Lijdend voorwerp, voorzetselvoorwerp en oorzakelijk voorwerp
Hieronder staan lesideeën over het lijdend voorwerp, voorzetselvoorwerp en het oorzakelijk voorwerp. De onderwerpen in deze lesideeën zijn gebaseerd op het ANS-hoofdstuk over deze zinsdelen en de samenvatting ervan. De ideeën verschillen in hun mate van uitwerking en in moeilijkheidsgraad.
De volledige tekst van elke oefening is te kopiëren voor eigen gebruik met de knop 'Kopieer tekst naar klembord' en vervolgens te plakken met CTRL+V.
Dubbelzinnigheid bij het lijdend voorwerp
De zin hieronder is dubbelzinnig:
- De grote beer zag het meisje.
Opdracht
- Leg uit waar deze dubbelzinnigheid door komt.
- Hoe kun je deze dubbelzinnigheid opheffen?
Toelichting en antwoorden
Deze vraag gaat over de dubbelzinnigheid tussen het onderwerp en het lijdend voorwerp. Beide zinsdelen kunnen dezelfde vorm aannemen.
- De dubbelzinnigheid komt doordat we het onderwerp en het lijdend voorwerp niet van elkaar kunnen onderscheiden. Zowel de grote beer als het meisje kunnen allebei onderwerp en lijdend voorwerp zijn. Het is in principe dus niet duidelijk wie wat doet. Wel is het zo dat in standaard taalgebruik het onderwerp vooraan staat. De grote beer als onderwerp ligt dus het meest voor de hand.
- Een eerste manier is door de zinsdelen, die nu allebei een nominale constituent zijn, om te zetten naar persoonlijk voornaamwoorden. Bij deze woordsoort is het verschil in functie namelijk wel zichtbaar:
- Hij zag haar.
- Hem zag ze.
- De grote beer zag het meisje en haar vriendin. > Het meisje en haar vriendin is hier direct object, aangezien zag niet mee verandert.
- De grote beer zagen het meisje en haar vriendin. Het meisje en haar vriendin is hier onderwerp, aangezien zag mee verandert in zagen.
- De grote beer zag het meisje. > De grote beer werd door het meisje gezien. De grote beer is hier onderwerp en dus lijdend voorwerp in de actieve zin.
- De grote beer zag het meisje. > Het meisje werd door de grote beer gezien. Het meisje is hier onderwerp en dus lijdend voorwerp in de actieve zin.
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Twee analyses voor het lijdend voorwerp
Onderstaande zin heeft twee mogelijke analyses:
- De boef wil de bank overvallen.
Opdracht
- Welke twee analyses zijn dit? Beredeneer je antwoord.
- Leg uit hoe woordvolgorde kan helpen te kiezen voor een van de analyses.
Toelichting en antwoorden
In de eerste analyse is wil overvallen het gezegde, en een bank het lijdend voorwerp. De zin geeft antwoord op de vraag Wat wil de boef overvallen? :
- De boef wil [een bank] overvallen.
In de tweede analyse is wil het gezegde en een bank overvallen het lijdend voorwerp. De zin geeft antwoord op de vraag Wat wil de boef? :
- De boef wil [een bank overvallen].
Door vooropplaatsing kan duidelijk worden welke analyse bedoeld wordt. Alles voor de persoonsvorm is immers één zinsdeel:
- [Een bank overvallen] wil de boef. (een bank overvallen=lijdend voorwerp)
- [Een bank] wil de boef overvallen. (een bank=lijdend voorwerp)
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Werkwoorden met en zonder vast voorzetsel (lijdend voorwerp vs. voorzetselvoorwerp)
Sommige werkwoorden hebben een vast voorzetsel, zoals afzien van en bedanken voor. Ze komen voor met een voorzetselvoorwerp: afzien van iets, bedanken voor iets.
Bij sommige van deze werkwoorden kun je het voorzetsel ook weglaten, denk aan:
- Ik zoek naar mijn sleutels.
- Ik zoek mijn sleutels.
Dit verschil in gebruik kan soms een verschil in betekenis met zich meedragen. We geven hieronder tien voorbeelden van het werkwoord bouwen, dat voorkomt met en zonder voorzetsel aan.
- Het gaat om plannen om een moskee en een winkelcentrum te bouwen op de plek van het park.
- Hij is vernoemd naar Eise Eisinga, de man die in zijn huis in Franeker een planetarium heeft gebouwd in de achttiende eeuw.
- Bij Coolblue spreken vier jongens met ernstige gezichten over zaken tussen de Legoblokjes, zo nu en dan bouwend aan een huisje of een hekje.
- Psychische klachten zijn te voorkomen door te bouwen aan een beter leven.
- We willen met frisse gezichten bouwen aan een mooie toekomst.
- De voetbalcoach moet bouwen aan een nieuw elftal.
- Vlakbij het Centraal Station hadden twee knobbelzwanen een nest gebouwd van plastic flessen, stukken piepschuim, oude schoenen en andere rotzooi.
