Beginpagina

Het woord

Klanken - letters - woorden
Het werkwoord (verbum)
Het substantief (zelfstandig naamwoord)
Het lidwoord (artikel)
Het voornaamwoord (pronomen)
Het adjectief (bijvoeglijk naamwoord)
Het telwoord (numerale)
Het bijwoord (adverbium)
Het voorzetsel (de prepositie)
Het voegwoord (de conjunctie)
Het tussenwerpsel (de interjectie)
Woordvorming
Aardrijkskundige namen en afleidingen daarvan

De constituent

De constituent: algemeen
De naamwoordelijke constituent
De adjectivische constituent
De bijwoordelijke constituent
De voorzetselconstituent
De werkwoordelijke (verbale) constituent

De zin

De zin: algemeen
De zinsdelen
Woordvolgorde in de zin
Actieve en passieve zinnen
Soorten zinnen naar de communicatieve functie

Algemene verschijnselen

De nevenschikking: algemeen
Gewone vormen van nevenschikking
Bijzondere vormen van nevenschikking
De samentrekking
Modaliteit
Negatie
Aspectualiteit


  Informatie over de ANS


[ 00 ]
-    Korte ontstaansgeschiedenis van de ANS [ 00/01 ]
   -    Totstandkoming van de eerste druk [ 00/01/01 ]
   -    De herziene editie [ 00/01/02 ]
-    De doelstelling en de doelgroepen van de ANS [ 00/02 ]
-    De receptie van de eerste druk van de ANS [ 00/03 ]
-    Werkwijze bij de herziening van de ANS [ 00/04 ]
-    Opbouw, inrichting en terminologie van de ANS [ 00/05 ]
   -    Opbouw [ 00/05/01 ]
   -    Inrichting van de Elektronische ANS (E-ANS) [ 00/05/02 ]
   -    Gebruikte terminologie [ 00/05/03 ]
-    Welk Nederlands wordt in de ANS beschreven? [ 00/06 ]
   -    Inleiding [ 00/06/01 ]
   -    Standaardtaal en variatie [ 00/06/02 ]
      -    Standaardtaal [ 00/06/02/01 ]
      -    Stijlgebonden variatie [ 00/06/02/02 ]
         -    Binnen de standaardtaal: ' geschreven taal' ('schrijftaal') en ' gesproken taal' ('spreektaal') [ 00/06/02/02/01 ]
         -    Buiten de standaardtaal: ' formeel ' en ' informeel ' [ 00/06/02/02/02 ]
      -    Streekgebonden variatie [ 00/06/02/03 ]
         -    Binnen de standaardtaal: 'geografisch verschillend' [ 00/06/02/03/01 ]
         -    Buiten de standaardtaal: ' regionaal ' [ 00/06/02/03/02 ]
         -    Geografische/regionale specificatie [ 00/06/02/03/03 ]
      -    Andere variatie [ 00/06/02/04 ]
      -    Overzicht van de in de ANS gemaakte onderscheidingen [ 00/06/02/05 ]
   -    Controversiële gevallen [ 00/06/03 ]
   -    Fouten [ 00/06/04 ]
   -    'Goed' Nederlands [ 00/06/05 ]


  Klanken - letters - woorden


[ 01 ]
-    Klanken en letters [ 01/01 ]
   -    Inleiding [ 01/01/01 ]
   -    Klinkers [ 01/01/02 ]
   -    Medeklinkers [ 01/01/03 ]
   -    Lettergreep en klemtoon [ 01/01/04 ]
-    Het woord: algemene inleiding [ 01/02 ]
-    Overzicht van de woordsoorten [ 01/03 ]
-    Morfologie van het woord [ 01/04 ]
   -    Morfologie: algemeen [ 01/04/01 ]
   -    Vormveranderingen [ 01/04/02 ]


  Het werkwoord (verbum)


[ 02 ]
-    Algemene inleiding [ 02/01 ]
-    Soorten werkwoorden [ 02/02 ]
   -    Inleiding [ 02/02/01 ]
   -    Zelfstandige werkwoorden, koppelwerkwoorden en hulpwerkwoorden [ 02/02/02 ]
   -    Overgankelijke (transitieve) en onovergankelijke (intransitieve) werkwoorden [ 02/02/03 ]
   -    Wederkerende (reflexieve) en niet-wederkerende (niet-reflexieve) werkwoorden [ 02/02/04 ]
   -    Persoonlijke en onpersoonlijke werkwoorden [ 02/02/05 ]
-    De vervoeging van het werkwoord [ 02/03 ]
   -    Inleiding [ 02/03/01 ]
   -    Vormcategorieën [ 02/03/02 ]
      -    Algemeen [ 02/03/02/01 ]
      -    De infinitief (onbepaalde wijs) [ 02/03/02/02 ]
      -    De stam [ 02/03/02/03 ]
      -    De conjunctief (aanvoegende wijs) [ 02/03/02/04 ]
      -    De imperatief (gebiedende wijs) [ 02/03/02/05 ]
      -    Het tegenwoordig deelwoord (onvoltooid deelwoord, participium praesentis) [ 02/03/02/06 ]
      -    Het voltooid deelwoord (verleden deelwoord, participium perfecti) [ 02/03/02/07 ]
      -    De hoofdvormen van het werkwoord en de vorming van de werkwoordstijden (tempora) [ 02/03/02/08 ]
         -    Inleiding [ 02/03/02/08/01 ]
         -    De vorming van het presens (onvoltooid tegenwoordige tijd, o.t.t.) [ 02/03/02/08/02 ]
         -    De vorming van het imperfectum (onvoltooid verleden tijd, o.v.t.) [ 02/03/02/08/03 ]
         -    De keuze tussen hebben en zijn bij de vorming van de voltooide werkwoordstijden [ 02/03/02/08/04 ]
            -    Het gebruik van zijn: algemene regels [ 02/03/02/08/04/01 ]
            -    Het gebruik van hebben: algemene regels [ 02/03/02/08/04/02 ]
            -    Categorieën werkwoorden waarbij zowel hebben als zijn mogelijk is [ 02/03/02/08/04/03 ]
               -    Werkwoorden die overgankelijk en onovergankelijk gebruikt kunnen worden [ 02/03/02/08/04/03/01 ]
               -    Werkwoorden van beweging [ 02/03/02/08/04/03/02 ]
            -    Het gebruik van hebben en zijn bij enkele afzonderlijke werkwoorden [ 02/03/02/08/04/04 ]
               -    Gaan [ 02/03/02/08/04/04/01 ]
               -    Vergeten [ 02/03/02/08/04/04/02 ]
               -    Verliezen [ 02/03/02/08/04/04/03 ]
               -    Volgen (en afleidingen) [ 02/03/02/08/04/04/04 ]
            -    Het gebruik van hebben en zijn bij groepen van werkwoorden [ 02/03/02/08/04/05 ]
   -    Overzicht van de vervoeging van de regelmatige werkwoorden [ 02/03/03 ]
   -    Overzicht van de vervoeging van de onregelmatige werkwoorden-a [ 02/03/04 ]
   -    Lijsten van onregelmatige werkwoorden-a [ 02/03/05 ]
      -    Inleiding [ 02/03/05/01 ]
      -    Half onregelmatige werkwoorden [ 02/03/05/02 ]
         -    Voltooid deelwoord op -en, zonder klinkerverandering [ 02/03/05/02/01 ]
         -    Voltooid deelwoord op -en, met klinkerverandering [ 02/03/05/02/02 ]
         -    Imperfectum onregelmatig, met klinkerverandering [ 02/03/05/02/03 ]
         -    Imperfectum onregelmatig, met klinker- en medeklinkerverandering [ 02/03/05/02/04 ]
      -    Geheel onregelmatige werkwoorden [ 02/03/05/03 ]
         -    Met klinkerverandering [ 02/03/05/03/01 ]
            -    Twee verschillende klinkers [ 02/03/05/03/01/01 ]
            -    Drie verschillende klinkers [ 02/03/05/03/01/02 ]
            -    Vier verschillende klinkers [ 02/03/05/03/01/03 ]
         -    Met klinker- en medeklinkerverandering [ 02/03/05/03/02 ]
   -    De onregelmatige werkwoorden-b:hebben, kunnen,mogen,willen,zijn (wezen),zullen [ 02/03/06 ]
      -    Hebben [ 02/03/06/01 ]
      -    Kunnen [ 02/03/06/02 ]
      -    Mogen [ 02/03/06/03 ]
      -    Willen [ 02/03/06/04 ]
      -    Zijn (wezen) [ 02/03/06/05 ]
      -    Zullen [ 02/03/06/06 ]
-    Het gebruik van de werkwoordsvormen [ 02/04 ]
   -    Inleiding [ 02/04/01 ]
   -    De infinitief (onbepaalde wijs) [ 02/04/02 ]
   -    De conjunctief (aanvoegende wijs) [ 02/04/03 ]
   -    De imperatief (gebiedende wijs) [ 02/04/04 ]
   -    Het tegenwoordig deelwoord [ 02/04/05 ]
   -    Het voltooid deelwoord [ 02/04/06 ]
   -    Het passief deelwoord [ 02/04/07 ]
   -    De werkwoordstijden van de indicatief (aantonende wijs) [ 02/04/08 ]
      -    Inleiding [ 02/04/08/01 ]
      -    De functies van de werkwoordstijden: algemeen [ 02/04/08/02 ]
         -    Temporele functies [ 02/04/08/02/01 ]
         -    Aspectuele functies [ 02/04/08/02/02 ]
         -    Modale functies [ 02/04/08/02/03 ]
      -    Functies van het presens (o.t.t.) [ 02/04/08/03 ]
         -    Werking, referentiepunt en spreekmoment vallen (geheel of gedeeltelijk) samen [ 02/04/08/03/01 ]
         -    Werking en referentiepunt liggen vóór het spreekmoment [ 02/04/08/03/02 ]
         -    De werking ligt na referentiepunt en spreekmoment [ 02/04/08/03/03 ]
      -    Functies van het perfectum (v.t.t.) [ 02/04/08/04 ]
         -    Inleiding [ 02/04/08/04/01 ]
         -    De werking ligt vóór referentiepunt en spreekmoment [ 02/04/08/04/02 ]
         -    Werking, referentiepunt en spreekmoment vallen (gedeeltelijk) samen [ 02/04/08/04/03 ]
      -    Functies van het futurum (o.t.t.t.) [ 02/04/08/05 ]
      -    Functies van het futurum exactum (v.t.t.t.) [ 02/04/08/06 ]
      -    Functies van het imperfectum (o.v.t.) [ 02/04/08/07 ]
         -    Temporele functies [ 02/04/08/07/01 ]
         -    Primair modale functies [ 02/04/08/07/02 ]
      -    Functies van het plusquamperfectum (v.v.t.) [ 02/04/08/08 ]
         -    Temporele functies [ 02/04/08/08/01 ]
         -    Primair modale functies [ 02/04/08/08/02 ]
      -    Functies van het futurum praeteriti (o.v.t.t.) [ 02/04/08/09 ]
         -    Primair modale functies [ 02/04/08/09/01 ]
         -    Uitdrukking van de indirecte rede [ 02/04/08/09/02 ]
      -    Functies van het futurum exactum praeteriti (v.v.t.t.) [ 02/04/08/10 ]
         -    Primair modale functies [ 02/04/08/10/01 ]
         -    Uitdrukking van de indirecte rede [ 02/04/08/10/02 ]
      -    Het gebruik van de werkwoordstijden in indirecte en semi-directe rede [ 02/04/08/11 ]


  Het substantief (zelfstandig naamwoord)


[ 03 ]
-    Algemene inleiding [ 03/01 ]
-    Indeling van de substantieven [ 03/02 ]
   -    Semantische indelingen [ 03/02/01 ]
   -    Morfologische en syntactische indelingen [ 03/02/02 ]
-    Genus (grammaticaal geslacht) [ 03/03 ]
   -    Inleiding [ 03/03/01 ]
   -    De-woorden en het-woorden [ 03/03/02 ]
      -    Algemene opmerkingen [ 03/03/02/01 ]
      -    De-woorden [ 03/03/02/02 ]
         -    Vormcategorieën [ 03/03/02/02/01 ]
         -    Betekeniscategorieën [ 03/03/02/02/02 ]
      -    Het-woorden [ 03/03/02/03 ]
         -    Vormcategorieën [ 03/03/02/03/01 ]
         -    Betekeniscategorieën [ 03/03/02/03/02 ]
      -    Woorden die de- en het-woord kunnen zijn [ 03/03/02/04 ]
         -    Met betekenisverschil [ 03/03/02/04/01 ]
            -    Woorden op -dom en -schap [ 03/03/02/04/01/01 ]
            -    Stofnamen [ 03/03/02/04/01/02 ]
            -    Andere substantieven [ 03/03/02/04/01/03 ]
         -    Zonder betekenisverschil [ 03/03/02/04/02 ]
   -    Mannelijke en vrouwelijke de-woorden [ 03/03/03 ]
-    Genitief en datief [ 03/04 ]
   -    Genitief [ 03/04/01 ]
      -    Algemeen [ 03/04/01/01 ]
      -    Voorgeplaatste genitief [ 03/04/01/02 ]
      -    Nageplaatste genitief [ 03/04/01/03 ]
   -    Datief [ 03/04/02 ]
-    Meervoudsvorming [ 03/05 ]
   -    Inleiding [ 03/05/01 ]
   -    Meervoud op -en [ 03/05/02 ]
      -    Algemene opmerkingen [ 03/05/02/01 ]
      -    Verandering van de slotmedeklinker [ 03/05/02/02 ]
      -    Verandering van de klinker of tweeklank (in de slotlettergreep) [ 03/05/02/03 ]
   -    Meervoud op -s [ 03/05/03 ]
   -    Kleinere categorieën [ 03/05/04 ]
      -    Meervoud op -eren [ 03/05/04/01 ]
      -    Woorden op -man [ 03/05/04/02 ]
      -    Leenwoorden [ 03/05/04/03 ]
      -    Bijzondere gevallen [ 03/05/04/04 ]
   -    Meer dan één meervoudsuitgang [ 03/05/05 ]
      -    Zonder betekenisverschil [ 03/05/05/01 ]
      -    Met betekenisverschil [ 03/05/05/02 ]


  Het lidwoord (artikel)


