Zinsdelen
Een zinsdeel is, zoals het woord al suggereert, een deel van een zin met een bepaalde functie. Een zin bestaat uit een of meer zinsdelen. We onderscheiden de volgende zinsdelen:
- gezegde (predicaat)
- onderwerp (subject)
- voorwerpen (objecten)
- lijdend voorwerp (direct object)
- indirect object (meewerkend en belanghebbend voorwerp)
- ondervindend voorwerp (ondervindend object)
- voorzetselvoorwerp (voorzetselobject)
- oorzakelijk voorwerp (oorzakelijk object)
- bepalingen
- bepaling van gesteldheid
- bijwoordelijke bepaling
- door-bepaling
Hieronder staan drie voorbeeldzinnen met de zinsdelen in verschillende kleuren:
- Ik heb het boek in één keer uitgelezen.
- We hebben de hele avond naar een goed hotel zitten zoeken.
- Tijdens de feestelijke avond reikte de juryvoorzitter de regisseur de prijs uit.
gezegde onderwerp lijdend voorwerp meewerkend voorwerp voorzetselvoorwerp bepaling
Het gezegde (predicaat) is het centrale zinsdeel. Het vormt de kern van de zin en bepaalt óf en welke voorwerpen in de zin voorkomen. Ook het al of niet voorkomen van bepalingen wordt in sterke mate beïnvloed door het gezegde.
Een voorbeeld is het werkwoord wonen, dat het gezegde vormt van een zin als We wonen al jaren in Leiden. In die zin is een plaatsbepaling verplicht (in Leiden) en zijn (lijdende, meewerkende, enz.) voorwerpen niet mogelijk.
Meer lezen
- gezegde (predicaat)
- onderwerp (subject)
- voorwerpen (objecten)
- lijdend voorwerp (direct object)
- indirect object (meewerkend en belanghebbend voorwerp)
- ondervindend voorwerp (ondervindend object)
- voorzetselvoorwerp (voorzetselobject)
- oorzakelijk voorwerp (oorzakelijk object)
- bepalingen
- bepaling van gesteldheid
- bijwoordelijke bepaling
- door-bepaling
