20.3 Het lijdend voorwerp (direct object)
De zinnen in (1)-(4) bevatten allemaal een lijdend voorwerp
(direct object, schuingedrukt):
1De gemiddelde Nederlander
eet elk jaar ruim vijf kilo
chocola.
OpenSoNaR
2Welke
trein zal ik nemen?
3Ze waarschuwden
ons voor de
gevolgen.
4De man vertelde
dat hij drie dochters
had.
Het lijdend voorwerp is een zinsdeel dat alleen in actieve zinnen voorkomt, bij
werkwoorden die het idee van ten minste twee participanten oproepen. Het
onderwerp drukt dan vaak de participant uit die de handeling uitvoert, het
lijdend voorwerp de participant die de handeling ondergaat. Het werkwoord
eten, bijvoorbeeld,
beschrijft een activiteit waar een 'eter' voor nodig is en iets dat gegeten
wordt. In (1) wordt degene die eet uitgedrukt door de
gemiddelde Nederlander, het onderwerp, en dat wat
gegeten wordt door ruim vijf kilo
chocola, het lijdend voorwerp.
Het lijdend voorwerp komt alleen voor bij werkwoordelijke gezegden en is op een
enkele uitzondering na steeds een nominale
constituent, zoals ruim vijf kilo
chocola, welke
trein en
ons in (1)-(3), of een afhankelijke zin, zoals dat hij
drie dochters had in (4). Het lijdend voorwerp heeft
een nauwere band met het gezegde dan de andere
objecten.
Het lijdend voorwerp is op een aantal manieren te herkennen. Zo kan het een
antwoord vormen op de vraag wie/wat [gezegde] + [onderwerp]?, zoals bij
(4) hierboven:
5Wat vertelde de man?
Dat hij drie dochters
had.
Ook is het lijdend voorwerp van een actieve zin in de regel het onderwerp van de
ermee corresponderende passieve zin. Zo kunnen we (3) herschrijven tot (6),
waarbij het lijdend voorwerp ons uit
(3) correspondeert met het onderwerp
we in (6):
6We werden (door hen)
gewaarschuwd voor de gevolgen.
Bovendien is het vaak mogelijk om op basis van een gezegde en een lijdend voorwerp
een bepaald type nominalisatie te vormen, waarbij het lijdend voorwerp (zie
7a) correspondeert met wat er volgt op
van in de nominalisatie (zie
7b):
Verder lezen
In de paragrafen hierna behandelen we de belangrijkste eigenschappen van het lijdend voorwerp en hoe we die eigenschappen
kunnen gebruiken om het te onderscheiden van andere zinsdelen. Daarnaast
behandelen we de soorten constituenten die als lijdend voorwerp kunnen
fungeren.
We bespreken ook de soorten werkwoorden die voorkomen met een lijdend
voorwerp. Tot slot komen drie typen elementen aan de orde die we niet niet als
lijdend voorwerp zien, maar als onderdeel van het gezegde.
Voorbeelden zijn adem in
ademhalen,
zich in
zich schamen en
het in
het warm hebben.
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Dirk Pijpops | januari 2026 | Een tussentijdse versie van deze paragraaf werd van commentaar voorzien door Maaike Beliën, Timothy Colleman, Frank Landsbergen en Freek Van de Velde. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit hoofdstuk berust bij de redacteur(en). |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | hoofdstuk 20,../../data/archief/ans2/e-ans/20/03/body.html; |