[ 04 ]
-    Algemene inleiding [ 04/01 ]
-    De lidwoorden van bepaaldheid en onbepaaldheid: gebruik in het algemeen [ 04/02 ]
-    De lidwoorden van bepaaldheid: bijzondere gebruikswijzen [ 04/03 ]
   -    Beklemtoond lidwoord [ 04/03/01 ]
   -    Distributief gebruik [ 04/03/02 ]
   -    In voorzetselconstituenten met een bepaald hoofdtelwoord [ 04/03/03 ]
-    Het lidwoord van onbepaaldheid: bijzondere gebruikswijzen [ 04/04 ]
   -    Het type ' een schat van een kind' [ 04/04/01 ]
   -    In uitroepen [ 04/04/02 ]
   -    Voor bepaalde hoofdtelwoorden [ 04/04/03 ]
-    Afwezigheid van een lidwoord: bijzondere gebruikswijzen [ 04/05 ]
   -    In kernachtige formuleringen [ 04/05/01 ]
   -    In nevenschikkingen [ 04/05/02 ]
   -    Na voorzetsels [ 04/05/03 ]
   -    Bij substantieven met 'unieke referentie' [ 04/05/04 ]
   -    Bij aansprekingen [ 04/05/05 ]
   -    Bij substantieven als naamwoordelijk deel van het gezegde [ 04/05/06 ]
   -    Bij substantieven als bepaling van gesteldheid [ 04/05/07 ]
   -    Bij substantieven die kinderspelen of muziekinstrumenten aanduiden [ 04/05/08 ]
   -    Bij substantieven in min of meer vaste verbindingen met werkwoorden [ 04/05/09 ]
-    Gebruiksgevallen met en zonder lidwoord [ 04/06 ]
   -    Bij eigennamen [ 04/06/01 ]
      -    Zonder bepaling [ 04/06/01/01 ]
         -    Namen van mensen en dieren [ 04/06/01/01/01 ]
         -    Aardrijkskundige namen [ 04/06/01/01/02 ]
         -    Namen van hemellichamen [ 04/06/01/01/03 ]
         -    Temporele eigennamen [ 04/06/01/01/04 ]
         -    Namen van gebouwen, monumenten, pleinen, straten, parken enz. [ 04/06/01/01/05 ]
         -    Namen van organisaties, verenigingen, (overheids)instellingen, bestuurlijke eenheden of stromingen [ 04/06/01/01/06 ]
         -    Namen van bedrijven [ 04/06/01/01/07 ]
         -    Namen van kranten, weekbladen, tijdschriften enz. [ 04/06/01/01/08 ]
      -    Met bepaling [ 04/06/01/02 ]
         -    Zonder lidwoord [ 04/06/01/02/01 ]
         -    Met een onbepaald lidwoord [ 04/06/01/02/02 ]
         -    Met een bepaald lidwoord [ 04/06/01/02/03 ]
   -    Bij namen van talen [ 04/06/02 ]
   -    Bij namen van verkeersmiddelen en communicatiemedia [ 04/06/03 ]
   -    Bij namen van ziekten [ 04/06/04 ]
   -    In tijdsbepalingen [ 04/06/05 ]
      -    Bepaalde tijdsaanduiding [ 04/06/05/01 ]
      -    Onbepaalde tijdsaanduiding [ 04/06/05/02 ]


  Het voornaamwoord (pronomen)


[ 05 ]
-    Algemene inleiding [ 05/01 ]
   -    Indeling en karakterisering van de voornaamwoorden [ 05/01/01 ]
   -    Verwijzing en antecedent [ 05/01/02 ]
-    Het persoonlijk voornaamwoord (pronomen personale) [ 05/02 ]
   -    Inleiding [ 05/02/01 ]
   -    Persoon en getal [ 05/02/02 ]
   -    De persoonlijke voornaamwoorden van de eerste persoon [ 05/02/03 ]
      -    De vormen [ 05/02/03/01 ]
      -    Het gebruik [ 05/02/03/02 ]
   -    De persoonlijke voornaamwoorden van de tweede persoon [ 05/02/04 ]
      -    De vormen [ 05/02/04/01 ]
      -    Het gebruik [ 05/02/04/02 ]
   -    De persoonlijke voornaamwoorden van de derde persoon [ 05/02/05 ]
      -    De vormen [ 05/02/05/01 ]
      -    Het gebruik [ 05/02/05/02 ]
         -    Verwijzing naar personen en niet-personen met mannelijke, respectievelijk vrouwelijke vormen [ 05/02/05/02/01 ]
         -    Gebruik van het [ 05/02/05/02/02 ]
         -    Gebruik van hen en hun [ 05/02/05/02/03 ]
         -    Gebruik van meervoudig haar,' r/d'r [ 05/02/05/02/04 ]
   -    Onderwerps- en niet-onderwerpsvormen [ 05/02/06 ]
   -    Volle en gereduceerde vormen [ 05/02/07 ]
   -    Oude genitiefvormen [ 05/02/08 ]
      -    De vormen [ 05/02/08/01 ]
      -    Het gebruik [ 05/02/08/02 ]
   -    Persoonlijke voornaamwoorden met algemene referentie [ 05/02/09 ]
      -    Inleiding [ 05/02/09/01 ]
      -    Het gebruik van men,ze,je, ge en we [ 05/02/09/02 ]
   -    Het niet-verwijzende het [ 05/02/10 ]
-    Het wederkerend voornaamwoord (reflexief pronomen) [ 05/03 ]
   -    Inleiding [ 05/03/01 ]
   -    De vormen [ 05/03/02 ]
   -    Het gebruik in het algemeen [ 05/03/03 ]
      -    Persoon en getal [ 05/03/03/01 ]
      -    Verwijzingsmogelijkheden [ 05/03/03/02 ]
         -    Inleiding [ 05/03/03/02/01 ]
         -    Verwijzing naar een onderwerp [ 05/03/03/02/02 ]
            -    Het wederkerend voornaamwoord verwijst naar een getalsonderwerp [ 05/03/03/02/02/01 ]
            -    Het wederkerend voornaamwoord verwijst naar een geïmpliceerd onderwerp [ 05/03/03/02/02/02 ]
            -    Het wederkerend voornaamwoord verwijst naar het onderwerp van een omschrijving [ 05/03/03/02/02/03 ]
         -    Het wederkerend voornaamwoord in voorzetselconstituenten [ 05/03/03/02/03 ]
   -    Het gebruik van de neutrale vormen en de zelf-vormen [ 05/03/04 ]
      -    Inleiding [ 05/03/04/01 ]
      -    Het gebruik van de neutrale vormen [ 05/03/04/02 ]
         -    In verplicht wederkerende verbindingen [ 05/03/04/02/01 ]
         -    In toevallig wederkerende verbindingen [ 05/03/04/02/02 ]
      -    Het gebruik van de zelf-vormen [ 05/03/04/03 ]
         -    In verplicht wederkerende verbindingen [ 05/03/04/03/01 ]
         -    In toevallig wederkerende verbindingen [ 05/03/04/03/02 ]
-    Het wederkerig voornaamwoord (reciprook pronomen) [ 05/04 ]
   -    Inleiding [ 05/04/01 ]
   -    De vormen [ 05/04/02 ]
   -    Het gebruik [ 05/04/03 ]
      -    Het gebruik van de zelfstandige en de niet-zelfstandige vormen: algemeen [ 05/04/03/01 ]
      -    Het gebruik na voorzetsels [ 05/04/03/02 ]
      -    Het antecedent [ 05/04/03/03 ]
      -    De verwijzingsmogelijkheden [ 05/04/03/04 ]
   -    Bijwoorden op -een als equivalenten van 'voorzetsel + elkaar' [ 05/04/04 ]
-    Het bezittelijk voornaamwoord (possessief pronomen) [ 05/05 ]
   -    Inleiding [ 05/05/01 ]
   -    De bezitsrelatie [ 05/05/02 ]
   -    Volle en gereduceerde vormen [ 05/05/03 ]
   -    Vormovereenkomst [ 05/05/04 ]
   -    De niet-zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden van de eerste persoon [ 05/05/05 ]
      -    De vormen [ 05/05/05/01 ]
      -    Het gebruik [ 05/05/05/02 ]
   -    De niet-zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden van de tweede persoon [ 05/05/06 ]
      -    De vormen [ 05/05/06/01 ]
      -    Het gebruik [ 05/05/06/02 ]
   -    De niet-zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden van de derde persoon [ 05/05/07 ]
      -    De vormen [ 05/05/07/01 ]
      -    Het gebruik in het algemeen [ 05/05/07/02 ]
         -    De gereduceerde vormen [ 05/05/07/02/01 ]
         -    De relatie tot het antecedent [ 05/05/07/02/02 ]
      -    Bijzondere gebruikswijzen [ 05/05/07/03 ]
         -    Het type 'voorzetsel + bezittelijk voornaamwoord + x' [ 05/05/07/03/01 ]
         -    Het type 'Jan z'n fiets' [ 05/05/07/03/02 ]
   -    De zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden [ 05/05/08 ]
      -    De vormen [ 05/05/08/01 ]
      -    Het gebruik [ 05/05/08/02 ]
   -    Buigingsvormen en (andere) archaïsche vormen [ 05/05/09 ]
   -    Bezittelijk voornaamwoord en possessief lidwoord [ 05/05/10 ]
-    Het aanwijzend voornaamwoord (demonstratief pronomen) [ 05/06 ]
   -    Inleiding [ 05/06/01 ]
   -    De vormen [ 05/06/02 ]
   -    Het gebruik van deze/dit - die/dat [ 05/06/03 ]
      -    Het gebruik in het algemeen [ 05/06/03/01 ]
      -    Bijzonderheden over het gebruik van niet-zelfstandig deze/die - dit/dat [ 05/06/03/02 ]
         -    Aanwijzend voornaamwoord en lidwoord [ 05/06/03/02/01 ]
         -    Het aanwijzend voornaamwoord bij eigennamen in verkleinwoordvorm [ 05/06/03/02/02 ]
         -    Expressief die/dat [ 05/06/03/02/03 ]
      -    Bijzonderheden over het gebruik van zelfstandig deze/die - dit/dat [ 05/06/03/03 ]
         -    Aanwijzend en persoonlijk voornaamwoord [ 05/06/03/03/01 ]
         -    Voorzetsel + aanwijzend voornaamwoord [ 05/06/03/03/02 ]
         -    Vooruitwijzend deze en dit [ 05/06/03/03/03 ]
         -    De steunpronomina die en dat [ 05/06/03/03/04 ]
         -    Vervangend die en dat [ 05/06/03/03/05 ]
         -    Verwijzingsmogelijkheden van dat (en dit) [ 05/06/03/03/06 ]
         -    Expressief dat [ 05/06/03/03/07 ]
      -    Buigingsvormen [ 05/06/03/04 ]
   -    Het gebruik van gene en ginds(e) [ 05/06/04 ]
   -    Het gebruik van degene,diegene, datgene [ 05/06/05 ]
   -    Het gebruik van zulk(e)/zo'n/zulk een en zulks [ 05/06/06 ]
   -    Zelf [ 05/06/07 ]
   -    Enkele andere aanwijzende woorden [ 05/06/08 ]
      -    Dergelijk(e),soortgelijk(e), dusdanig(e),zodanig(e) [ 05/06/08/01 ]
      -    (-)zelfde [ 05/06/08/02 ]
   -    Van + aanwijzend element [ 05/06/09 ]
-    Het vragend voornaamwoord (interrogatief pronomen) [ 05/07 ]
   -    Inleiding [ 05/07/01 ]
   -    De vormen [ 05/07/02 ]
   -    Het gebruik van de niet-zelfstandige vragende voornaamwoorden [ 05/07/03 ]
      -    Het gebruik van welk(e) [ 05/07/03/01 ]
      -    Het gebruik van wat voor (een) [ 05/07/03/02 ]
   -    Het gebruik van de zelfstandige vragende voornaamwoorden [ 05/07/04 ]
      -    Het gebruik van wie [ 05/07/04/01 ]
      -    Het gebruik van wat (watte) [ 05/07/04/02 ]
      -    Het gebruik van welk(e) en wat voor (een) [ 05/07/04/03 ]
   -    Genitiefvormen en equivalenten [ 05/07/05 ]
-    Het betrekkelijk voornaamwoord (relatief pronomen) [ 05/08 ]
   -    Inleiding [ 05/08/01 ]
   -    De vormen [ 05/08/02 ]
   -    Het antecedent [ 05/08/03 ]
      -    de- en het-antecedent [ 05/08/03/01 ]
      -    Vormovereenkomst met het antecedent [ 05/08/03/02 ]
   -    Het gebruik van het niet-zelfstandige betrekkelijk voornaamwoord welk(e) [ 05/08/04 ]
   -    Het gebruik van de zelfstandige betrekkelijke voornaamwoorden [ 05/08/05 ]
      -    Het gebruik van die [ 05/08/05/01 ]
         -    Met expliciet antecedent [ 05/08/05/01/01 ]
         -    Met ingesloten antecedent [ 05/08/05/01/02 ]
      -    Het gebruik van wie [ 05/08/05/02 ]
         -    Met expliciet antecedent [ 05/08/05/02/01 ]
         -    Met ingesloten antecedent [ 05/08/05/02/02 ]
      -    Het gebruik van welke [ 05/08/05/03 ]
      -    Het gebruik van dat [ 05/08/05/04 ]
      -    Het gebruik van wat [ 05/08/05/05 ]
         -    Met expliciet antecedent [ 05/08/05/05/01 ]
         -    Met ingesloten antecedent [ 05/08/05/05/02 ]
      -    Het gebruik van hetwelk [ 05/08/05/06 ]
      -    Het gebruik van hetgeen [ 05/08/05/07 ]
         -    Met expliciet antecedent [ 05/08/05/07/01 ]
         -    Met ingesloten antecedent [ 05/08/05/07/02 ]
   -    Genitiefvormen en equivalenten [ 05/08/06 ]
-    Het onbepaald voornaamwoord (indefiniet pronomen) [ 05/09 ]
   -    Inleiding [ 05/09/01 ]
   -    De collectiverende onbepaalde voornaamwoorden [ 05/09/02 ]
      -    De vormen [ 05/09/02/01 ]
      -    De betekenis en het gebruik in het algemeen [ 05/09/02/02 ]
      -    Het gebruik in het bijzonder [ 05/09/02/03 ]
         -    Het gebruik van ieder(e),elk(e),al en alle als determinator [ 05/09/02/03/01 ]
         -    Het predicatieve gebruik van de vormen alle(n), allemaal,alles,ieder en elk [ 05/09/02/03/02 ]
         -    Het zelfstandige gebruik van de vormen iedereen, ieder,eenieder,elk, elkeen,alleman,allen en alles [ 05/09/02/03/03 ]
      -    Buigingsvormen [ 05/09/02/04 ]
   -    De niet-collectiverende onbepaalde voornaamwoorden en enkele groepen met verwante betekenis [ 05/09/03 ]
      -    De vormen [ 05/09/03/01 ]
      -    Het gebruik [ 05/09/03/02 ]
         -    Het gebruik van iemand,niemand,de een of ander,deze of gene [ 05/09/03/02/01 ]
         -    Het gebruik van (een) zeker(e),(de/het) een of ander(e),deze of gene [ 05/09/03/02/02 ]
         -    Het gebruik van wie/wat/welk(e)...ook (maar), onverschillig/om het even/gelijk/eender wie/wat/welk(e) [ 05/09/03/02/03 ]
         -    Het gebruik van de/het eerste (...) de/het beste [ 05/09/03/02/04 ]
         -    Het gebruik van iets,niets,wat, het een of ander,(het) een en ander [ 05/09/03/02/05 ]
         -    Het gebruik van enig(e)(n),enkel(e)(n), wat,een paar,sommig(e)(n), deze(n) en gene(n) [ 05/09/03/02/06 ]
         -    Het gebruik van verscheidene,verschillende, ettelijke,menig(e),menigeen [ 05/09/03/02/07 ]
         -    Het gebruik van genoeg,voldoende,zat [ 05/09/03/02/08 ]
         -    Het gebruik van die en/of die,dat en/of dat,dit en/of dit,dit en/of dat [ 05/09/03/02/09 ]
      -    Buigingsvormen; afleidingen op -lei en -hande [ 05/09/03/03 ]
         -    Buigingsvormen [ 05/09/03/03/01 ]
         -    Afleidingen op -lei en -hande [ 05/09/03/03/02 ]
-    Het uitroepend voornaamwoord (exclamatief pronomen) [ 05/10 ]
   -    Inleiding [ 05/10/01 ]
   -    Wat [ 05/10/02 ]
      -    Wat + een als inleiding van een naamwoordelijke constituent [ 05/10/02/01 ]
      -    Wat + adjectivische constituent [ 05/10/02/02 ]
      -    Wat + gezegde [ 05/10/02/03 ]
   -    Welk + een als inleiding van een naamwoordelijke constituent [ 05/10/03 ]
   -    Zo'n en zulke als inleiding van een naamwoordelijke constituent [ 05/10/04 ]


