Woordsoorten: het tussenwerpsel
De ideeën hieronder zijn bedoeld voor docenten, die bepaalde onderwerpen uit de ANS willen behandelen in een les of college. De meeste lesideeën hebben geen antwoorden, maar zijn wel voorzien van een toelichting. Nieuwe lesideeën worden geregeld toegevoegd.
Soorten tussenwerpsels
Hieronder staan 25 zinnetjes. Markeer in elke zin de tussenwerpsels, en geef aan om welk type het gaat:
- klanknabootsend of niet-klanknabootsend
- indien niet-klanknabootsend: expressief of communicatief
- indien expressief: welke emotie drukt het tussenwerpsel uit?
- indien communicatief: om welk type uiting gaat het (mededeling/vraag/bevel/formule voor sociaal verkeer)
- Dit keer raakt hij niemand. Oef! Ze zijn aan het ergste ontsnapt.
- Mmmm, flensjes! Veel mensen zijn vooral dol op flensjes, dat zijn hele dunne pannenkoekjes.
- Maar dat taalexamen bestaat ocharme uit het voorlezen van een tekst in het Nederlands en het voeren van een gesprek over koetjes en kalfjes.
- Sprong je vader nooit bij? Jawel. Maar hij had ook zijn werk.
- Excuseer. Waar gaat dit over?
- Olala .. Wat een mooi lijfje. Ik bedoel dat artistiek.
- Foei, dat lijkt ons echt niet netjes.
- Ach, arm ventje.
- Enfin, ik moet maar eens aan het werk.
- Tja, gezien de feiten is het niet meer dan logisch.
- En maar foto's maken zeker?
- Komt er tijdens de trip voldoende champagne aan bod? Nou en of!
- Je vindt me te dik. Bah .. Dat zijn spieren, hè.
- Hmm ... Hoe zal ik het zeggen?
- Da's verdikke straf, zeg!
- Alstublieft, mevrouw. Smakelijk.
- Hela, wat ben jij aan het doen?
- Toe maar, roep maar om hulp.
- En deze kwieke jonge kerel moet Carlo zijn, nietwaar?
- Je bent straalbezopen. - Welnee, ik ben gewoon moe.
- k bel je later. - ok?. Doei.
- Pff mijn arme benen ...
- Vliegtuigen van toekomst volop in testfase! Miauwkes! Ze weten hun PR wel te verzorgen, he ;-)
- Pst! Geen gsm's in een ziekenhuis. Excuseer.
- Het budget. Tadaa. Voorwaar, je hebt 35 euro over. Proficiat.
© Instituut voor de Nederlandse Taal
De frequentie van tussenwerpsels
Tussenwerpsels komen vooral voor in gesproken taal. Onderaan deze oefening zie je een fragment van een dialoog uit het Corpus Gesproken Nederlands (CGN).
- Markeer de tussenwerpsels.
- Bereken het percentage tussenwerpsels in de tekst (deel het aantal tussenwerpsels door het totaal aantal woorden * 100%).
Bespreek nu de volgende vragen:
- Hoe frequent zijn tussenwerpsels in deze tekst? Is dat veel of weinig?
- Wat is het frequentste tussenwerpsel?
- Wat voor soort tussenwerpsels vind je vooral? Waarom is dit zo, denk je?
- Bekijk nu een willekeurige geschreven tekst van ongeveer dezelfde lengte (250 woorden), bijvoorbeeld een nieuwsbericht op nos.nl. Hoeveel tussenwerpsels vind je daar (ongeveer)? Hoe verklaar je het verschil?
- Gesproken dialoog kom je ook tegen in boeken. Verwacht je daar evenveel tussenwerpsels aan te treffen? Licht je antwoord toe.
bron: Corpus Gesproken Nederlands (alleen toegankelijk met een Clarin-login).
•Ja, en als je 't brood zelf wil maken ben je een week bezig geloof ik heb ik begrepen want je moet steeds draaien en weet ik veel wat.
•Oh ja.
