (enkelvoud: nomen agentis). Voorbeelden zijn:
bedelaar, brabbelaar, dobbelaar, handelaar, tekenaar, treuzelaar;
bakker, kapper, kraker, loper, rangeerder, renner, strijder.
In enkele gevallen is de betekenis passief: martelaar, gijzelaar('iemand die gemarteld/gegijzeld wordt'), hoewel het laatste woord ook wel door gegijzelde vervangen wordt.
Bij éénlettergrepige werkwoorden (en overeenkomstige afleidingen/samenstellingen) komt het achtervoegsel -er achter de infinitief: doener, ziener. Bij staan komt, met tussengevoegde d - zoals bij de hierboven genoemde grondwoorden op -r -, staander (evenzo is van verstaan afgeleid (een goed) verstaander), in samenstellende afleidingen ook -stander: bijstander, omstanders (vergelijk: buitenstaander). Bij gaan hebben we (alleen in samenstellende afleidingen; zie voor deze categorie [12.3.3])-ganger:
dubbelganger roerganger voetganger
. Bijzondere vormen zijn nog reiziger naast reizen, schilder naast schilderen en doe-het-zelver naast de combinatie doe-het-zelf.
Ook op basis van substantieven, telwoorden en adjectieven komen afleidingen op -er of -aar voor; in veel gevallen is de betekenis van dergelijke afleidingen moeilijk te systematiseren. De volgende mogelijkheden doen zich voor:
  • het grondwoord is een substantief;
    In plaats van -aar treedt -enaar op, tenzij het grondwoord al op -en eindigt, bijv.:
    bultenaar, kluizenaar, kunstenaar, leugenaar, molenaar, tollenaar.
    Woorden op -er zijn eilander, rolstoeler ('iemand die zich in een rolstoel voortbeweegt'), wetenschapper, zanger, deeltijder ('iemand die voor minder dan de volle arbeidstijd werkt'), dagloner, uurloner, en andere.
    Als grondwoord zijn initiaalwoorden (waarbij letters afzonderlijk worden uitgesproken) of letterwoorden (waarbij letters tot een lettergreep worden gecombineerd) zeer gebruikelijk, respectievelijk bijv.:
    abvv'er, aow'er, cvp'er, mo'er, ns'er, nsb'er, ptt'er, PvdA'er; Abop'er, havo'er, knil'er.
    Opmerking
    Verdieping
    Opmerking
    Het achtervoegsel -er na acroniemen is zo gewoon geworden, dat het ook tot zogenaamde overkarakterisering heeft geleid: van UHD dat de betekenis 'Universitair Hoofddocent' heeft, wordt veelal UHD'er gemaakt. Ook aio'er komt voor (van aio ' assistent in opleiding').
    Wel een systematische betekenis hebben afleidingen van geografische namen (vooral plaatsnamen): de afleiding betekent dan 'inwoner of bewoner van -; iemand die afkomstig is van -'. Mogelijk zijn in dit geval zowel -aar, -enaar als -er (de eerste twee komen hoofdzakelijk bij geografische namen uit Nederland en België voor, het achtervoegsel -er ook veelvuldig bij uitheemse namen), bijv.:
    Brusselaar, Monsteraar, Texelaar, Wemmelaar;
    Gentenaar, Hagenaar, Lierenaar, Parijzenaar, Staphorstenaar, Vuchtenaar, Waregemmenaar;
    Arnhemmer, Beiroeter, Bunniker, Edammer, Estlander, Gelderlander, Haspengouwer, Lissabonner, Oostenrijker, Rotterdammer, Zoetermeerder.
    Bij afleidingen door middel van -enaar van aardrijkskundige namen op -e (sjwa), valt die sjwa weg, bijv. Ede - Edenaar, Egypte - Egyptenaar, Knokke - Knokkenaar, Lisse - Lissenaar, Merelbeke - Merelbekenaar, Ronse - Ronsenaar, Zwolle - Zwollenaar.
    In gevallen als Antwerpenaar, Hobokenaar, Keulenaar of Leidenaar, afgeleid van een plaatsnaam op -en (sjwalettergreep), valt niet zonder meer uit te maken of de vorm van het achtervoegsel -aar dan wel -enaar (met weglating van de -en uit het grondwoord) is.
    Geografische namen op -en (met sjwa) waarvan de inwonersnaam met -er gevormd wordt, verliezen die -en, bijv. Groningen - Groninger, Henegouwen - Henegouwer, Molukken - Molukker. Iets dergelijks geldt voor namen op -ië, waarbij in de afleiding de sjwa wegvalt en het achtervoegsel -er daarvoor in de plaats komt, bijv. Armenië - Armeniër, Libië - Libiër, Polynesië - Polynesiër.
    Aangezien bij de hier besproken categorie afleidingen vaak vormveranderingen in de geografische naam optreden, er soms meer dan één afleidingsvorm voorkomt en bovendien tal van inwonersnamen op een andere wijze gevormd zijn, wordt de lezer ook verwezen naar de Lijst van aardrijkskundige namen en afleidingen daarvan 
    Deze lijst staat nog tijdelijk op de oude ANS-website.
    .
    Aparte vermelding verdient hier het achtervoegsel -ster bij aardrijkskundige namen dat regionaal (in de noordelijke provincies van Nederland) gebruikt wordt om (ook) mannelijke inwonersnamen te vormen: zo luiden inwonersnamen van Grouw , Hoogezand , Leek , Stadskanaal en Wildervank respectievelijk Grouwster, Hoogezandster, Leekster, Kanaalster en Wildervankster. Voor de daarbij horende adjectieven op -ster zie(12.4.2.3.3.c).
  • het grondwoord is een telwoord;
    Voorbeelden zijn tiener, veertiger, zestiger, met als betekenis 'iemand die tussen dertien en negentien, veertig en negenenveertig, enz. jaar oud is'.
    Met de Tachtigers, de Vijftigers worden generaties van dichters aangeduid uit de jaren tachtig, vijftig enz. van de 19de, respectievelijk 20ste eeuw. Als leeftijdsaanduiding zijn verder gebruikelijk (een) 60-plusser, (een) 65-plusser.
  • het grondwoord is een adjectief;
    Dit komt slechts incidenteel voor, bijv.
    eigenaar vrijwilliger
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links