Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google

Het oorzakelijk voorwerp (oorzakelijk object)

Het oorzakelijk voorwerp of oorzakelijk object is een zinsdeel dat voorkomt bij een klein aantal naamwoordelijke gezegden, zoals kwijt zijn, gewend zijn, van plan zijn en waard zijnxDit is een samenvatting van ANS 20.7 Het oorzakelijk voorwerp.:

  • Ik ben mijn sleutels kwijt.
  • Zijn jullie dat pittige eten wel gewend?
  • Wat zijn jullie allemaal van plan?
  • Dat schilderij is tien miljoen euro waard.

Naast zijn kunnen ook andere koppelwerkwoorden en, soms, raken worden gebruikt: gewend raken, waard blijken, enz.

Het oorzakelijk voorwerp heeft veel weg van het lijdend voorwerp. Het cruciale verschil is dat het lijdend voorwerp voorkomt bij het werkwoordelijk gezegde en het oorzakelijk voorwerp bij het naamwoordelijk gezegde:

  • Ik ben mijn sleutels kwijt. [naamwoordelijk gezegde, dus oorzakelijk voorwerp]
  • Ik zoek mijn sleutels. [werkwoordelijk gezegde, dus lijdend voorwerp]

Het oorzakelijk voorwerp kan ook een hele zin zijn:

  • We zijn van plan om de keuken te verbouwen.
  • Ik ben het zat dat ik hier altijd moet opruimen.

Hierbij vallen twee zaken op:

  • Voorlopig oorzakelijk voorwerp

    In Ik ben het zat dat.. wordt het oorzakelijk voorwerp voorafgegaan door het voorlopig oorzakelijk voorwerp het. Bij sommige gezegden is dit voorlopig oorzakelijk voorwerp gebruikelijk, bij andere juist niet.xZie ook ANS 20.7.2 Wel of geen oorzakelijk voorwerp?.

    • Ik ben het beu om naar die vreselijk muziek te luisteren.
    • Ik ben beu om naar die vreselijk muziek te luisteren. fout
    • Ik ben het van plan om naar die tentoonstelling te gaan. fout
    • Ik ben van plan om naar die tentoonstelling te gaan.
  • Om

    Als de zin met het oorzakelijk voorwerp een beknopte bijzin is, dan begint deze vaak met om. Het gebruik van om is in veel gevallen optioneel: de spreker kan er ook voor kiezen het weg te laten. In geschreven taal wordt om vaker weggelaten dan in gesproken taal.

    • We zijn van plan te verhuizen.
    • We zijn van plan om te verhuizen.

Hen/hun/ze

Gebruik je bij het oorzakelijk voorwerp hen, hun of ze? Bij mensen altijd hen of ze:

  • Ik ben hen zat.
  • We zijn ze beu.

Waarbij ze informeler is dan hen: het wordt vaker in gesproken taal gebruikt.

Voor dingen gebruik je ze:

  • Ik ben ze kwijt. [mijn sleutels]
  • Hoeveel zijn ze ze waard? [de diamanten]

Combinaties met andere voorwerpen

Het oorzakelijk voorwerp kan ook met andere voorwerpen samen voorkomen. Zeker als de voorwerpen allemaal voornaamwoorden zijn, kan het lastig zijn ze uit elkaar te houden:

  • Ik was het hem blijkbaar waard. [hem=ondervindend voorwerp]
  • We zijn het hun schuldig. [hun=indirect object]
  • Was jij er iets mee van plan? [ermee=voorzetselvoorwerp]

Bij twijfel kun je de test wie/wat+gezegde+onderwerp doen om het oorzakelijk voorwerp te vinden.

  • Wat was je hem waard? > het
  • Wat zijn jullie hun schuldig? > het
  • Wat was jij ermee van plan? > iets

Vaste uitdrukkingen

Een aantal gezegden met een oorzakelijk voorwerp zijn min of meer vaste uitdrukkingen. Bijster zijn/raken komt vrijwel alleen voor met het spoor. Niet zeker zijn met mijn/zijn/haar/enz. leven en mijn/zijn/haar/enz. baan:

  • De politie was het spoor bijster.
  • Tijdens de orkaan waren ze hun leven niet zeker.

Overzicht

Hieronder staan de meest gebruikelijke gezegden met een oorzakelijk voorwerp:

Gezegde Voorbeeld
de baasWe bleven onze zenuwen de baas.
meesterDie aap was de menselijke taal meester.
beuIk ben jullie leugens beu.
zich bewustWe zijn ons bewust dat het beter moet.
bijsterDe detective was het spoor bijster.
deelachtigIk hoop ooit nog enig geluk deelachtig te worden.
gewaarBuurtbewoners werden een sterke geur gewaar.
gewendFinnen zijn barre winters gewend.
gewoonDit soort spanning zijn we niet gewoon.
indachtigLaten we Lao Tze indachtig zijn.
kwijtDoor het slaapgebrek ben ik al mijn energie kwijt.
machtigJe moet wel de Engelse taal machtig zijn.
moeIk ben het gamen nog niet moe.
niet zekerDe mensen waren hun leven niet zeker.
rijkDe route leidt je langs de mooiste plekken die de stad rijk is.
schuldigJe bent me nog wat geld schuldig.
verschuldigdIk ben u zeer veel dank verschuldigd.
waardHet pretpark met het bekende reuzenrad is zeker een bezoek waard.
zatOok haar buren zijn de vele inbraken zat.
van planWat ben je nu weer van plan?
van zinsDe gemeente was geen aanpassingen van zins.
op het spoorWe zijn iets geweldigs op het spoor.
voornemensDe commissie is voornemens om op drie niveaus onderzoek te doen.