- Het bedrijf bouwt in hoog tempo laadstations langs de Nederlandse snelwegen.
- Naast de perrons wordt ook gebouwd aan „de grootste fietsenstalling ter wereld”, voor meer dan twaalfduizend fietsen.
- Van een oude pallet, hout en een kratje bouwden ze een schans in een weiland.
Opdracht
- Sorteer de zinnen naar type object: lijdend voorwerp en voorzetselvoorwerp. Noteer de objecten.
- Is er betekenisverschil tussen de twee soorten gebruik van bouwen?
Toelichting en antwoorden
- In de zinnen waarin bouwen een lijdend voorwerp heeft, gaat het om daadwerkelijk bouwen, construeren: een moskee, een winkelcentrum, een planetarium, een nest, laadstations, een schans.
- In de zinnen met een voorzetselvoorwerp, bouwen aan, is de betekenis van 'daadwerkelijk bouwen' ook wel aanwezig, maar de bouw lijkt hier wel aan gaande. Daarnaast is er ook een meer figuurlijke betekenis, waarbij het om niet-tastbare zaken gaat: een beter leven, een mooie toekomst, een nieuw elftal.
© Instituut voor de Nederlandse Taal
De gasten werd/werden de deur gewezen. Wat is correct?
Soms is er onduidelijkheid over wat in een zin precies het onderwerp is. Dit heeft gevolgen voor de persoonsvorm, die hetzelfde getal moet hebben als het onderwerp. Denk aan zinnen als De reizigers wordt/worden verzocht uit te stappen. Het gaat in dit soort gevallen vaak om zinnen in de lijdende vorm (passief), met een werkwoord dat met een indirect object voorkomt, zoals verzoeken of vragen.
Ook bij werkwoordelijke uitdrukkingen kan er verwarring ontstaan. Een voorbeeld is het passief van Ze wees de gasten de deur:
- De gasten werden de deur gewezen.
- De gasten werd de deur gewezen.
Opdracht: Analyseer beide zinnen: wat is het onderwerp, het gezegde en het (in)direct object? Wat voor verband houdt dat met de keuze voor werd of werden?
Achtergrond en antwoorden:
De werkwoordelijke uitdrukking iemand de deur wijzen kan op twee manieren worden geanalyseerd: als een vaste combinatie de deur wijzen met een lijdend voorwerp, bijvoorbeeld de gasten. Maar een andere mogelijke analyse is er een waarbij wijzen een lijdend voorwerp de deur heeft en een indirect object, bijvoorbeeld (aan) de gasten.
Dit verschil heeft gevolgen als we de zin in het passief zetten. Het lijdend voorwerp van de actieve zin wordt dan namelijk het onderwerp. Bij de eerste analyse is de gasten het oorspronkelijke lijdend voorwerp, en dus het onderwerp in de passieve zin:
- De gasten werden de deur gewezen.
Bij de tweede analyse is de deur het lijdend voorwerp van de actieve zin, en daarmee het onderwerp van de passieve zin. De gasten is in beide zinnen het indirect object:
- (Aan) de gasten werd de deur gewezen.
© Instituut voor de Nederlandse Taal
Het spoor bijster: vaste uitdrukkingen met een oorzakelijk voorwerp
Een aantal gezegden met oorzakelijk voorwerp lijkt zich te ontwikkelen tot vaste uitdrukkingen. Twee voorbeelden hiervan zijn bijster zijn/raken en niet zeker zijn.
Opdracht: Zoek in het Corpus Hedendaags Nederlands (CHN) met welke objecten beide gezegden voorkomen. Gebruik hiervoor het krantengedeelte en zoek eerst in het Nederlands-Nederlands (NN) en daarna het Belgisch-Nederlands (BN). Welke objecten vind je? Zijn er verschillen tussen het NN en het BN, en zo ja, welke?
Uitbreiding:
- Zoek in Delpher naar het gebruik van bijster en vergelijk het met het hedendaagse gebruik.
- Bijster komt ook veelvuldig voor in uitdrukkingen als niet bijster origineel of interessant. Wat is opvallend aan dit gebruik?
Achtergrond en antwoorden:
Er kan natuurlijk ook worden gezocht in andere corpora dan het CHN, maar het is wel interessant om een corpus te kiezen met zowel Belgisch-Nederlands als Nederlands-Nederlands om de verschillen tussen beide varianten te bespreken.
Een opvallend verschil tussen het NN en het BN is de grotere mate van variatie in het BN. Ook opvallend is dat het gebruik in het BN vaker nog een letterlijkere, ruimtelijke betekenis lijkt te hebben dan in het NN, zoals gevallen als De politie is het spoor naar de daders bijster laten zien.
In Delpher is al in 1815 het figuurlijke gebruik van bijster te vinden: Hij die van gedachten is, dat met de verwijdering van Buonaparte, allen geest van partijschap in Frankrijk uitgedoofd zoude zijn, is het spoor verre van bijster.
Bijster in niet bijster interessant lijkt vooral voor te komen als negatief-polaire uitdrukking.
© Instituut voor de Nederlandse Taal