  Het adjectief (bijvoeglijk naamwoord)


[ 06 ]
-    Algemene inleiding [ 06/01 ]
-    Indeling van de adjectieven [ 06/02 ]
   -    Betekeniscategorieën van adjectieven [ 06/02/01 ]
   -    Andere semantische indelingen [ 06/02/02 ]
      -    Inleiding [ 06/02/02/01 ]
      -    Absolute en relatieve adjectieven [ 06/02/02/02 ]
      -    Objectieve en subjectieve adjectieven [ 06/02/02/03 ]
      -    Kwalificerende en relationele adjectieven [ 06/02/02/04 ]
   -    Deelwoorden en adjectieven [ 06/02/03 ]
   -    Enige bijzondere gebruiksgevallen [ 06/02/04 ]
-    Syntactische subklassen van adjectieven [ 06/03 ]
   -    Attributief en niet-attributief gebruik van adjectieven [ 06/03/01 ]
      -    Inleiding [ 06/03/01/01 ]
      -    Attributief gebruik van adjectieven [ 06/03/01/02 ]
      -    Zelfstandig gebruik van adjectieven [ 06/03/01/03 ]
      -    Predicatief gebruik van adjectieven [ 06/03/01/04 ]
      -    Bijwoordelijk gebruik van adjectieven [ 06/03/01/05 ]
   -    Adjectieven die alleen attributief gebruikt kunnen worden [ 06/03/02 ]
      -    Betekeniscategorieën [ 06/03/02/01 ]
      -    Bijzondere gevallen [ 06/03/02/02 ]
   -    Adjectieven die alleen niet-attributief gebruikt kunnen worden [ 06/03/03 ]
-    Vormkenmerken [ 06/04 ]
   -    Verbuiging: buigings- e [ 06/04/01 ]
      -    Buigings- e : algemeen [ 06/04/01/01 ]
         -    Adjectieven zonder verbogen vorm [ 06/04/01/01/01 ]
         -    Medeklinkerverandering [ 06/04/01/01/02 ]
      -    Gebruik van de verbogen en de onverbogen vorm: hoofdregels [ 06/04/01/02 ]
         -    Inleiding [ 06/04/01/02/01 ]
         -    Gebruik van de verbogen vorm [ 06/04/01/02/02 ]
         -    Gebruik van de onverbogen vorm [ 06/04/01/02/03 ]
         -    Verbuiging van combinaties van adjectieven [ 06/04/01/02/04 ]
      -    Gebruik van de verbogen en de onverbogen vorm: speciale regels en twijfelgevallen [ 06/04/01/03 ]
   -    Verbuiging: buigings- s en andere buigingsvormen [ 06/04/02 ]
      -    Buigings-s [ 06/04/02/01 ]
      -    Andere buigingsvormen in uitdrukkingen en in archaïsche taal [ 06/04/02/02 ]
   -    Trappen van vergelijking [ 06/04/03 ]
      -    De vormen [ 06/04/03/01 ]
         -    Vorming van de trappen van vergelijking [ 06/04/03/01/01 ]
         -    Omschrijving van de trappen van vergelijking met meer en meest [ 06/04/03/01/02 ]
         -    Subcategorieën van adjectieven waarvan geen trappen van vergelijking gevormd worden [ 06/04/03/01/03 ]
      -    Gebruik van de stellende trap [ 06/04/03/02 ]
      -    Gebruik van de vergrotende trap [ 06/04/03/03 ]
      -    Gebruik van de overtreffende trap [ 06/04/03/04 ]
         -    Uitdrukking van de hoogste graad [ 06/04/03/04/01 ]
            -    Algemene karakterisering [ 06/04/03/04/01/01 ]
            -    Constructiemogelijkheden [ 06/04/03/04/01/02 ]
               -    De/het + adjectief + ste [ 06/04/03/04/01/02/01 ]
               -    Het + adjectief + st(e) [ 06/04/03/04/01/02/02 ]
               -    Op + bezittelijk voornaamwoord + adjectief + st [ 06/04/03/04/01/02/03 ]
               -    Om het + adjectief + st(e) [ 06/04/03/04/01/02/04 ]
         -    Uitdrukking van een zeer hoge graad [ 06/04/03/04/02 ]
            -    Algemene karakterisering [ 06/04/03/04/02/01 ]
            -    Constructiemogelijkheden [ 06/04/03/04/02/02 ]
               -    Vormen met aller- [ 06/04/03/04/02/02/01 ]
               -    Best [ 06/04/03/04/02/02/02 ]
               -    Ten + adjectief + ste [ 06/04/03/04/02/02/03 ]
               -    Andere gevallen [ 06/04/03/04/02/02/04 ]


  Het telwoord (numerale)


[ 07 ]
-    Algemene inleiding [ 07/01 ]
-    Hoofdtelwoorden [ 07/02 ]
   -    Gewone vormen van hoofdtelwoorden [ 07/02/01 ]
      -    Bepaalde hoofdtelwoorden [ 07/02/01/01 ]
      -    Onbepaalde hoofdtelwoorden [ 07/02/01/02 ]
   -    Gebruik van de gewone vormen van hoofdtelwoorden [ 07/02/02 ]
      -    Gebruik van hoofdtelwoorden in een naamwoordelijke constituent [ 07/02/02/01 ]
      -    Zelfstandig gebruik van hoofdtelwoorden [ 07/02/02/02 ]
      -    Predicatief gebruik van hoofdtelwoorden [ 07/02/02/03 ]
   -    Bijzondere vormen van hoofdtelwoorden [ 07/02/03 ]
      -    Telwoord + (e)n [ 07/02/03/01 ]
      -    Verkleinwoordvormen [ 07/02/03/02 ]
   -    Het getal van maat- en tijdsaanduidende substantieven na hoofdtelwoorden [ 07/02/04 ]
-    Rangtelwoorden [ 07/03 ]
   -    Vorming van rangtelwoorden [ 07/03/01 ]
   -    Gebruik van rangtelwoorden [ 07/03/02 ]
      -    Gebruik van rangtelwoorden in een naamwoordelijke constituent [ 07/03/02/01 ]
      -    Zelfstandig gebruik van rangtelwoorden [ 07/03/02/02 ]
-    Breukgetallen [ 07/04 ]
   -    Vorming van breukgetallen [ 07/04/01 ]
   -    Gebruik van breukgetallen [ 07/04/02 ]
      -    Gebruik van breukgetallen in een naamwoordelijke constituent [ 07/04/02/01 ]
      -    Zelfstandig gebruik van breukgetallen [ 07/04/02/02 ]
-    Enkele spellingproblemen [ 07/05 ]
   -    Schrijfwijze van samengestelde hoofd- en rangtelwoorden [ 07/05/01 ]
   -    Schrijfwijze van breukgetallen [ 07/05/02 ]


  Het bijwoord (adverbium)


[ 08 ]
-    Algemene inleiding [ 08/01 ]
-    Bijwoorden en adjectieven [ 08/02 ]
-    Indeling van de bijwoorden [ 08/03 ]
   -    Indeling naar de vorm [ 08/03/01 ]
   -    Indeling naar de betekenis [ 08/03/02 ]
   -    Indeling naar de functie [ 08/03/03 ]
-    Voorzetselbijwoorden [ 08/04 ]
-    Voegwoordelijke bijwoorden [ 08/05 ]
-    Het woord er [ 08/06 ]
   -    Inleiding [ 08/06/01 ]
      -    Globale karakterisering [ 08/06/01/01 ]
      -    Gebruikswijzen van er [ 08/06/01/02 ]
   -    Locatief er [ 08/06/02 ]
   -    Presentatief er [ 08/06/03 ]
      -    Inleidende opmerkingen [ 08/06/03/01 ]
      -    Het onderwerp bij presentatief er [ 08/06/03/02 ]
         -    Naamwoordelijke constituenten [ 08/06/03/02/01 ]
         -    Bijzinnen [ 08/06/03/02/02 ]
         -    Er in zinnen zonder onderwerp [ 08/06/03/02/03 ]
      -    Aan- of afwezigheid van presentatief er [ 08/06/03/03 ]
         -    Op de eerste zinsplaats [ 08/06/03/03/01 ]
         -    Buiten de eerste zinsplaats [ 08/06/03/03/02 ]
   -    Prepositioneel er [ 08/06/04 ]
   -    Kwantitatief er [ 08/06/05 ]
      -    Inleidende opmerkingen [ 08/06/05/01 ]
      -    Standaardtaal [ 08/06/05/02 ]
         -    Algemeen gebruikelijk [ 08/06/05/02/01 ]
         -    Geografisch gevarieerd [ 08/06/05/02/02 ]
      -    Regionaal taalgebruik [ 08/06/05/03 ]
   -    Combinatie en samenval [ 08/06/06 ]
      -    Inleidende opmerkingen [ 08/06/06/01 ]
      -    Regels voor combinatie en samenval [ 08/06/06/02 ]
-    Voornaamwoordelijke bijwoorden [ 08/07 ]
   -    Bouw en onderscheid [ 08/07/01 ]
      -    Inleidende opmerkingen [ 08/07/01/01 ]
      -    Voornaamwoordelijke bijwoorden met een bijwoord van plaats en een voorzetsel als basis [ 08/07/01/02 ]
      -    Voornaamwoordelijke bijwoorden met een voornaamwoord en een voorzetsel als basis [ 08/07/01/03 ]
   -    Functies [ 08/07/02 ]
   -    Gebruik van voornaamwoordelijke bijwoorden [ 08/07/03 ]
   -    Scheidbaarheid van voornaamwoordelijke bijwoorden [ 08/07/04 ]


  Het voorzetsel (de prepositie)


[ 09 ]
-    Algemene inleiding [ 09/01 ]
-    Indeling in types [ 09/02 ]
   -    Voorzetsels in engere zin [ 09/02/01 ]
   -    Achtergeplaatste voorzetsels [ 09/02/02 ]
   -    Combinaties van twee voorzetsels [ 09/02/03 ]
   -    Voorzetseluitdrukkingen [ 09/02/04 ]
-    Overzicht van de voornaamste voorzetsels [ 09/03 ]
   -    Inleiding [ 09/03/01 ]
   -    Voorzetsels in engere zin [ 09/03/02 ]
   -    Achtergeplaatste voorzetsels [ 09/03/03 ]
   -    Combinaties van twee voorzetsels [ 09/03/04 ]
   -    Voorzetseluitdrukkingen [ 09/03/05 ]


  Het voegwoord (de conjunctie)


[ 10 ]
-    Algemene inleiding [ 10/01 ]
-    Nevenschikkende voegwoorden [ 10/02 ]
-    Onderschikkende voegwoorden [ 10/03 ]
   -    Inleiding [ 10/03/01 ]
   -    Grammatisch verbindende voegwoorden: dat,of, om [ 10/03/02 ]
      -    Dat en of in zekerheid respectievelijk onzekerheid uitdrukkende zinnen [ 10/03/02/01 ]
      -    Dat en of in uitroepende zinnen [ 10/03/02/02 ]
      -    Om [ 10/03/02/03 ]
   -    Voegwoorden van tijd [ 10/03/03 ]
      -    Inleiding [ 10/03/03/01 ]
      -    De inhoud van de rompzin gaat in de tijdsorde vooraf aan die van de bijzin: voor,voordat,eer, eerdat,aleer,vooraleer, alvorens;tot,totdat [ 10/03/03/02 ]
      -    De inhouden van romp- en bijzin worden (ongeveer) gelijktijdig gerealiseerd: terwijl,zolang,zolang als, (van) zodra,zo gauw,zo gauw als,sinds,sedert;toen, nu,als,wanneer [ 10/03/03/03 ]
      -    De inhoud van de rompzin volgt in de tijdsorde op die van de bijzin: nadat,na,zodra;toen, nu,als,wanneer [ 10/03/03/04 ]
   -    Voegwoorden van causaliteit: omdat,doordat, aangezien,daar,vermits (dewijl,doordien,naardien, nademaal,overmits,wijl); door,met;dat [ 10/03/04 ]
   -    Voegwoord van gevolg: zodat [ 10/03/05 ]
   -    Voegwoorden van graadaanduidend gevolg: dat,dan dat,om [ 10/03/06 ]
   -    Voegwoorden van doel: dat,opdat;om, teneinde [ 10/03/07 ]
   -    Voorwaardelijke voegwoorden: als,wanneer, indien,ingeval,zo;mits, tenzij,tenware [ 10/03/08 ]
   -    Voegwoorden van toegeving (concessieve voegwoorden) [ 10/03/09 ]
      -    Voegwoorden met uitsluitend toegevende functie: al, hoewel,alhoewel,ofschoon (schoon), hoezeer [ 10/03/09/01 ]
      -    Voegwoorden met voorwaardelijke en toegevende functie: of, al [ 10/03/09/02 ]
   -    Voegwoorden van omstandigheid: zonder (dat);in plaats van (dat),in plaats dat [ 10/03/10 ]
   -    Beperkende voegwoorden: behalve (dat), uitgezonderd;in zover(re),(voor) zover;dat [ 10/03/11 ]
   -    Uitbreidende voegwoorden: behalve (dat);laat staan (dat) [ 10/03/12 ]
   -    Voegwoorden van verhouding: naargelang,naarmate; hoe (...hoe),hoe (...des te) [ 10/03/13 ]
   -    Voegwoorden van vergelijking [ 10/03/14 ]
      -    Alsof,of,als (niet-werkelijkheid) [ 10/03/14/01 ]
      -    Als,zoals,evenals, gelijk,zo (gewone vergelijking) [ 10/03/14/02 ]
      -    Als (hoedanigheid) [ 10/03/14/03 ]
      -    Als in het type '(Zo) dik als ze is' [ 10/03/14/04 ]
      -    Dan,als (ongelijkheid) [ 10/03/14/05 ]
   -    Voegwoord van modaliteit: naar [ 10/03/15 ]


  Het tussenwerpsel (de interjectie)


[ 11 ]
-    Algemene inleiding [ 11/01 ]
-    Soorten tussenwerpsels [ 11/02 ]
   -    Indeling naar de vorm [ 11/02/01 ]
   -    Indeling naar de betekenis [ 11/02/02 ]
      -    Niet-betekenisdragende of klanknabootsende tussenwerpsels [ 11/02/02/01 ]
      -    Betekenisdragende tussenwerpsels [ 11/02/02/02 ]
         -    Inleiding [ 11/02/02/02/01 ]
         -    Niet-noodzakelijk emotionele tussenwerpsels [ 11/02/02/02/02 ]
            -    Mededelingen [ 11/02/02/02/02/01 ]
            -    Bevelen, aanmaningen, aansporingen [ 11/02/02/02/02/02 ]
            -    Vragen [ 11/02/02/02/02/03 ]
            -    Formules voor sociaal verkeer [ 11/02/02/02/02/04 ]
         -    Noodzakelijk emotionele tussenwerpsels [ 11/02/02/02/03 ]
-    Gebruik van de tussenwerpsels [ 11/03 ]
   -    Inleiding [ 11/03/01 ]
   -    Vóór de zin [ 11/03/02 ]
   -    Achter de zin [ 11/03/03 ]
   -    In de zin [ 11/03/04 ]