•Maar ik weet niet hoe 't heet, Conny weet 't zo wel, dat moet je zo maar even vragen.
•Ja 'k zal 't 'ns vragen.
•Hm?
•Ja 't is dan dat je 't brood een wee dat deeg een week moet laten rijzen of zo of niet?
•Ja ja ja, want d'r ... want d'r zit geen gist in en dan moet je 't op een andere manier doen, maar hoe dat weet ik ook niet.
•Nee.
•'k Heb 't ongeveer kunnen volgen, maar bepaalde dingen is niet mijn sterke punt met rijzen.
•Nee.
•Mm-mm.
•Hé en volgende week zondag uh dan gaan we gingen we nog uit eten hè?
•Uh wat is 't volgende week?
•Of was 't niet volgende week?
•Oh ja dat klopt dat is de achtentwintigste ja.
•Ja hè? g-g-g. En dan komen wij dan naar jullie toe of uh?
•Ja we ... nee wij komen naar jullie.
•Oh oké jullie komen ons ophalen en dan Huib en Georgia.
•Rijden we door, ja. D'r zou één auto mee moeten, maar ik denk dat 'k dat aan Huib en Georgia vraag dat die met de auto gaan.
•Oh want uh passen ne ... passen we net niet uh ...
•Nee, passen d'r net niet in.
•Nee?
•Nee w...
•Ja vier achterin is echt te krap, of niet?
•Nee dat kan niet.
•Oh nee.
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Verschillen tussen Nederland en België
Hieronder staan twee fragmenten van gesprekken uit het Corpus Gesproken Nederlands. In het eerste fragment wordt Belgisch-Nederlands (BN) gesproken, in het tweede Nederlands-Nederlands (NN). De fragmenten zijn te beluisteren en staan daaronder uitgeschreven.
- noteer bij elk fragment de gebruikte tussenwerpsels
- bespreek de verschillen tussen het BN en het NN
bron: Corpus Gesproken Nederlands (alleen toegankelijk met een Clarin-login).
•ik ben naar Spanje geweest.
•ah ja 't is ju naar Spanje.
•Naar Spanje.
•En naar waar?
•Bah we hebben van alles gedaan. We zijn dus voor zeven dagen geweest.
•Uhu.
•En 'k ben dus eerst naar Madrid gegaan en we zijn daar maar eigenlijk een uurtje gebleven. We zijn onmiddellijk op de trein gestapt naar Malaga.
•Mm-hu.
•En dan uh ja. Malaga Terra Nuevo uhm Motril Granada een beetje Sierra Nevada en dan terug naar Madrid en azo.
•In een week?
•In een week. We hebben daar niet anders gedaan dan rondgecrost en gedaan.
•Ja amai m amai amai.
•Ja 't was ... 't was deftig druk. En dan thuiskomen en enorm moe zijn eigenlijk.
•Ja 't zal wel.
•En dan 't school die begint. Maar ja, kijk.
•Ggg.
bron: Corpus Gesproken Nederlands (alleen toegankelijk met een Clarin-login).
•Dus als er dan sneeuw ligt dan zie je dus nog wel als 't goed is die bergjes uh zeg maar.
•Nja, daarlangs uh moet je dan rijden.
•En het uh ja en het is ook uh ja een soort bijgeloof dat uh ja dat brengt geluk zeg maar als je zo'n ding bouwt. Nou dat is dus niet gebleken die dag.
•g-g-g.
•g-g-g of nee de volg de volgende dag nee.
•Was da ... 't was toen nog niet de dag dat uh het gebeurde?
•Nee nee.
•Onze Suzuki Vitara doorstaat z'n eerste test.
•Nee kijk maar hier hè.
•Ja door het water wel ja.
•Stoer hè?
•Stoer hoor.
•Dit was dus helemaal niet nodig. dit was dus voor de fo dit was dus gewoon heen en weer door ggg door 't water ...
•g-g-g ts.
•Maar ja dat moest toch even voor de foto d'rop.
•ja ja.
Achtergrond:
© Instituut voor de Nederlandse Taal
