Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
20.3 Het lijdend voorwerp (direct object)
De zinnen in (1)-(4) bevatten allemaal een lijdend voorwerp (direct object, schuingedrukt):
1De gemiddelde Nederlander eet elk jaar ruim vijf kilo chocola.
OpenSoNaR
2Welke trein zal ik nemen?
3Ze waarschuwden ons voor de gevolgen.
4De man vertelde dat hij drie dochters had.
Het lijdend voorwerp is een zinsdeel dat alleen in actieve zinnen voorkomt, bij werkwoorden die het idee van ten minste twee participanten oproepen. Het onderwerp drukt dan vaak de participant uit die de handeling uitvoert, het lijdend voorwerp de participant die de handeling ondergaat. Het werkwoord eten, bijvoorbeeld, beschrijft een activiteit waar een 'eter' voor nodig is en iets dat gegeten wordt. In (1) wordt degene die eet uitgedrukt door de gemiddelde Nederlander, het onderwerp, en dat wat gegeten wordt door ruim vijf kilo chocola, het lijdend voorwerp.
Het lijdend voorwerp komt alleen voor bij werkwoordelijke gezegden en is op een enkele uitzondering na steeds een nominale constituent, zoals ruim vijf kilo chocola, welke trein en ons in (1)-(3), of een afhankelijke zin, zoals dat hij drie dochters had in (4). Het lijdend voorwerp heeft een nauwere band met het gezegde dan de andere objecten.
Het lijdend voorwerp is op een aantal manieren te herkennen. Zo kan het een antwoord vormen op de vraag wie/wat [gezegde] + [onderwerp]?, zoals bij (4) hierboven:
5Wat vertelde de man? Dat hij drie dochters had.
Ook is het lijdend voorwerp van een actieve zin in de regel het onderwerp van de ermee corresponderende passieve zin. Zo kunnen we (3) herschrijven tot (6), waarbij het lijdend voorwerp ons uit (3) correspondeert met het onderwerp we in (6):
6We werden (door hen) gewaarschuwd voor de gevolgen.
Bovendien is het vaak mogelijk om op basis van een gezegde en een lijdend voorwerp een bepaald type nominalisatie te vormen, waarbij het lijdend voorwerp (zie 7a) correspondeert met wat er volgt op van in de nominalisatie (zie 7b):
7aReuzenotters eten voornamelijk vis.
CHN
bSteeds meer voedingsdeskundigen bevelen het eten van vis aan.
CHN
Verder lezen
In de paragrafen hierna behandelen we de belangrijkste eigenschappen van het lijdend voorwerp en hoe we die eigenschappen kunnen gebruiken om het te onderscheiden van andere zinsdelen. Daarnaast behandelen we de soorten constituenten die als lijdend voorwerp kunnen fungeren.
We bespreken ook de soorten werkwoorden die voorkomen met een lijdend voorwerp. Tot slot komen drie typen elementen aan de orde die we niet niet als lijdend voorwerp zien, maar als onderdeel van het gezegde. Voorbeelden zijn adem in ademhalen, zich in zich schamen en het in het warm hebben.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Dirk Pijpops januari 2026 Een tussentijdse versie van deze paragraaf werd van commentaar voorzien door Maaike Beliën, Timothy Colleman, Frank Landsbergen en Freek Van de Velde. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit hoofdstuk berust bij de redacteur(en).
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 hoofdstuk 20,../../data/archief/ans2/e-ans/20/03/body.html;
    Interessante links