  Woordvorming


[ 12 ]
-    Algemene inleiding [ 12/01 ]
   -    Woordvormingsprocédés [ 12/01/01 ]
   -    Productiviteit [ 12/01/02 ]
-    De vorming van werkwoorden [ 12/02 ]
   -    Afleiding [ 12/02/01 ]
      -    Inleiding [ 12/02/01/01 ]
      -    Afleiding zonder toevoegsel [ 12/02/01/02 ]
         -    Met een substantief als grondwoord [ 12/02/01/02/01 ]
         -    Met een adjectief als grondwoord [ 12/02/01/02/02 ]
      -    Afleiding door middel van een voorvoegsel [ 12/02/01/03 ]
         -    Het voorvoegsel be- [ 12/02/01/03/01 ]
            -    Met een onovergankelijk (gebruikt) werkwoord als grondwoord [ 12/02/01/03/01/01 ]
            -    Met een overgankelijk (gebruikt) werkwoord als grondwoord [ 12/02/01/03/01/02 ]
            -    Met een substantief als grondwoord [ 12/02/01/03/01/03 ]
            -    Met een adjectief als grondwoord [ 12/02/01/03/01/04 ]
         -    Het voorvoegsel de- [ 12/02/01/03/02 ]
         -    Het voorvoegsel dis- [ 12/02/01/03/03 ]
         -    Het voorvoegsel ge- [ 12/02/01/03/04 ]
         -    Het voorvoegsel her- [ 12/02/01/03/05 ]
         -    Het voorvoegsel ont- [ 12/02/01/03/06 ]
            -    Met een werkwoord als grondwoord [ 12/02/01/03/06/01 ]
            -    Met een substantief als grondwoord [ 12/02/01/03/06/02 ]
            -    Met een adjectief als grondwoord [ 12/02/01/03/06/03 ]
         -    Het voorvoegsel ver- [ 12/02/01/03/07 ]
            -    Met een werkwoord als grondwoord [ 12/02/01/03/07/01 ]
            -    Met een substantief als grondwoord [ 12/02/01/03/07/02 ]
            -    Met een adjectief als grondwoord [ 12/02/01/03/07/03 ]
      -    Afleiding door middel van een achtervoegsel [ 12/02/01/04 ]
         -    Het achtervoegsel -eer [ 12/02/01/04/01 ]
         -    Het achtervoegsel -el [ 12/02/01/04/02 ]
         -    Het achtervoegsel -er [ 12/02/01/04/03 ]
         -    Het achtervoegsel -ig [ 12/02/01/04/04 ]
      -    Afleiding door middel van een combinatie van een voorvoegsel en een achtervoegsel [ 12/02/01/05 ]
   -    Samenstelling [ 12/02/02 ]
      -    Inleiding: scheidbaar en onscheidbaar samengesteld werkwoord [ 12/02/02/01 ]
      -    Bijwoord + werkwoord [ 12/02/02/02 ]
         -    Inleiding [ 12/02/02/02/01 ]
         -    Ongeleed bijwoord + werkwoord [ 12/02/02/02/02 ]
            -    aan- [ 12/02/02/02/02/01 ]
               -    scheidbaar [ 12/02/02/02/02/01/01 ]
               -    onscheidbaar [ 12/02/02/02/02/01/02 ]
            -    achter- [ 12/02/02/02/02/02 ]
               -    scheidbaar [ 12/02/02/02/02/02/01 ]
               -    onscheidbaar [ 12/02/02/02/02/02/02 ]
            -    af- [ 12/02/02/02/02/03 ]
            -    bij- [ 12/02/02/02/02/04 ]
            -    binnen- [ 12/02/02/02/02/05 ]
            -    boven- [ 12/02/02/02/02/06 ]
            -    buiten- [ 12/02/02/02/02/07 ]
            -    door- [ 12/02/02/02/02/08 ]
               -    scheidbaar Hierbij kunnen de volgende betekenisgroepen onderscheiden worden, waarbij echter overgangsgevallen mogelijk zijn. [ 12/02/02/02/02/08/01 ]
               -    onscheidbaar [ 12/02/02/02/02/08/02 ]
            -    heen- [ 12/02/02/02/02/09 ]
            -    in- [ 12/02/02/02/02/10 ]
            -    langs- [ 12/02/02/02/02/11 ]
            -    mee- (mede-) [ 12/02/02/02/02/12 ]
            -    mis- [ 12/02/02/02/02/13 ]
               -    scheidbaar [ 12/02/02/02/02/13/01 ]
               -    onscheidbaar [ 12/02/02/02/02/13/02 ]
            -    na- [ 12/02/02/02/02/14 ]
            -    neer- (neder-) [ 12/02/02/02/02/15 ]
            -    om- [ 12/02/02/02/02/16 ]
               -    scheidbaar Met om kunnen scheidbare werkwoorden gevormd worden, die in de volgende betekenisgroepen in te delen zijn. [ 12/02/02/02/02/16/01 ]
               -    onscheidbaar [ 12/02/02/02/02/16/02 ]
            -    onder- [ 12/02/02/02/02/17 ]
               -    scheidbaar [ 12/02/02/02/02/17/01 ]
               -    onscheidbaar [ 12/02/02/02/02/17/02 ]
            -    op- [ 12/02/02/02/02/18 ]
            -    over- [ 12/02/02/02/02/19 ]
               -    scheidbaar [ 12/02/02/02/02/19/01 ]
               -    onscheidbaar [ 12/02/02/02/02/19/02 ]
            -    rond- [ 12/02/02/02/02/20 ]
            -    samen- [ 12/02/02/02/02/21 ]
            -    tegen- [ 12/02/02/02/02/22 ]
            -    terecht- [ 12/02/02/02/02/23 ]
            -    terug- [ 12/02/02/02/02/24 ]
            -    thuis- [ 12/02/02/02/02/25 ]
            -    toe- [ 12/02/02/02/02/26 ]
            -    uit- [ 12/02/02/02/02/27 ]
            -    verder- [ 12/02/02/02/02/28 ]
            -    voor- [ 12/02/02/02/02/29 ]
               -    scheidbaar [ 12/02/02/02/02/29/01 ]
               -    onscheidbaar [ 12/02/02/02/02/29/02 ]
            -    voort- [ 12/02/02/02/02/30 ]
            -    weer- (weder-) [ 12/02/02/02/02/31 ]
               -    scheidbaar [ 12/02/02/02/02/31/01 ]
               -    onscheidbaar [ 12/02/02/02/02/31/02 ]
            -    weg- [ 12/02/02/02/02/32 ]
         -    Geleed bijwoord + werkwoord [ 12/02/02/02/03 ]
            -    Bijwoorden met een lokale, soms temporele betekenis [ 12/02/02/02/03/01 ]
            -    Bijwoorden met een richtingaanduidende, soms temporele betekenis [ 12/02/02/02/03/02 ]
               -    achterna- [ 12/02/02/02/03/02/01 ]
               -    achterom- [ 12/02/02/02/03/02/02 ]
               -    achterop- [ 12/02/02/02/03/02/03 ]
               -    achteruit- [ 12/02/02/02/03/02/04 ]
               -    omhoog- [ 12/02/02/02/03/02/05 ]
               -    omlaag- [ 12/02/02/02/03/02/06 ]
               -    voorbij- [ 12/02/02/02/03/02/07 ]
               -    vooruit- [ 12/02/02/02/03/02/08 ]
            -    Bijwoorden met een toestandaanduidende betekenis [ 12/02/02/02/03/03 ]
               -    achterover- [ 12/02/02/02/03/03/01 ]
               -    omver- [ 12/02/02/02/03/03/02 ]
               -    onderuit- [ 12/02/02/02/03/03/03 ]
               -    voorover- [ 12/02/02/02/03/03/04 ]
               -    aaneen-,bijeen-,dooreen-, ineen-,opeen-,uiteen- [ 12/02/02/02/03/03/05 ]
      -    Adjectief + werkwoord [ 12/02/02/03 ]
         -    Inleiding [ 12/02/02/03/01 ]
         -    Types [ 12/02/02/03/02 ]
            -    scheidbaar [ 12/02/02/03/02/01 ]
            -    onscheidbaar [ 12/02/02/03/02/02 ]
      -    Substantief + werkwoord [ 12/02/02/04 ]
         -    Inleiding [ 12/02/02/04/01 ]
         -    Types [ 12/02/02/04/02 ]
            -    scheidbaar [ 12/02/02/04/02/01 ]
            -    onscheidbaar [ 12/02/02/04/02/02 ]
      -    Werkwoordsstam + werkwoord [ 12/02/02/05 ]
   -    Samenstellende afleiding [ 12/02/03 ]
      -    Inleiding [ 12/02/03/01 ]
      -    Werkwoordsstam + substantief [ 12/02/03/02 ]
      -    Voorzetselbijwoord + substantief [ 12/02/03/03 ]
-    De vorming van substantieven [ 12/03 ]
   -    Afleiding [ 12/03/01 ]
      -    Inleiding [ 12/03/01/01 ]
      -    Afleiding zonder toevoegsel [ 12/03/01/02 ]
         -    Met een adjectief als grondwoord [ 12/03/01/02/01 ]
         -    Met een werkwoord als grondwoord [ 12/03/01/02/02 ]
            -    Algemeen [ 12/03/01/02/02/01 ]
            -    Gesubstantiveerde infinitieven [ 12/03/01/02/02/02 ]
            -    Gesubstantiveerde werkwoordsstammen [ 12/03/01/02/02/03 ]
      -    Afleiding door middel van een voorvoegsel [ 12/03/01/03 ]
         -    Inleiding [ 12/03/01/03/01 ]
         -    Categorieën van voorvoegsels [ 12/03/01/03/02 ]
            -    De voorvoegsels on-,niet- en non- [ 12/03/01/03/02/01 ]
            -    Het voorvoegsel wan- [ 12/03/01/03/02/02 ]
            -    De voorvoegsels aarts-,hyper-,super- en ultra- [ 12/03/01/03/02/03 ]
            -    De voorvoegsels anti-,contra- en pro- [ 12/03/01/03/02/04 ]
            -    De voorvoegsels aarts-,loco-,opper-, sub-,super- en vice- [ 12/03/01/03/02/05 ]
            -    Het voorvoegsel ex-;oud- [ 12/03/01/03/02/06 ]
            -    Andere voorvoegsels [ 12/03/01/03/02/07 ]
               -    Het voorvoegsel ge- [ 12/03/01/03/02/07/01 ]
               -    Het voorvoegsel her- [ 12/03/01/03/02/07/02 ]
               -    Het voorvoegsel oer- [ 12/03/01/03/02/07/03 ]
               -    Andere voorvoegsels van uitheemse oorsprong [ 12/03/01/03/02/07/04 ]
      -    Afleiding door middel van een achtervoegsel [ 12/03/01/04 ]
         -    Substantiverings-e ter vorming van persoonsnamen, biologische termen, abstracta en streekaanduidingen [ 12/03/01/04/01 ]
         -    Achtervoegsels ter vorming van verkleinwoorden [ 12/03/01/04/02 ]
            -    Het achtervoegsel -je (en varianten) [ 12/03/01/04/02/01 ]
            -    De achtervoegsels -ke (en varianten) en -ie [ 12/03/01/04/02/02 ]
         -    Achtervoegsels ter vorming van mannelijke persoonsnamen [ 12/03/01/04/03 ]
            -    De achtervoegsels -aar (-enaar),-er en -ster [ 12/03/01/04/03/01 ]
            -    De achtervoegsels -aard en -erd [ 12/03/01/04/03/02 ]
            -    Het achtervoegsel -erik [ 12/03/01/04/03/03 ]
            -    Het achtervoegsel -iaan (-aan) [ 12/03/01/04/03/04 ]
            -    Het achtervoegsel -icus [ 12/03/01/04/03/05 ]
            -    Het achtervoegsel -ier (-(e)nier) [ 12/03/01/04/03/06 ]
            -    Het achtervoegsel -iet (-niet) [ 12/03/01/04/03/07 ]
            -    Het achtervoegsel -ijn [ 12/03/01/04/03/08 ]
            -    Het achtervoegsel -ist [ 12/03/01/04/03/09 ]
            -    Het achtervoegsel -ling (-eling) [ 12/03/01/04/03/10 ]
            -    Andere achtervoegsels [ 12/03/01/04/03/11 ]
         -    Achtervoegsels ter vorming van vrouwelijke persoonsnamen [ 12/03/01/04/04 ]
            -    Het achtervoegsel -e [ 12/03/01/04/04/01 ]
            -    De achtervoegsels -es (-esse) en -is (-isse) [ 12/03/01/04/04/02 ]
            -    Het achtervoegsel -in [ 12/03/01/04/04/03 ]
            -    Het achtervoegsel -se [ 12/03/01/04/04/04 ]
            -    Het achtervoegsel -ster [ 12/03/01/04/04/05 ]
            -    Andere achtervoegsels [ 12/03/01/04/04/06 ]
         -    Achtervoegsels ter vorming van zaaknamen [ 12/03/01/04/05 ]
            -    De achtervoegsels -ator,-er en -aar [ 12/03/01/04/05/01 ]
            -    Het achtervoegsel -dom [ 12/03/01/04/05/02 ]
            -    Het achtervoegsel -elaar (-aar) [ 12/03/01/04/05/03 ]
            -    Het achtervoegsel -ette [ 12/03/01/04/05/04 ]
            -    Het achtervoegsel -ij (-dij,-erij, -derij) [ 12/03/01/04/05/05 ]
            -    Het achtervoegsel -schap [ 12/03/01/04/05/06 ]
            -    Het achtervoegsel -sel [ 12/03/01/04/05/07 ]
            -    Het achtervoegsel -theek [ 12/03/01/04/05/08 ]
         -    Achtervoegsels ter vorming van verzamelnamen [ 12/03/01/04/06 ]
            -    Het achtervoegsel -age [ 12/03/01/04/06/01 ]
            -    Het achtervoegsel -dom [ 12/03/01/04/06/02 ]
            -    Het achtervoegsel -heid [ 12/03/01/04/06/03 ]
            -    Het achtervoegsel -ij [ 12/03/01/04/06/04 ]
            -    Het achtervoegsel -schap [ 12/03/01/04/06/05 ]
            -    Het achtervoegsel -uur (-tuur,-atuur) [ 12/03/01/04/06/06 ]
         -    Achtervoegsels ter vorming van abstracta [ 12/03/01/04/07 ]
            -    Het achtervoegsel -age [ 12/03/01/04/07/01 ]
            -    Het achtervoegsel -atie [ 12/03/01/04/07/02 ]
            -    Het achtervoegsel -er [ 12/03/01/04/07/03 ]
            -    Het achtervoegsel -heid (-igheid) [ 12/03/01/04/07/04 ]
            -    Het achtervoegsel -ij (-nij,-enij, -erij,-arij) [ 12/03/01/04/07/05 ]
            -    Het achtervoegsel -ing [ 12/03/01/04/07/06 ]
            -    Het achtervoegsel -isme [ 12/03/01/04/07/07 ]
            -    Het achtervoegsel -iteit [ 12/03/01/04/07/08 ]
            -    Het achtervoegsel -nis (-enis,-tenis) [ 12/03/01/04/07/09 ]
            -    De achtervoegsels -schap en -dom [ 12/03/01/04/07/10 ]
            -    Het achtervoegsel -st [ 12/03/01/04/07/11 ]
            -    De achtervoegsels -te en -de [ 12/03/01/04/07/12 ]
      -    Afleiding door middel van een combinatie van een voorvoegsel en een achtervoegsel [ 12/03/01/05 ]
   -    Samenstelling [ 12/03/02 ]
      -    Inleiding [ 12/03/02/01 ]
      -    Substantief + substantief [ 12/03/02/02 ]
         -    Tussenklanken [ 12/03/02/02/01 ]
         -    Betekenisgroepen [ 12/03/02/02/02 ]
         -    Enkele formele bijzonderheden [ 12/03/02/02/03 ]
      -    Telwoord + substantief [ 12/03/02/03 ]
      -    Adjectief + substantief [ 12/03/02/04 ]
         -    Inleiding [ 12/03/02/04/01 ]
         -    Verbogen adjectief + substantief [ 12/03/02/04/02 ]
         -    Onverbogen adjectief + substantief [ 12/03/02/04/03 ]
      -    Bijwoord + substantief [ 12/03/02/05 ]
      -    Werkwoordsstam + substantief [ 12/03/02/06 ]
      -    Groepen van woorden + substantief [ 12/03/02/07 ]
      -    Andere gevallen [ 12/03/02/08 ]
         -    Acroniemen [ 12/03/02/08/01 ]
         -    Samenstellingen van afwijkende vorm [ 12/03/02/08/02 ]
         -    Oude samenkoppelingen [ 12/03/02/08/03 ]
   -    Samenstellende afleiding [ 12/03/03 ]
-    De vorming van adjectieven [ 12/04 ]
   -    De accentuering van afgeleide en samengestelde adjectieven [ 12/04/01 ]
   -    Afleiding [ 12/04/02 ]
      -    Inleiding [ 12/04/02/01 ]
      -    Afleiding door middel van een voorvoegsel [ 12/04/02/02 ]
         -    De voorvoegsels on-,non-,in- en a-;niet- [ 12/04/02/02/01 ]
         -    De voorvoegsels aarts-,hyper-,oer-, super- en ultra-;door-, in-,over- [ 12/04/02/02/02 ]
         -    De voorvoegsels anti-,contra- en pro- [ 12/04/02/02/03 ]
         -    Het voorvoegsel inter- [ 12/04/02/02/04 ]
         -    Andere voorvoegsels van uitheemse oorsprong [ 12/04/02/02/05 ]
      -    Afleiding door middel van een achtervoegsel [ 12/04/02/03 ]
         -    De achtervoegsels -achtig,-ig en -erig [ 12/04/02/03/01 ]
            -    Met een adjectief als grondwoord [ 12/04/02/03/01/01 ]
            -    Met een substantief als grondwoord [ 12/04/02/03/01/02 ]
            -    Met een werkwoordsstam als grondwoord [ 12/04/02/03/01/03 ]
         -    De achtervoegsels -baar,-(e)lijk en -zaam [ 12/04/02/03/02 ]
            -    Met een werkwoordsstam als grondwoord [ 12/04/02/03/02/01 ]
            -    Met een substantief als grondwoord [ 12/04/02/03/02/02 ]
            -    Met een ander woord als grondwoord [ 12/04/02/03/02/03 ]
         -    De achtervoegsels -s,-er,-ster, -isch en -iek [ 12/04/02/03/03 ]
            -    Met een persoonsnaam als grondwoord [ 12/04/02/03/03/01 ]
            -    Met de naam van een dag, maand, seizoen of windstreek als grondwoord [ 12/04/02/03/03/02 ]
            -    Met een geografische naam als grondwoord [ 12/04/02/03/03/03 ]
            -    Met een van oorsprong uitheems substantief als grondwoord [ 12/04/02/03/03/04 ]
            -    Met een ander substantief als grondwoord [ 12/04/02/03/03/05 ]
         -    Het achtervoegsel -en ter vorming van stofadjectieven [ 12/04/02/03/04 ]
         -    Andere achtervoegsels [ 12/04/02/03/05 ]
            -    De achtervoegsels -aal en -eel [ 12/04/02/03/05/01 ]
            -    Het achtervoegsel -abel [ 12/04/02/03/05/02 ]
            -    Het achtervoegsel -air [ 12/04/02/03/05/03 ]
            -    Het achtervoegsel -esk [ 12/04/02/03/05/04 ]
            -    Het achtervoegsel -haftig [ 12/04/02/03/05/05 ]
            -    Het achtervoegsel -iaans [ 12/04/02/03/05/06 ]
            -    Het achtervoegsel -ief [ 12/04/02/03/05/07 ]
            -    Het achtervoegsel -loos [ 12/04/02/03/05/08 ]
            -    Het achtervoegsel -matig [ 12/04/02/03/05/09 ]
      -    Afleiding door middel van een combinatie van een voorvoegsel en een achtervoegsel [ 12/04/02/04 ]
   -    Samenstelling [ 12/04/03 ]
      -    Inleiding [ 12/04/03/01 ]
      -    Substantief + adjectief [ 12/04/03/02 ]
      -    Substantief + deelwoord [ 12/04/03/03 ]
         -    Substantief + tegenwoordig deelwoord [ 12/04/03/03/01 ]
         -    Substantief + voltooid deelwoord [ 12/04/03/03/02 ]
      -    Werkwoordsstam + adjectief [ 12/04/03/04 ]
      -    Adjectief + adjectief [ 12/04/03/05 ]
      -    Bijwoord (adjectief) + deelwoord of adjectief [ 12/04/03/06 ]
      -    Andere combinaties [ 12/04/03/07 ]
   -    Samenstellende afleiding [ 12/04/04 ]
      -    Inleiding [ 12/04/04/01 ]
      -    Types samenstellende afleiding [ 12/04/04/02 ]
-    De vorming van bijwoorden [ 12/05 ]
   -    Achtervoegsels ter vorming van 'verkleinwoordvormen' [ 12/05/01 ]
   -    Andere achtervoegsels [ 12/05/02 ]
      -    Het achtervoegsel -(e)lijk [ 12/05/02/01 ]
      -    De achtervoegsels -(e)lings en -s [ 12/05/02/02 ]
      -    De achtervoegsels -gewijs/-gewijze, -erwijs/-erwijze,-wijs/-wijze [ 12/05/02/03 ]
      -    Het achtervoegsel -halve [ 12/05/02/04 ]
      -    Het achtervoegsel -iter [ 12/05/02/05 ]
      -    Het achtervoegsel -waarts [ 12/05/02/06 ]
      -    Het achtervoegsel -weg [ 12/05/02/07 ]


