Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google

Het lijdend voorwerp (direct object)

Het lijdend voorwerp (direct object) is het zinsdeel dat de handeling of de werking van het werkwoord ondergaat. Het onderwerp drukt dan uit wie of wat de handeling uitvoert. Het komt alleen voor in actieve (=niet-passieve) zinnen en begint nooit met een voorzetsel. Typische voorbeelden zijn:xDit is een samenvatting van ANS 20.3 Het lijdend voorwerp.

  • Heb je dat boek al gelezen?
  • We geven haar voor haar verjaardag een nieuwe fiets.
  • Ik heb je gewaarschuwd!
  • Ze zagen dat het nog wel enkele uren kon duren.

Zoals de laatste zin laat zien, kan het lijdend voorwerp ook een bijzin zijn. We sprekend dan van een lijdendvoorwerpszin.

Het gezegde bepaalt of een zin een lijdend voorwerp krijgt. In de voorbeelden hierboven gaat het om lezen, geven, waarschuwen en zien: je leest iets, geeft iets (aan iemand), waarschuwt iemand en ziet iets. We noemen werkwoorden die een lijdend voorwerp nemen transitieve of overgankelijke werkwoorden.

Bij het werkwoordelijk gezegde

Het lijdend voorwerp komt alleen voor bij het werkwoordelijk gezegde. Dit type gezegde duidt meestal een soort werking aan: geven, denken, raken, rennen, enzovoort. Bij een naamwoordelijk gezegde staat geen lijdend voorwerp, maar soms wel een oorzakelijk voorwerp, zoals in:

  • Dat schilderij is veel geld waard.
  • Ben je nu alweer je sleutels kwijt?

Geen voorzetsel

Een lijdend voorwerp begint nooit met een voorzetsel. Bij gezegden met een vast voorzetsel als denken aan of zoeken naar komt dus geen lijdend voorwerp voor, maar een voorzetselvoorwerp:

  • Denk je aan je tandartsafspraak?
  • Ze zocht overal naar haar paspoort.

Sommige werkwoorden kun je zowel met als zonder voorzetsel gebruiken, zoals kijken. Gebruiken we geen voorzetsel, dan is het voorwerp een lijdend voorwerp, gebruiken we wel een voorzetsel, dan spreken we van een voorzetselvoorwerp:

  • Heb je die nieuwe serie al gekeken? [lijdend voorwerp]
  • Heb je al naar die nieuwe serie gekeken? [voorzetselvoorwerp]

Niet-onderwerpsvorm

Als het lijdend voorwerp een persoonlijk voornaamwoord is, krijgt het de niet-onderwerpsvorm: mij/me, jou/je, hem, haar, enzovoort. Het lijdend voorwerp voor de derde persoon meervoud is in principe altijd hen (en niet hun), of ze:xMaar zie ook 5.2.5.2.3 en Taaladvies.net.

  • Zocht je mij?
  • Kom maar hier, we hebben je wel gezien!

Een lastige kwestie is de vraag wanneer je in dit soort gevallen hen of ze moet gebruiken:

  • hen kan alleen bij mensen:
    • Waar zijn Sam en Cloë? Ik zie hen!
  • ze kan bij mensen, dieren en dingen:
    • Waar zijn Sam en Cloë? Ik zie ze!
    • Waar zijn de katten? Ik zie ze!
    • Waar zijn mijn sleutels? Ik zie ze!
  • ze is informeler dan hen, en wordt vaker in gesproken taal gebruikt.

Herkennen van het lijdend voorwerp

Een manier om het lijdend voorwerp te herkennen is met de vraag wie/wat + gezegde + onderwerp:

  • De eigenaar vertelde de bezoekers een lang verhaal.
  • Wat vertelde de eigenaar? Een lang verhaal.

Ook wordt het lijdend voorwerp van een actieve zin het onderwerp in een passieve zin:

  • De voorbijgangers waarschuwden ons voor het onweer.
  • We werden gewaarschuwd voor het onweer (door de voorbijgangers).

Uitzonderingen

In de volgende zinnen lijkt er sprake van een lijdend voorwerp, maar is dit niet zo:

  • Wat speel jij mooi piano!
  • Ik schaam me dood!
  • Wat hebben we het goed, hè?

Piano, me en het zijn alle drie deel van het gezegde: pianospelen, zich schamen, het goed hebben. xDit het wordt ook wel een loos lijdend voorwerp genoemd. Het komt voor in vaste uitdrukkingen: het warm hebben, het goed kunnen vinden met iemand, het gemunt hebben op iemand.

Plaats in de zin

De plaats van het lijdend voorwerp in de zin kan variëren. We geven hier een paar voorbeelden. Vanwege de nauwe band van het lijdend voorwerp met het hoofdwerkwoord staat het in de meeste gevallen vlak voor de zogenaamde tweede zinspool - de vaste positie van werkwoorden achterin de zin (als er meer dan één werkwoord is). xDit noemen we ook wel het inherentieprincipe.

  • Ik heb gisteren een goede film gezien.
  • Ik zag gisteren een goede film.

In deze zinnen staan een bepaling en een lijdend voorwerp. Het lijdend voorwerp een goede film staat achter de bepaling gisteren, want dat is dichter bij de tweede zinspool gezien. In het tweede voorbeeld is deze tweede zinspool niet gevuld, maar blijft het principe hetzelfde. De omgekeerde volgorde is dus niet goed:

  • Ik heb een goede film gisteren gezien. fout

Toch betekent dit niet dat het lijdend voorwerp altijd op deze plaats staat. Er zijn twee principes waardoor andere volgordes toch goed kunnen zijn. Volgens het links-rechts-principe staat nieuwere informatie meer naar rechts in de zin. Als die nieuwe informatie niet de film maar de tijd (gisteren) is, kan ook:

  • Ik heb die film gisteren gezien.

Volgens het complexiteitsprincipe komen zwaardere (langere) zinsdelen meer achteraan in de zin. Daarom kan ook:

  • Ik heb gisteren de nieuwste film van Terry Gilliam gezien.

En komt het (minder zware) direct object hem juist weer meer vooraan:

  • Ik heb hem gisteren gezien.