Klanken en woorden
Hieronder staan lesideeën over klanken, woorden en woordvorming. De onderwerpen in deze lesideeën zijn gebaseerd op de ANS-hoofdstukken over de klankleer, woordvorming en de samenvattingen daarvan (de klanken van het Nederlands en woordvorming). De ideeën verschillen in hun mate van uitwerking.
De volledige tekst van elke oefening is te kopiëren voor eigen gebruik met de knop 'Kopieer tekst naar klembord' en vervolgens te plakken met ctrl+v.
Lettergrepen
Verdeel de volgende woorden in lettergrepen:
- amper, rooster, Afrika, beste, obligaat
Bespreek hierbij de beperking op open lettergrepen en het maximale aanzetprincipe.
Achtergrond:
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Uitspraakregels (1)
Verklaar de verschillen in uitspraak tussen enkelvoud en meervoud in de volgende woordparen. Verklaar ook de bijbehorende spelling.
- bed - bedden
- duif - duiven
- huis - huizen
Bespreek hierbij de regel van finale verscherping en het beginsel van vormovereenkomst.
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Uitspraakregels (2)
Aan de hand van welke uitspraakregels van het Nederlands kun je de uitspraak van de volgende woorden verklaren:
uitspraakregels:
- progressieve assimilatie van stem, regressieve assimilatie van stem, hiaatvermijding, glijklankinvoeging
woorden:
- duel, afzuigen, pofbroek, piano, esdoorn, opzet, Chloë, afdraaien, afvallen, opvreten, opbergen
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Morfo-lexicale allomorfie
Met welke verschijnselen heb je te maken bij de volgende woordparen:
- glas - glazen
- hopte – tobde
- goede - goeie
- koning/koninkje - wandeling/wandelingetje
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Klemtoon
Plaats de primaire klemtoon in de volgende woorden:
- peuter, tapijt, banaal, merel, manie, cadans, anatomie, Afghanistan, olifant, Groningen
Achtergrond:
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Verbonden spraak
Bekijk deze videofragmenten, en zoek naar voorbeelden van voorbeelden van verbonden spraak. Kun je de gevonden voorbeelden linken aan de herkomst van de fragmenten?
Achtergrond:
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Variatie
Analyseer de uitspraak in deze videofragmenten. Welke typische uitspraakkenmerken hoor je?
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Nieuwe woorden
Hieronder vind je een lijst met nieuwe woorden van de afgelopen jaren. Wat zijn de twee opvallendste kenmerken van deze woorden?
- bodyscan
- groepsapp
- juicekanaal
- cosplay
- tijgermoeder
- uitzwaaiwedstrijd
- vleesschaamte
- jeukwoord
- havermelkelite
- laadpaalklever
Achtergrond:
Nieuwe woorden zijn in veruit de meeste gevallen substantief-substantiefsamenstellingen. Daarnaast vormen Engelse ontleningen veelal de bouwstenen voor nieuwe woorden. Een derde kenmerk om te bespreken is dat ze veelal nieuwe culturele en maatschappelijke fenomenen beschrijven. Dit laatste aspect heeft ook een sterke invloed op de levensduur van dergelijke woorden.
Eventueel kunnen studenten ook als oefening zelf nieuwe woorden verzamelen.
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Soorten woordvorming
Er zijn verschillende manieren om woorden te vormen. Geef van onderstaande woorden aan welk soort woordvormingsproces eraan ten grondslag ligt:
- bloggen
- voetballerij
- aandachttrekker
- ondergaan (2x)
- shoarmaburger
Achtergrond:
(1) conversie van z.nw. blog, (2) afleiding van het ww voetballen met het suffix -erij, (3) samenstellende afleiding van de woordgroep de aandacht trekken, (4) óndergaan is een samenkoppeling (scheidbaar samengesteld werkwoord) van het voorzetsel onder en gaan, ondergáán is een prefixwerkwoord, een afleiding met het prefix onder, (5) een samenstelling van shoarma en de splinter burger van hamburger.
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Voor- en achtervoegsels en hun betekenis
Omschrijf van onderstaande pre- en suffixen de betekenis:
- noordwaarts, huiswaarts, bergafwaarts
- gezeur, gedram, gekonkel
- uitzieken, uitblussen
- badderen, snotteren, klapperen, peuteren
Achtergrond:
(1) Zie Het achtervoegsel -waarts, (2) Het voorvoegsel -ge, (3) Samenkoppelingen met uit, 2e groep, (4) Het achtervoegsel -er. NB bij peuteren hoort geen basiswoord meer.
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Initiaal- en letterwoorden
Hieronder zie je verschillende afkortingen:
- boa, VARA, HEMA, havo
- vwo, ud, ku
Wat is het verschil tussen de twee groepen, en wat is er apart aan een woord als havo?
Achtergrond:
De eerste groep woorden noemen we letterwoorden of acroniemen. Het zijn afkortingen die uitspreekbaar zijn, omdat de interpretatie van hun letters als fonemen leidt tot fonologisch welgevormde woorden. De tweede groep woorden noemen we initiaalwoorden. Bij deze woorden vormen de letters geen welgevormde klankreeks, en wordt elke letter als een eigen lettergreep uitgesproken.
In havo worden de a en o als gespannen ('lang') uitgesproken omdat ze in een open lettergreep staan, terwijl dat niet het geval is in de woorden waarvoor ze staan (algemeen en onderwijs). Daarnaast is onderwijs onzijdig, maar spreken we over de havo.
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Verkleinwoorden
Het Nederlands kent verschillende vormen (allomorfen) van het verkleinwoordsuffix. Zoek de systematiek achter het gebruik van -kje, -etje en -pje aan de hand van de volgende woorden:
- winterkoninkje
- probleempje
- ringetje
- wandelingetje
- kettinkje
- bloemetje
- puddinkje
- oefeningetje
- boompje
- bommetje
- probleempje
- bloempje
Achtergrond:
(1) -kje na een onbeklemtoonde lettergreep eindigend op ing. (2) -etje bij woorden op ing als de laatste lettergreep wel beklemtoond is (ringetje), ook bij secundaire klemtoon (oefening, wandeling). (3) -pje komt na /m/ (boompje), maar niet als daar een ongespannen klinker voor staat, zoals de /o/ in bom. Interessant is dat zowel bloempje als bloemetje voorkomen, wellicht door hun betekenisverschil.
© Instituut voor de Nederlandse Taal
