20.6 Het voorzetselvoorwerp (voorzetselobject)
De schuingedrukte zinsdelen in (1) en (2) zijn voorbeelden van het
voorzetselvoorwerp
(voorzetselobject). Ze beginnen met een vast
voorzetsel, dat bepaald wordt door het gezegde: een werkwoordelijk
gezegde, zoals in (1), of een naamwoordelijk
gezegde, zoals in (2):
Het vaste voorzetsel in een voorzetselvoorwerp heeft maar weinig betekenis en is
meestal de enige mogelijkheid bij het gezegde. Daarin
verschilt het van voorzetsels in bijvoorbeeld bepalingen van plaats of tijd.
Daarin is het voorzetsel vaak wel te vervangen door een ander voorzetsel, met
een andere plaats- of tijdsaanduiding tot gevolg:
4Er stond een benzinepomp
voor/achter/naast/tegenover het
huis.bepaling van
plaats
5De werkzaamheden beginnen
voor/tijdens/in/na de
zomer.bepaling van
tijd
Het voorzetselvoorwerp kan een adpositieconstituent zijn, zoals in (1)-(3a), maar
ook een afhankelijke zin, zoals in (6) en (7). We spreken dan
van een voorzetselvoorwerpszin, schuingedrukt in deze
voorbeelden:
Een voorzetselvoorwerpszin kan altijd vooraf worden gegaan door een
voorlopig voorzetselvoorwerp, onderstreept in (6a) en
(7a). Dat bestaat uit er + het vaste
voorzetsel, zoals erover in (6a) en
er … naar in (7a). Dit
voorlopig voorzetselvoorwerp is niet altijd verplicht; het gebruik ervan verschilt per gezegde.
Het voorzetselvoorwerp als aparte categorie?
Verdieping
Het voorzetselvoorwerp als aparte categorie?
Het voorzetselvoorwerp heeft een aantal eigenschappen gemeen met sommige
verplichte bepalingen. Er is daarom discussie geweest onder taalkundigen
over de vraag of het voorzetselvoorwerp wel als een aparte categorie moet
worden beschouwd.
Zie bijvoorbeeld Duinhoven (1989) en Schermer-Vermeer (2020), en
de verwijzingen die daarin genoemd worden.
Een belangrijke reden waarom het moeilijk is het
voorzetselvoorwerp scherp af te grenzen is dat het om een erg jonge
categorie gaat.
Zie Van der Horst (2008), van der Horst en Van de Velde (2008) en
Pijpops (2019: 32-34).
De meeste taalkundigen zijn het er nu wel over eens dat we het
voorzetselvoorwerp als apart zinsdeel kunnen zien. Wel is er nog discussie over de vraag of een gezegde meer dan
een voorzetselvoorwerp kan hebben.Verder lezen
Verder lezen
In de paragrafen hierna behandelen we de belangrijkste eigenschappen van het voorzetselvoorwerp in meer detail. We bespreken
met welk
soort constituenten het voorzetselvoorwerp gebruikt wordt en geven een
overzicht van de gezegden die voorkomen met een voorzetselvoorwerp.
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Dirk Pijpops | januari 2026 | Een tussentijdse versie van deze paragraaf werd van commentaar voorzien door Maaike Beliën, Timothy Colleman, Frank Landsbergen en Freek Van de Velde. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit hoofdstuk berust bij de redacteur(en). |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | hoofdstuk 20,../../data/archief/ans2/e-ans/20/06/body.html; |