  De constituent: algemeen


[ 13 ]
-    Inleiding [ 13/01 ]
-    De bouw van een constituent [ 13/02 ]
-    Overzicht van de constituenten [ 13/03 ]
-    Constituenten in groter verband [ 13/04 ]


  De naamwoordelijke constituent


[ 14 ]
-    Algemene inleiding [ 14/01 ]
-    De bouw van de naamwoordelijke constituent [ 14/02 ]
-    Bepaalde, onbepaalde, categoriale en generieke naamwoordelijke constituenten [ 14/03 ]
   -    Bepaalde en onbepaalde naamwoordelijke constituenten [ 14/03/01 ]
   -    Categoriale en generieke naamwoordelijke constituenten [ 14/03/02 ]
-    De determinator [ 14/04 ]
   -    Inleiding [ 14/04/01 ]
   -    Soorten determinatoren [ 14/04/02 ]
   -    De elementen in de tweede positie van de determinator [ 14/04/03 ]
      -    Lidwoorden [ 14/04/03/01 ]
      -    Voornaamwoorden en equivalenten [ 14/04/03/02 ]
      -    Genitieven en equivalenten [ 14/04/03/03 ]
      -    Vaste verbindingen [ 14/04/03/04 ]
   -    De elementen in de eerste positie van de determinator [ 14/04/04 ]
      -    De kwantiteitsaanduidende woorden: [ 14/04/04/01 ]
      -    Bijvoeglijke onbepaalde voornaamwoorden [ 14/04/04/02 ]
      -    Naamwoordelijke constituenten met een substantivische kern [ 14/04/04/03 ]
      -    Combinaties met een vaste structuur en min of meer vaste verbindingen [ 14/04/04/04 ]
      -    Telwoorden [ 14/04/04/05 ]
      -    Nadere bepalingen [ 14/04/04/06 ]
   -    De elementen in de vierde positie van de determinator [ 14/04/05 ]
      -    Hoofdtelwoorden en breukgetallen [ 14/04/05/01 ]
      -    Nadere bepalingen [ 14/04/05/02 ]
   -    De elementen in de derde positie van de determinator [ 14/04/06 ]
      -    Adjectieven en equivalenten [ 14/04/06/01 ]
      -    Nadere bepalingen [ 14/04/06/02 ]
   -    Overzicht van de soorten determinatoren [ 14/04/07 ]
   -    De determinator in een partitieve constructie [ 14/04/08 ]
-    Toevoegingen binnen de naamwoordelijke constituent [ 14/05 ]
   -    Voorbepalingen in de naamwoordelijke constituent met een substantief als kern [ 14/05/01 ]
      -    Adjectivische constituenten [ 14/05/01/01 ]
      -    Deelwoorden en infinitieven met te [ 14/05/01/02 ]
      -    Incorporatie van zinsdelen [ 14/05/01/03 ]
   -    Voorbepalingen in de naamwoordelijke constituent met een voornaamwoord als kern [ 14/05/02 ]
      -    Bijwoordelijke constituenten en equivalenten [ 14/05/02/01 ]
      -    Het onbepaald voornaamwoord al [ 14/05/02/02 ]
   -    Nabepalingen in de naamwoordelijke constituent [ 14/05/03 ]
      -    Inleiding [ 14/05/03/01 ]
      -    Naamwoordelijke constituenten als bijstelling [ 14/05/03/02 ]
      -    Naamwoordelijke constituenten als tijdsbepaling [ 14/05/03/03 ]
      -    Naamwoordelijke constituenten als genitiefbepaling [ 14/05/03/04 ]
      -    Bijwoordelijke constituenten [ 14/05/03/05 ]
      -    Voorzetselconstituenten [ 14/05/03/06 ]
         -    Voorzetselbepalingen [ 14/05/03/06/01 ]
         -    Het type 'een schat van een kind' [ 14/05/03/06/02 ]
      -    Constituenten voorafgegaan door een voegwoord [ 14/05/03/07 ]
      -    Zinnen [ 14/05/03/08 ]
         -    Beknopte bijzinnen met om te + infinitief [ 14/05/03/08/01 ]
         -    Beknopte bijzinnen met te + infinitief [ 14/05/03/08/02 ]
         -    Bijzinnen die ingeleid worden door een relativum [ 14/05/03/08/03 ]
      -    Adjectivische constituenten [ 14/05/03/09 ]
         -    Adjectivische constituenten bij een substantivische kern [ 14/05/03/09/01 ]
         -    Adjectivische constituenten in de partitieve genitief [ 14/05/03/09/02 ]
      -    Telwoorden op -en [ 14/05/03/10 ]
      -    Elementen als predicatieve nabepaling [ 14/05/03/11 ]
-    Complementen binnen de naamwoordelijke constituent [ 14/06 ]
   -    Inleiding [ 14/06/01 ]
   -    Voorzetselconstituenten [ 14/06/02 ]
   -    Zinnen [ 14/06/03 ]
      -    Beknopte bijzinnen met om te of te + infinitief [ 14/06/03/01 ]
      -    Bijzinnen ingeleid door een onderschikkend voegwoord [ 14/06/03/02 ]
      -    Bijzinnen ingeleid door een vragend element [ 14/06/03/03 ]
      -    Hoofdzinnen en hoofdzinsequivalenten [ 14/06/03/04 ]
-    Naamwoordelijke constituenten met een complexe kern [ 14/07 ]
   -    Inleiding [ 14/07/01 ]
   -    Kwalificerend substantief + substantief met unieke referentie (eigennaam of soortnaam) [ 14/07/02 ]
   -    Andere soortnaam + eigennaam (persoonsnaam) [ 14/07/03 ]
   -    Andere combinaties [ 14/07/04 ]
-    Nominalisaties [ 14/08 ]
   -    Inleiding [ 14/08/01 ]
   -    Nominalisaties behorend tot type 1 [ 14/08/02 ]
   -    Nominalisaties behorend tot type 2 [ 14/08/03 ]
   -    Nominalisaties behorend tot type 3 [ 14/08/04 ]


  De adjectivische constituent


[ 15 ]
-    Algemene inleiding [ 15/01 ]
-    De bouw van de adjectivische constituent [ 15/02 ]
-    Toevoegingen binnen de adjectivische constituent [ 15/03 ]
   -    Bijwoordelijke en adjectivische constituenten [ 15/03/01 ]
      -    Graadaanduidende of versterkende (voor)bepalingen [ 15/03/01/01 ]
      -    Kwantificerende (voor)bepalingen [ 15/03/01/02 ]
   -    Naamwoordelijke constituenten [ 15/03/02 ]
   -    Voorzetselconstituenten [ 15/03/03 ]
   -    Beknopte bijzinnen met om te + infinitief [ 15/03/04 ]
-    Complementen binnen de adjectivische constituent [ 15/04 ]
   -    Naamwoordelijke constituenten [ 15/04/01 ]
   -    Voorzetselconstituenten [ 15/04/02 ]
   -    Bijzinnen [ 15/04/03 ]
   -    Complementen ingeleid door een voegwoord [ 15/04/04 ]


  De bijwoordelijke constituent


[ 16 ]
-    Algemene inleiding [ 16/01 ]
-    De bouw van de bijwoordelijke constituent [ 16/02 ]
-    Toevoegingen binnen de bijwoordelijke constituent [ 16/03 ]
   -    Bijwoordelijke en adjectivische constituenten [ 16/03/01 ]
      -    Graadaanduidende of versterkende (voor)bepalingen [ 16/03/01/01 ]
      -    Kwantificerende (voor)bepalingen [ 16/03/01/02 ]
      -    Preciserende (na)bepalingen [ 16/03/01/03 ]
   -    Voorzetselconstituenten [ 16/03/02 ]
   -    Bijzinnen [ 16/03/03 ]
-    Complementen binnen de bijwoordelijke constituent [ 16/04 ]


  De voorzetselconstituent


[ 17 ]
-    Algemene inleiding [ 17/01 ]
-    De bouw van de voorzetselconstituent [ 17/02 ]
-    Complementen binnen de voorzetselconstituent [ 17/03 ]
   -    Naamwoordelijke constituenten [ 17/03/01 ]
   -    Voorzetselconstituenten [ 17/03/02 ]
   -    Bijwoordelijke of adjectivische constituenten [ 17/03/03 ]
   -    Infinitieven of infinitiefconstructies [ 17/03/04 ]
   -    Bijzinnen [ 17/03/05 ]
-    Toevoegingen binnen de voorzetselconstituent [ 17/04 ]
   -    Substantivische naamwoordelijke constituenten [ 17/04/01 ]
   -    Voorzetselconstituenten [ 17/04/02 ]
   -    Bijwoordelijke of adjectivische constituenten [ 17/04/03 ]
      -    Preciserende voorbepalingen [ 17/04/03/01 ]
      -    Andere bepalingen [ 17/04/03/02 ]
   -    Infinitieven of infinitiefconstructies [ 17/04/04 ]
   -    Bijzinnen [ 17/04/05 ]
-    De absolute met-constructie [ 17/05 ]
   -    Inleiding [ 17/05/01 ]
   -    Parallellie met een tegenwoordig-deelwoordconstructie [ 17/05/02 ]
   -    Plaatsingsmogelijkheden in de absolute met-constructie [ 17/05/03 ]
   -    Voorzetselbijwoorden in de absolute met-constructie [ 17/05/04 ]
   -    Bijwoordelijke bepalingen in de absolute met-constructie [ 17/05/05 ]
   -    De vorming van voornaamwoordelijke bijwoorden bij de absolute met -constructie [ 17/05/06 ]
   -    Er in de absolute met-constructie [ 17/05/07 ]


  De werkwoordelijke (verbale) constituent


[ 18 ]
-    Algemene inleiding [ 18/01 ]
-    De bouw van de werkwoordelijke constituent [ 18/02 ]
-    Complementen binnen de werkwoordelijke constituent [ 18/03 ]
-    Toevoegingen binnen de werkwoordelijke constituent [ 18/04 ]
-    Werkwoordgroepen binnen de werkwoordelijke constituent [ 18/05 ]
   -    Inleiding [ 18/05/01 ]
      -    Groepsvorming bij werkwoorden [ 18/05/01/01 ]
      -    Groepsvormend en niet-groepsvormend gebruik van werkwoorden [ 18/05/01/02 ]
   -    Werkwoorden met een deelwoord als aanvulling [ 18/05/02 ]
      -    De hulpwerkwoorden van tijd hebben en zijn [ 18/05/02/01 ]
         -    Hebben en zijn met een voltooid deelwoord [ 18/05/02/01/01 ]
         -    Hebben en zijn met een vervangende infinitief [ 18/05/02/01/02 ]
      -    Het hulpwerkwoord van het passief worden (met een passief deelwoord) [ 18/05/02/02 ]
      -    Hulpwerkwoorden van modaliteit [ 18/05/02/03 ]
         -    Blijken,dunken,heten, lijken,schijnen,voorkomen [ 18/05/02/03/01 ]
         -    (Be)horen,dienen,moeten,(be) hoeven,kunnen,mogen [ 18/05/02/03/02 ]
      -    Overige werkwoorden met een voltooid of passief deelwoord als aanvulling [ 18/05/02/04 ]
         -    (Ge)raken en krijgen met een deelwoord (resultatief) [ 18/05/02/04/01 ]
         -    Krijgen en zien met een passief deelwoord (semi-passief) [ 18/05/02/04/02 ]
         -    Vaste verbindingen [ 18/05/02/04/03 ]
   -    Komen met een deelwoord of een infinitief als aanvulling [ 18/05/03 ]
   -    Werkwoorden met een infinitief als aanvulling [ 18/05/04 ]
      -    Inleiding [ 18/05/04/01 ]
         -    Het geïmpliceerd onderwerp van de infinitief [ 18/05/04/01/01 ]
         -    Weglaatbaarheid van te bij infinitieven [ 18/05/04/01/02 ]
      -    Liggen,zitten,hangen (onovergankelijk), staan,lopen [ 18/05/04/02 ]
      -    Blijven,gaan,komen [ 18/05/04/03 ]
         -    Inleiding [ 18/05/04/03/01 ]
         -    Blijven [ 18/05/04/03/02 ]
         -    Gaan [ 18/05/04/03/03 ]
         -    Komen [ 18/05/04/03/04 ]
            -    Komen met een infinitief zonder te [ 18/05/04/03/04/01 ]
            -    Komen met een infinitief met te [ 18/05/04/03/04/02 ]
      -    De hulpwerkwoorden van modaliteit kunnen,moeten, (be)hoeven,mogen,willen, zullen [ 18/05/04/04 ]
         -    Inleiding [ 18/05/04/04/01 ]
         -    Eigenlijk-modaal gebruik [ 18/05/04/04/02 ]
            -    Kunnen [ 18/05/04/04/02/01 ]
            -    Moeten [ 18/05/04/04/02/02 ]
            -    Hoeven [ 18/05/04/04/02/03 ]
            -    Mogen [ 18/05/04/04/02/04 ]
            -    Willen [ 18/05/04/04/02/05 ]
            -    Zullen [ 18/05/04/04/02/06 ]
         -    Oneigenlijk-modaal gebruik [ 18/05/04/04/03 ]
            -    Kunnen [ 18/05/04/04/03/01 ]
            -    Moeten [ 18/05/04/04/03/02 ]
            -    Moeten en hoeven in zinnen met een 'negatief element' [ 18/05/04/04/03/03 ]
            -    Mogen [ 18/05/04/04/03/04 ]
            -    Willen [ 18/05/04/04/03/05 ]
            -    Zullen [ 18/05/04/04/03/06 ]
         -    Voorkomen zonder infinitief [ 18/05/04/04/04 ]
      -    De hulpwerkwoorden van modaliteit blijken,lijken, schijnen,heten,dunken, voorkomen,toeschijnen [ 18/05/04/05 ]
      -    (Be)horen,dienen [ 18/05/04/06 ]
      -    Durven [ 18/05/04/07 ]
      -    Zien,horen,voelen, (ruiken) [ 18/05/04/08 ]
      -    Kijk,hoor [ 18/05/04/09 ]
      -    Doen,laten [ 18/05/04/10 ]
         -    Doen/laten (causatief) [ 18/05/04/10/01 ]
         -    Laten (permissief) [ 18/05/04/10/02 ]
         -    Andere gebruikswijzen van laten [ 18/05/04/10/03 ]
         -    Doen (omschrijvend) [ 18/05/04/10/04 ]
      -    Vinden,achten [ 18/05/04/11 ]
         -    Vinden met een infinitief zonder te [ 18/05/04/11/01 ]
         -    Vinden/achten met een infinitief met te [ 18/05/04/11/02 ]
      -    Weten [ 18/05/04/12 ]
         -    Weten ('in staat zijn') [ 18/05/04/12/01 ]
         -    Weten ('weten waar') [ 18/05/04/12/02 ]
         -    Weten ('zich kunnen herinneren') [ 18/05/04/12/03 ]
      -    Helpen,leren [ 18/05/04/13 ]
      -    Hebben,krijgen [ 18/05/04/14 ]
         -    Hebben/krijgen met een infinitief zonder te [ 18/05/04/14/01 ]
         -    Hebben/krijgen met een infinitief met te [ 18/05/04/14/02 ]
      -    Zijn [ 18/05/04/15 ]
         -    Zijn met een infinitief zonder te [ 18/05/04/15/01 ]
         -    Zijn met een infinitief met te [ 18/05/04/15/02 ]
      -    Beogen,menen,vergeten, wagen,weigeren,wensen [ 18/05/04/16 ]
      -    Pogen,proberen,trachten, zien,zoeken [ 18/05/04/17 ]
      -    Besluiten,beweren,denken, eisen,geloven,hopen, verlangen,vermogen,verzuimen, vrezen,zeggen [ 18/05/04/18 ]
      -    Beloven,dreigen [ 18/05/04/19 ]
      -    Beginnen [ 18/05/04/20 ]
      -    Plegen [ 18/05/04/21 ]
      -    Geven [ 18/05/04/22 ]
      -    Hangen (overgankelijk), leggen,zetten [ 18/05/04/23 ]
      -    Staan,vallen [ 18/05/04/24 ]
         -    Staan [ 18/05/04/24/01 ]
         -    Vallen [ 18/05/04/24/02 ]
      -    Andere werkwoorden [ 18/05/04/25 ]
   -    Werkwoorden met aan het + infinitief als aanvulling [ 18/05/05 ]
      -    Inleiding [ 18/05/05/01 ]
      -    Zijn en blijken,lijken, schijnen [ 18/05/05/02 ]
      -    Blijven [ 18/05/05/03 ]
      -    Gaan,raken,slaan [ 18/05/05/04 ]
      -    Brengen,maken,krijgen, zetten;hebben,houden [ 18/05/05/05 ]
      -    Horen,zien,vinden [ 18/05/05/06 ]
   -    Werkwoorden met een voorzetsel + infinitief als aanvulling [ 18/05/06 ]
      -    Gaan/zijn/hulpwerkwoord van modaliteit + uit + infinitief [ 18/05/06/01 ]
      -    Liggen/staan + op + infinitief [ 18/05/06/02 ]
   -    De volgorde binnen de werkwoordelijke eindgroep [ 18/05/07 ]
      -    Inleiding [ 18/05/07/01 ]
      -    De plaats van de groepsvormende werkwoorden [ 18/05/07/02 ]
         -    Niet-plaatsgebonden groepsvormende werkwoorden [ 18/05/07/02/01 ]
         -    Plaatsgebonden groepsvormende werkwoorden [ 18/05/07/02/02 ]
      -    De plaats van het zelfstandig werkwoord in de vorm van een deelwoord [ 18/05/07/03 ]
         -    Inleiding [ 18/05/07/03/01 ]
         -    Eindgroepen met twee werkwoorden [ 18/05/07/03/02 ]
         -    Eindgroepen met drie werkwoorden [ 18/05/07/03/03 ]
         -    Eindgroepen met vier of meer werkwoorden [ 18/05/07/03/04 ]
      -    De plaats van het zelfstandig werkwoord in de vorm van een infinitief [ 18/05/07/04 ]
         -    Een infinitief zonder te [ 18/05/07/04/01 ]
         -    Een infinitief met te [ 18/05/07/04/02 ]
         -    Aan het + infinitief; voorzetsel + infinitief [ 18/05/07/04/03 ]
   -    Alfabetische lijst van de behandelde werkwoorden [ 18/05/08 ]


  De zin: algemeen


[ 19 ]
-    Zin, zinsdelen, zinsdeelstukken [ 19/01 ]
   -    Wat is een zin? [ 19/01/01 ]
   -    Zinsdelen [ 19/01/02 ]
   -    Zinsdeelstukken [ 19/01/03 ]
-    Enkelvoudige en samengestelde zinnen [ 19/02 ]
   -    Inleiding [ 19/02/01 ]
   -    Afhankelijke en zelfstandige zinnen, bijzinnen en hoofdzinnen [ 19/02/02 ]
   -    Zinsinbedding en niveaus van beschrijving [ 19/02/03 ]
   -    Zinnen in de directe, indirecte en semi-directe rede [ 19/02/04 ]
-    Beknopte bijzinnen [ 19/03 ]
   -    Volledige bijzinnen en beknopte bijzinnen [ 19/03/01 ]
   -    Het geïmpliceerd onderwerp van de beknopte bijzin [ 19/03/02 ]
   -    Het gebruik van om in beknopte bijzinnen met te + infinitief [ 19/03/03 ]
-    Onvolledige zinnen [ 19/04 ]


  De zinsdelen


[ 20 ]
-    Het gezegde (predikaat) [ 20/01 ]
   -    Inleiding [ 20/01/01 ]
   -    Het werkwoordelijk gezegde [ 20/01/02 ]
   -    Het naamwoordelijk gezegde [ 20/01/03 ]
      -    Algemene karakterisering [ 20/01/03/01 ]
      -    Het werkwoordelijk deel [ 20/01/03/02 ]
      -    Het naamwoordelijk deel (predikaatsnomen) [ 20/01/03/03 ]
         -    Een adjectivische constituent [ 20/01/03/03/01 ]
         -    Een tegenwoordig deelwoord [ 20/01/03/03/02 ]
         -    Een naamwoordelijke constituent met een substantief als kern [ 20/01/03/03/03 ]
         -    Een naamwoordelijke constituent met een voornaamwoord als kern [ 20/01/03/03/04 ]
         -    Een bijwoordelijke constituent [ 20/01/03/03/05 ]
         -    Een infinitief(constructie) [ 20/01/03/03/06 ]
         -    Een voorzetselconstituent [ 20/01/03/03/07 ]
         -    Een afhankelijke zin (gezegdezin) [ 20/01/03/03/08 ]
-    Het onderwerp (subject) [ 20/02 ]
   -    Inleiding [ 20/02/01 ]
   -    Taalelementen die als onderwerp dienst kunnen doen [ 20/02/02 ]
      -    Een naamwoordelijke constituent met een substantief als kern [ 20/02/02/01 ]
      -    Een naamwoordelijke constituent met een voornaamwoord als kern [ 20/02/02/02 ]
         -    Voornaamwoorden die als onderwerp dienst kunnen doen [ 20/02/02/02/01 ]
         -    Het als onderwerp van gekloofde zinnen [ 20/02/02/02/02 ]
      -    Een infinitief(constructie) [ 20/02/02/03 ]
      -    Een afhankelijke zin (onderwerpszin) [ 20/02/02/04 ]
         -    Inleiding [ 20/02/02/04/01 ]
         -    Types onderwerpszinnen [ 20/02/02/04/02 ]
         -    De hoofdzinnen met een onderwerpszin [ 20/02/02/04/03 ]
            -    'Aanloopjes' [ 20/02/02/04/03/01 ]
            -    Passieve hoofdzinnen [ 20/02/02/04/03/02 ]
      -    Andere elementen [ 20/02/02/05 ]
   -    Congruentie [ 20/02/03 ]
      -    Congruentie tussen onderwerp en persoonsvorm [ 20/02/03/01 ]
         -    Begripsomschrijving en algemene regel [ 20/02/03/01/01 ]
         -    Bijzondere gevallen [ 20/02/03/01/02 ]
            -    Het onderwerp is een betrekkelijk voornaamwoord [ 20/02/03/01/02/01 ]
               -    Congruentie met het antecedent: algemeen [ 20/02/03/01/02/01/01 ]
               -    Congruentie in de constructie 'een van de + meervoudig woord + die...' [ 20/02/03/01/02/01/02 ]
            -    Het onderwerp is een meervoudig woord in zelfnoemfunctie of een titel in de meervoudsvorm [ 20/02/03/01/02/02 ]
            -    Het onderwerp is een naam van een organisatie of bedrijf in de meervoudsvorm [ 20/02/03/01/02/03 ]
            -    Het onderwerp drukt een rekenkundige bewerking uit [ 20/02/03/01/02/04 ]
            -    Het onderwerp is een nevenschikking [ 20/02/03/01/02/05 ]
            -    Het onderwerp is een constituent met eenheidsbetekenis [ 20/02/03/01/02/06 ]
            -    Het onderwerp bevat een substantief dat een rekeneenheid noemt [ 20/02/03/01/02/07 ]
            -    Het onderwerp bevat een hoeveelheidaanduidend substantief (aantal,massa, enz.) of het substantief soort [ 20/02/03/01/02/08 ]
            -    Het onderwerp bestaat uit de constructie 'een stuk of + telwoord + substantief' of de constructie 'een + substantief + of + telwoord' [ 20/02/03/01/02/09 ]
      -    Congruentie tussen onderwerp en naamwoordelijk deel van het gezegde [ 20/02/03/02 ]
         -    Begripsomschrijving en algemene regel [ 20/02/03/02/01 ]
         -    Uitzonderingen [ 20/02/03/02/02 ]
-    Het lijdend voorwerp (direct object) [ 20/03 ]
   -    Inleiding [ 20/03/01 ]
   -    Werkwoorden met een lijdend voorwerp [ 20/03/02 ]
   -    Taalelementen die als lijdend voorwerp dienst kunnen doen [ 20/03/03 ]
      -    Een naamwoordelijke constituent met een substantief als kern [ 20/03/03/01 ]
      -    Een naamwoordelijke constituent met een voornaamwoord als kern [ 20/03/03/02 ]
      -    Een afhankelijke zin (lijdendvoorwerpszin) [ 20/03/03/03 ]
         -    Inleiding [ 20/03/03/03/01 ]
         -    Types lijdendvoorwerpszinnen [ 20/03/03/03/02 ]
         -    De hoofdzinnen met een lijdendvoorwerpszin [ 20/03/03/03/03 ]
      -    Andere elementen [ 20/03/03/04 ]
-    Het indirect object (meewerkend voorwerp en belanghebbend voorwerp) [ 20/04 ]
   -    Inleiding [ 20/04/01 ]
   -    Werkwoorden met een meewerkend voorwerp [ 20/04/02 ]
   -    Taalelementen die als meewerkend voorwerp dienst kunnen doen [ 20/04/03 ]
      -    Overzicht van de mogelijke elementen [ 20/04/03/01 ]
      -    Het gebruik van een voorzetselconstituent met aan [ 20/04/03/02 ]
   -    Taalelementen die als belanghebbend voorwerp dienst kunnen doen [ 20/04/04 ]
-    Het ondervindend voorwerp [ 20/05 ]
   -    Inleiding [ 20/05/01 ]
   -    Gezegdes met een ondervindend voorwerp [ 20/05/02 ]
   -    Taalelementen die als ondervindend voorwerp dienst kunnen doen [ 20/05/03 ]
-    Het voorzetselvoorwerp [ 20/06 ]
   -    Inleiding [ 20/06/01 ]
   -    Gezegdes met een voorzetselvoorwerp [ 20/06/02 ]
   -    Taalelementen die als voorzetselvoorwerp dienst kunnen doen [ 20/06/03 ]
      -    Een voorzetselconstituent [ 20/06/03/01 ]
      -    Een voornaamwoordelijk bijwoord [ 20/06/03/02 ]
      -    Een afhankelijke zin (voorzetselvoorwerpszin) [ 20/06/03/03 ]
-    Het oorzakelijk voorwerp [ 20/07 ]
   -    Inleiding [ 20/07/01 ]
   -    Naamwoordelijke gezegdes met een oorzakelijk voorwerp [ 20/07/02 ]
   -    Taalelementen die als oorzakelijk voorwerp dienst kunnen doen [ 20/07/03 ]
-    De door-bepaling (handelend voorwerp) [ 20/08 ]
-    De bepaling van gesteldheid [ 20/09 ]
   -    Inleiding [ 20/09/01 ]
   -    De bepaling van gesteldheid tijdens de handeling [ 20/09/02 ]
   -    De bepaling van gesteldheid volgens de handeling [ 20/09/03 ]
   -    De bepaling van gesteldheid ten gevolge van de handeling [ 20/09/04 ]
-    Bijwoordelijke bepalingen [ 20/10 ]
   -    Inleiding [ 20/10/01 ]
   -    De bepaling van plaats [ 20/10/02 ]
      -    Algemene karakterisering [ 20/10/02/01 ]
      -    De 'plaatsbepaling-waar?' [ 20/10/02/02 ]
         -    De plaats zelf wordt aangeduid (situerend) [ 20/10/02/02/01 ]
         -    Er wordt een plaats aangeduid die met de nader bedoelde plaats in verband staat (relationeel) [ 20/10/02/02/02 ]
      -    De richtingsbepaling [ 20/10/02/03 ]
         -    De 'richtingsbepaling-waarheen?' [ 20/10/02/03/01 ]
         -    De 'richtingsbepaling-vanwaar?' [ 20/10/02/03/02 ]
   -    De bepaling van tijd [ 20/10/03 ]
      -    Algemene karakterisering [ 20/10/03/01 ]
      -    De 'tijdsbepaling-wanneer?' [ 20/10/03/02 ]
         -    Het tijdstip of de periode zelf worden aangeduid (situerend) [ 20/10/03/02/01 ]
         -    Er wordt een tijdstip of een periode aangeduid die met het nader bedoelde tijdstip of de bedoelde periode in verband staat (relationeel) [ 20/10/03/02/02 ]
      -    De 'tijdsbepaling-hoelang?' [ 20/10/03/03 ]
   -    De bepaling van frequentie [ 20/10/04 ]
   -    De bepaling van graad [ 20/10/05 ]
   -    De kwantificerende bepaling [ 20/10/06 ]
   -    De bepaling van maat [ 20/10/07 ]
   -    De bepaling van causaliteit [ 20/10/08 ]
   -    De bepaling van gevolg [ 20/10/09 ]
   -    De bepaling van middel [ 20/10/10 ]
   -    De bepaling van doel [ 20/10/11 ]
   -    De bepaling van voorwaarde [ 20/10/12 ]
   -    De bepaling van toegeving [ 20/10/13 ]
   -    De bepaling van hoedanigheid [ 20/10/14 ]
   -    De bepaling van omstandigheid [ 20/10/15 ]
   -    De bepaling van beperking [ 20/10/16 ]
   -    De bepaling van verhouding [ 20/10/17 ]
   -    De bepaling van vergelijking [ 20/10/18 ]
   -    De bepaling van modaliteit [ 20/10/19 ]
   -    De bepaling van ontkenning [ 20/10/20 ]
   -    De bepaling van bevestiging [ 20/10/21 ]
-    Herhaalde zinsdelen [ 20/11 ]


  Woordvolgorde in de zin


[ 21 ]
-    Algemene principes [ 21/01 ]
   -    Zinsplaatsen [ 21/01/01 ]
      -    Het principe van de polen van een zin [ 21/01/01/01 ]
      -    De overige zinsplaatsen [ 21/01/01/02 ]
   -    Woordvolgorde en informatieve geleding van een zin [ 21/01/02 ]
      -    Het links-rechts-principe [ 21/01/02/01 ]
      -    Gekloofde zinnen [ 21/01/02/02 ]
   -    Andere principes die een rol spelen bij de woordvolgorde [ 21/01/03 ]
-    Indeling in zinstypes naar de vorm [ 21/02 ]
   -    Inleiding [ 21/02/01 ]
   -    Zinstype 1a: zinnen met voor-pv als tweede zinsdeel (vorm als van een mededelende zin) [ 21/02/02 ]
      -    Zelfstandige zinnen [ 21/02/02/01 ]
      -    Afhankelijke zinnen [ 21/02/02/02 ]
   -    Zinstype 1b: zinnen met voor-pv als eerste zinsdeel (vorm als van een ja/nee-vraag) [ 21/02/03 ]
      -    Zelfstandige zinnen [ 21/02/03/01 ]
      -    Afhankelijke zinnen [ 21/02/03/02 ]
   -    Zinstype 2: zinnen met achter-pv [ 21/02/04 ]
      -    Afhankelijke zinnen [ 21/02/04/01 ]
      -    Zelfstandige zinnen [ 21/02/04/02 ]
   -    Overloop- en hervattingsconstructies [ 21/02/05 ]
-    De eerste zinsplaats [ 21/03 ]
   -    Inleiding [ 21/03/01 ]
      -    Wat kan er zoal op de eerste zinsplaats staan? [ 21/03/01/01 ]
      -    Afhankelijke zinnen die van de eerste zinsplaats uitgesloten zijn [ 21/03/01/02 ]
      -    De informatieve waarde van het element op de eerste zinsplaats [ 21/03/01/03 ]
   -    Een zinsdeel op de eerste zinsplaats [ 21/03/02 ]
      -    Volgens het links-rechts-principe [ 21/03/02/01 ]
         -    Bepaalde, specifiek onbepaalde, categoriale en generieke naamwoordelijke constituenten [ 21/03/02/01/01 ]
         -    Elementen met een kaderscheppende functie [ 21/03/02/01/02 ]
         -    Zinsverbindende elementen [ 21/03/02/01/03 ]
         -    Uitwisselbaarheid van elementen [ 21/03/02/01/04 ]
      -    In afwijking van het links-rechts-principe [ 21/03/02/02 ]
      -    Modale bepalingen [ 21/03/02/03 ]
   -    Delen van het werkwoordelijk gezegde op de eerste zinsplaats [ 21/03/03 ]
      -    Inleiding [ 21/03/03/01 ]
      -    Deelwoorden op de eerste zinsplaats [ 21/03/03/02 ]
      -    Infinitieven op de eerste zinsplaats [ 21/03/03/03 ]
   -    Inherente elementen op de eerste zinsplaats [ 21/03/04 ]
      -    Inleiding [ 21/03/04/01 ]
      -    Een naamwoordelijk deel van een gezegde op de eerste zinsplaats [ 21/03/04/02 ]
      -    Overige inherente elementen op de eerste zinsplaats [ 21/03/04/03 ]
         -    Inherente zinsdelen [ 21/03/04/03/01 ]
         -    Het eerste deel van een scheidbaar werkwoord [ 21/03/04/03/02 ]
   -    Stukken van zinsdelen op de eerste zinsplaats [ 21/03/05 ]
      -    Inleiding [ 21/03/05/01 ]
      -    Het eerste deel van een gesplitst voornaamwoordelijk bijwoord [ 21/03/05/02 ]
      -    Een vragend of uitroepend voornaamwoord als deel van een naamwoordelijke of adjectivische constituent [ 21/03/05/03 ]
      -    Een naamwoordelijke constituent zonder determinerend element of zonder nabepaling [ 21/03/05/04 ]
      -    Een voorzetselconstituent zonder het voorzetsel [ 21/03/05/05 ]
   -    Twee of meer verschillende elementen op de eerste zinsplaats [ 21/03/06 ]
      -    Inleiding [ 21/03/06/01 ]
      -    Voegwoordelijk bijwoord + een ander zinsdeel [ 21/03/06/02 ]
      -    Een deel van het gezegde + een of meer zinsdelen [ 21/03/06/03 ]
      -    Andere combinaties [ 21/03/06/04 ]
   -    Plaatsing van een element in de rompzin in plaats van in de afhankelijke zin [ 21/03/07 ]
   -    Weglating van het element op de eerste zinsplaats [ 21/03/08 ]
-    Het middenstuk : wat sluit bij de eerste pool aan? [ 21/04 ]
   -    Inleiding [ 21/04/01 ]
   -    Overzicht van de elementen in het middenstuk [ 21/04/02 ]
   -    De plaatsing van het onderwerp: algemene regels [ 21/04/03 ]
   -    De plaatsing van het onderwerp ten opzichte van pronominale voorwerpen [ 21/04/04 ]
   -    De plaatsing van voornaamwoorden als onderwerp en als voorwerp [ 21/04/05 ]
   -    De plaatsing van er [ 21/04/06 ]
   -    De plaatsing van het onderwerp en niet-pronominale voorwerpen [ 21/04/07 ]
      -    De plaatsing van het onderwerp ten opzichte van het lijdend voorwerp [ 21/04/07/01 ]
      -    De plaatsing van het onderwerp ten opzichte van het indirect object [ 21/04/07/02 ]
      -    De onderlinge plaatsing van lijdend voorwerp en indirect object [ 21/04/07/03 ]
      -    De plaatsing van het onderwerp ten opzichte van twee voorwerpen [ 21/04/07/04 ]
   -    Bijwoordelijke bepalingen in het middenstuk [ 21/04/08 ]
      -    De spilplaats van bijwoordelijke bepalingen [ 21/04/08/01 ]
      -    De plaatsing van het onderwerp en de voorwerpen ten opzichte van bijwoordelijke bepalingen [ 21/04/08/02 ]
      -    De onderlinge volgorde van bijwoordelijke bepalingen [ 21/04/08/03 ]
   -    Het negatie-element niet/modale bepalingen/oordeelspartikels [ 21/04/09 ]
      -    Inleiding [ 21/04/09/01 ]
      -    Niet [ 21/04/09/02 ]
         -    Zinsontkenning [ 21/04/09/02/01 ]
         -    Partiële ontkenning [ 21/04/09/02/02 ]
         -    Niet meer [ 21/04/09/02/03 ]
         -    Een negatie-element in de rompzin in plaats van in de afhankelijke zin [ 21/04/09/02/04 ]
      -    Modale bepalingen [ 21/04/09/03 ]
      -    Oordeelspartikels [ 21/04/09/04 ]
         -    Focuspartikels [ 21/04/09/04/01 ]
         -    Schakeringspartikels [ 21/04/09/04/02 ]
-    Het middenstuk : wat staat vlak voor de tweede pool? [ 21/05 ]
   -    Inleiding [ 21/05/01 ]
   -    Overzicht van de elementen [ 21/05/02 ]
      -    Inherente zinsdelen [ 21/05/02/01 ]
      -    Voorzetselbijwoorden [ 21/05/02/02 ]
   -    De onderlinge volgorde van de elementen vlak vóór de tweede pool [ 21/05/03 ]
-    De tweede pool [ 21/06 ]
   -    Inleiding: doorbreking van de tweede pool [ 21/06/01 ]
   -    Schijnbare doorbreking van de tweede pool [ 21/06/02 ]
      -    Niet-groepsvormend in plaats van groepsvormend gebruik van werkwoorden [ 21/06/02/01 ]
      -    Niet-splitsing in plaats van splitsing van scheidbare werkwoorden [ 21/06/02/02 ]
   -    Echte doorbrekingsgevallen [ 21/06/03 ]
      -    Inherente zinsdelen [ 21/06/03/01 ]
      -    Zinsdelen in de constructie aan het + infinitief [ 21/06/03/02 ]
      -    Andere gevallen [ 21/06/03/03 ]
-    De laatste zinsplaats [ 21/07 ]
   -    Inleiding [ 21/07/01 ]
      -    Wat kan er zoal vlak na de tweede pool staan? [ 21/07/01/01 ]
      -    Redenen voor achteropplaatsing van elementen [ 21/07/01/02 ]
   -    Zinsdelen op de laatste zinsplaats [ 21/07/02 ]
      -    Afhankelijke zinnen [ 21/07/02/01 ]
      -    Andere categorieën [ 21/07/02/02 ]
         -    Voorzetselconstituenten [ 21/07/02/02/01 ]
         -    Combinaties met als of tot als bepaling van gesteldheid [ 21/07/02/02/02 ]
         -    Naamwoordelijke constituenten met een substantivische kern [ 21/07/02/02/03 ]
         -    Overige elementen [ 21/07/02/02/04 ]
   -    Zinsdeelstukken op de laatste zinsplaats [ 21/07/03 ]
      -    Afhankelijke zinnen [ 21/07/03/01 ]
      -    Andere categorieën [ 21/07/03/02 ]
         -    Voorzetselconstituenten [ 21/07/03/02/01 ]
         -    Complementen en bepalingen ingeleid door een voegwoord van vergelijking [ 21/07/03/02/02 ]
         -    Overige elementen [ 21/07/03/02/03 ]
      -    Een beperking op de mogelijkheden tot achteropplaatsing [ 21/07/03/03 ]
   -    De onderlinge volgorde van de elementen op de laatste zinsplaats [ 21/07/04 ]
-    De aanloop [ 21/08 ]
   -    Inleiding [ 21/08/01 ]
   -    Elementen die in de aanloop voorkomen [ 21/08/02 ]
      -    Elementen met een anticiperende functie [ 21/08/02/01 ]
      -    Afhankelijke zinnen [ 21/08/02/02 ]
      -    Samenvattende uitdrukkingen [ 21/08/02/03 ]
      -    Voegwoordelijke bijwoorden [ 21/08/02/04 ]
      -    De constructie wat...betreft/aangaat [ 21/08/02/05 ]
   -    Het verwijswoord [ 21/08/03 ]
-    De uitloop [ 21/09 ]
   -    Inleiding [ 21/09/01 ]
   -    Elementen die in de uitloop voorkomen [ 21/09/02 ]
      -    Verduidelijkende toevoegingen achteraf [ 21/09/02/01 ]
      -    Afhankelijke zinnen [ 21/09/02/02 ]


  Actieve en passieve zinnen


[ 22 ]
-    Algemene inleiding [ 22/01 ]
-    Passieve zinnen met een grammaticaal onderwerp [ 22/02 ]
   -    Karakterisering [ 22/02/01 ]
   -    Beperkingen [ 22/02/02 ]
   -    Gebruik [ 22/02/03 ]
      -    De handeling wordt centraal gesteld [ 22/02/03/01 ]
      -    Het logisch onderwerp wordt als informatief belangrijk voorgesteld [ 22/02/03/02 ]
-    Passieve zinnen zonder grammaticaal onderwerp [ 22/03 ]
   -    Karakterisering [ 22/03/01 ]
   -    Beperkingen [ 22/03/02 ]
   -    Gebruik [ 22/03/03 ]
-    Andere constructies met de waarde van een passief [ 22/04 ]
   -    Inleiding [ 22/04/01 ]
   -    Mogelijke alternatieve constructies [ 22/04/02 ]
      -    Krijgen + passief deelwoord (semi-passief) [ 22/04/02/01 ]
      -    Raken/staan/zitten/liggen/blijven + (passief) deelwoord [ 22/04/02/02 ]
      -    Zijn + te + infinitief [ 22/04/02/03 ]
      -    Zijn + adjectief op -lijk of -baar (met een werkwoordsstam als grondwoord) [ 22/04/02/04 ]
      -    Wederkerende verbinding met laten [ 22/04/02/05 ]
      -    Werkwoordelijke uitdrukkingen [ 22/04/02/06 ]


  Soorten zinnen naar de communicatieve functie


[ 23 ]
-    Algemene inleiding [ 23/01 ]
-    Mededelende zinnen [ 23/02 ]
-    Vragende zinnen [ 23/03 ]
   -    Inleiding [ 23/03/01 ]
   -    Ja/nee-vragen [ 23/03/02 ]
   -    Keuzevragen [ 23/03/03 ]
   -    Aanhangselvragen [ 23/03/04 ]
   -    Vraagwoordvragen [ 23/03/05 ]
   -    Echovragen [ 23/03/06 ]
-    Bevelende zinnen [ 23/04 ]
-    Uitroepende zinnen [ 23/05 ]
   -    Inleiding [ 23/05/01 ]
   -    Uitroepende zinnen met speciale grammaticale kenmerken [ 23/05/02 ]
      -    Zinnen met een uitroepend voornaamwoord [ 23/05/02/01 ]
      -    Uitroepende zinnen die beginnen met dat of of [ 23/05/02/02 ]
      -    Uitroepende zinnen van het type Vuil dat het er was! [ 23/05/02/03 ]
      -    Uitroepende zinnen van het type Lummel die/dat je bent! [ 23/05/02/04 ]


  De nevenschikking: algemeen


[ 24 ]
-    Inleiding [ 24/01 ]
-    De verbinding [ 24/02 ]
   -    Manieren van verbinding [ 24/02/01 ]
   -    De voegwoorden [ 24/02/02 ]
   -    De reeksvormers [ 24/02/03 ]
-    De leden [ 24/03 ]
   -    De gelijkwaardigheid van de leden [ 24/03/01 ]
      -    De leden zijn zinnen [ 24/03/01/01 ]
      -    De leden zijn geen zinnen [ 24/03/01/02 ]
   -    De omkeerbaarheid van de leden [ 24/03/02 ]
   -    Beperkingen op de leden [ 24/03/03 ]
-    De nevenschikking als geheel [ 24/04 ]
   -    Distributieve en collectieve nevenschikkingen [ 24/04/01 ]
   -    De nevenschikking als onderwerp: congruentie met de persoonsvorm [ 24/04/02 ]
   -    Splitsing van nevenschikkingen [ 24/04/03 ]
   -    Bijzondere vormen van nevenschikking [ 24/04/04 ]


  Gewone vormen van nevenschikking


[ 25 ]
-    Nevenschikking met het voegwoord en (conjunctie) [ 25/01 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 25/01/01 ]
      -    Grondbetekenis [ 25/01/01/01 ]
      -    Gewone of logische aaneenschakeling [ 25/01/01/02 ]
      -    Verdelende aaneenschakeling [ 25/01/01/03 ]
      -    Nadrukkelijke aaneenschakeling [ 25/01/01/04 ]
      -    Rangschikkende aaneenschakeling [ 25/01/01/05 ]
   -    Vorm [ 25/01/02 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 25/01/02/01 ]
         -    Aantal leden [ 25/01/02/01/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/01/02/01/02 ]
         -    Congruentie onderwerp - persoonsvorm [ 25/01/02/01/03 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 25/01/02/02 ]
         -    Aantal leden [ 25/01/02/02/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/01/02/02/02 ]
-    Nevenschikking met de voegwoorden alsmede en alsook [ 25/02 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 25/02/01 ]
   -    Vorm [ 25/02/02 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 25/02/02/01 ]
         -    Aantal leden [ 25/02/02/01/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/02/02/01/02 ]
         -    Splitsing [ 25/02/02/01/03 ]
         -    Congruentie onderwerp - persoonsvorm [ 25/02/02/01/04 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 25/02/02/02 ]
-    Nevenschikking met het voegwoord noch [ 25/03 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 25/03/01 ]
   -    Vorm [ 25/03/02 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 25/03/02/01 ]
         -    Aantal leden [ 25/03/02/01/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/03/02/01/02 ]
         -    Splitsing [ 25/03/02/01/03 ]
         -    Congruentie onderwerp - persoonsvorm [ 25/03/02/01/04 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 25/03/02/02 ]
         -    Aantal leden [ 25/03/02/02/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/03/02/02/02 ]
-    Nevenschikking met het voegwoord of (disjunctie) [ 25/04 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 25/04/01 ]
   -    Vorm [ 25/04/02 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 25/04/02/01 ]
         -    Aantal leden [ 25/04/02/01/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/04/02/01/02 ]
         -    Splitsing [ 25/04/02/01/03 ]
         -    Congruentie onderwerp - persoonsvorm [ 25/04/02/01/04 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 25/04/02/02 ]
         -    Aantal leden [ 25/04/02/02/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/04/02/02/02 ]
-    Nevenschikking met het voegwoord ofwel (dan wel, dan) [ 25/05 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 25/05/01 ]
   -    Vorm [ 25/05/02 ]
-    Nevenschikking met het voegwoord maar (doch) [ 25/06 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 25/06/01 ]
      -    Grondbetekenis [ 25/06/01/01 ]
      -    Verdelende tegenstelling [ 25/06/01/02 ]
      -    Distantiërende tegenstelling [ 25/06/01/03 ]
      -    Vervangende tegenstelling [ 25/06/01/04 ]
   -    Vorm [ 25/06/02 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 25/06/02/01 ]
         -    Aantal leden [ 25/06/02/01/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/06/02/01/02 ]
         -    Splitsing [ 25/06/02/01/03 ]
         -    Congruentie onderwerp - persoonsvorm [ 25/06/02/01/04 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 25/06/02/02 ]
         -    Aantal leden [ 25/06/02/02/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/06/02/02/02 ]
-    Nevenschikking met de reeksvormer en-en [ 25/07 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 25/07/01 ]
   -    Vorm [ 25/07/02 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 25/07/02/01 ]
         -    Aantal leden [ 25/07/02/01/01 ]
         -    Splitsing [ 25/07/02/01/02 ]
         -    Congruentie onderwerp - persoonsvorm [ 25/07/02/01/03 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 25/07/02/02 ]
         -    Aantal leden [ 25/07/02/02/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/07/02/02/02 ]
-    Nevenschikking met de reeksvormer noch-noch [ 25/08 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 25/08/01 ]
   -    Vorm [ 25/08/02 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 25/08/02/01 ]
         -    Aantal leden [ 25/08/02/01/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/08/02/01/02 ]
         -    Splitsing [ 25/08/02/01/03 ]
         -    Congruentie onderwerp - persoonsvorm [ 25/08/02/01/04 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 25/08/02/02 ]
         -    Aantal leden [ 25/08/02/02/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/08/02/02/02 ]
-    Nevenschikking met de reeksvormers of-of en ofwel-ofwel [ 25/09 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 25/09/01 ]
   -    Vorm [ 25/09/02 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 25/09/02/01 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 25/09/02/02 ]
         -    Aantal leden [ 25/09/02/02/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/09/02/02/02 ]
-    Nevenschikking met de reeksvormer hetzij-hetzij (hetzij-of) [ 25/10 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 25/10/01 ]
   -    Vorm [ 25/10/02 ]
      -    Algemeen [ 25/10/02/01 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 25/10/02/02 ]
         -    Aantal leden [ 25/10/02/02/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/10/02/02/02 ]
         -    Splitsing [ 25/10/02/02/03 ]
         -    Congruentie onderwerp - persoonsvorm [ 25/10/02/02/04 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 25/10/02/03 ]
         -    Aantal leden [ 25/10/02/03/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/10/02/03/02 ]
-    Nevenschikking met de reeksvormer zowel-als [ 25/11 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 25/11/01 ]
   -    Vorm [ 25/11/02 ]
      -    Algemeen [ 25/11/02/01 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 25/11/02/02 ]
         -    Aantal leden [ 25/11/02/02/01 ]
         -    Plaatsing van de elementen van de reeksvormer [ 25/11/02/02/02 ]
         -    Splitsing [ 25/11/02/02/03 ]
         -    Congruentie onderwerp - persoonsvorm [ 25/11/02/02/04 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 25/11/02/03 ]
         -    Aantal leden [ 25/11/02/03/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/11/02/03/02 ]
-    Nevenschikking met de reeksvormers evenmin-als en zomin-als [ 25/12 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 25/12/01 ]
   -    Vorm [ 25/12/02 ]
      -    Algemeen [ 25/12/02/01 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 25/12/02/02 ]
         -    Aantal leden [ 25/12/02/02/01 ]
         -    Aard van de leden; plaatsing van de elementen van de reeksvormers [ 25/12/02/02/02 ]
         -    Splitsing [ 25/12/02/02/03 ]
         -    Congruentie onderwerp - persoonsvorm [ 25/12/02/02/04 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 25/12/02/03 ]
-    Nevenschikking zonder verbindingswoord (asyndeton) [ 25/13 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 25/13/01 ]
   -    Vorm [ 25/13/02 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 25/13/02/01 ]
         -    Aantal leden [ 25/13/02/01/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/13/02/01/02 ]
         -    Splitsing [ 25/13/02/01/03 ]
         -    Congruentie onderwerp - persoonsvorm [ 25/13/02/01/04 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 25/13/02/02 ]
         -    Aantal leden [ 25/13/02/02/01 ]
         -    Aard van de leden [ 25/13/02/02/02 ]


  Bijzondere vormen van nevenschikking


[ 26 ]
-    Nevenschikking met het voegwoord en [ 26/01 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 26/01/01 ]
      -    Conditionele aaneenschakeling [ 26/01/01/01 ]
      -    Commentariërende aaneenschakeling [ 26/01/01/02 ]
      -    Inleidende aaneenschakeling [ 26/01/01/03 ]
      -    Additieve aaneenschakeling [ 26/01/01/04 ]
      -    Intensiverende aaneenschakeling [ 26/01/01/05 ]
   -    Vorm [ 26/01/02 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 26/01/02/01 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 26/01/02/02 ]
-    Nevenschikking met het voegwoord of [ 26/02 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 26/02/01 ]
      -    Inleiding [ 26/02/01/01 ]
      -    Exclusieve disjuncties: het eerste lid noemt de negatieve voorwaarde voor het tweede (inhoudelijk) [ 26/02/01/02 ]
      -    Exclusieve disjuncties: het tweede lid noemt de negatieve voorwaarde voor het eerste (beschouwd als uitspraak of inhoudelijk) [ 26/02/01/03 ]
         -    Beschouwd als uitspraak [ 26/02/01/03/01 ]
         -    Inhoudelijk [ 26/02/01/03/02 ]
      -    Niet-exclusieve disjuncties: het tweede lid is een herformulering van het eerste [ 26/02/01/04 ]
   -    Vorm [ 26/02/02 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 26/02/02/01 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 26/02/02/02 ]
         -    Zinnen met voor-pv [ 26/02/02/02/01 ]
            -    Aantal leden [ 26/02/02/02/01/01 ]
            -    Aard van de leden [ 26/02/02/02/01/02 ]
         -    Zinnen met achter-pv [ 26/02/02/02/02 ]
-    Nevenschikking met het voegwoord maar (doch) [ 26/03 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 26/03/01 ]
      -    Het ene lid vormt een tegenstelling met het andere beschouwd als uitspraak [ 26/03/01/01 ]
      -    Het 'tweede lid' staat in contrast met context en/of situatie [ 26/03/01/02 ]
   -    Vorm [ 26/03/02 ]
-    Nevenschikking met het voegwoord want [ 26/04 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 26/04/01 ]
      -    Inleiding [ 26/04/01/01 ]
      -    Het eerste lid wordt verantwoord als uitspraak [ 26/04/01/02 ]
      -    Het eerste lid wordt verantwoord wat de zinsinhoud betreft [ 26/04/01/03 ]
   -    Vorm [ 26/04/02 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 26/04/02/01 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 26/04/02/02 ]
-    Nevenschikking met het voegwoord dus [ 26/05 ]
   -    Betekenis en gebruik [ 26/05/01 ]
      -    Inleiding [ 26/05/01/01 ]
      -    Het tweede lid is als uitspraak een gevolg van het eerste [ 26/05/01/02 ]
      -    Het tweede lid is inhoudelijk een gevolg van het eerste [ 26/05/01/03 ]
      -    Het 'tweede lid' is gevolgaanduidend ten opzichte van context en/of situatie [ 26/05/01/04 ]
   -    Vorm [ 26/05/02 ]
      -    Nevenschikking van constituenten [ 26/05/02/01 ]
      -    Nevenschikking van zinnen [ 26/05/02/02 ]
-    Nevenschikking zonder verbindingswoord [ 26/06 ]
-    Balansschikking [ 26/07 ]
   -    Inleiding [ 26/07/01 ]
   -    Betekenis [ 26/07/02 ]
   -    Vorm [ 26/07/03 ]


  De samentrekking


[ 27 ]
-    Algemene inleiding [ 27/01 ]
-    Samentrekking op woordniveau [ 27/02 ]
   -    Algemene regels [ 27/02/01 ]
   -    Samentrekking bij combinaties van afleidingen [ 27/02/02 ]
   -    Samentrekking bij combinaties van samenstellingen [ 27/02/03 ]
-    Samentrekking op woord- en constituentenniveau [ 27/03 ]
-    Samentrekking op constituentenniveau [ 27/04 ]
   -    Algemene regels [ 27/04/01 ]
   -    Samentrekking bij naamwoordelijke constituenten [ 27/04/02 ]
      -    Weglating van de kern, eventueel met elementen in de determinator, voor- of nabepalingen [ 27/04/02/01 ]
      -    Weglating van elementen in de determinator en/of voorbepalingen [ 27/04/02/02 ]
      -    Weglating van nabepalingen [ 27/04/02/03 ]
      -    Combinaties [ 27/04/02/04 ]
   -    Samentrekking bij voorzetselconstituenten [ 27/04/03 ]
   -    Samentrekking bij werkwoordelijke aanvullingen binnen werkwoordgroepen [ 27/04/04 ]
   -    Samentrekking in andere gevallen [ 27/04/05 ]
-    Samentrekking op zinsniveau [ 27/05 ]
   -    Algemene regels voor samentrekking op zinsniveau bij nevenschikkingen [ 27/05/01 ]
   -    Samentrekking bij nevenschikkingen van hoofdzinnen [ 27/05/02 ]
      -    Achterwaartse samentrekking [ 27/05/02/01 ]
      -    Voorwaartse samentrekking [ 27/05/02/02 ]
         -    Inleiding [ 27/05/02/02/01 ]
         -    Mogelijkheden [ 27/05/02/02/02 ]
            -    Weglating van het eerste zinsdeel [ 27/05/02/02/02/01 ]
            -    Weglating van het onderwerp bij inversie in het eerste lid [ 27/05/02/02/02/02 ]
            -    Weglating van de persoonsvorm [ 27/05/02/02/02/03 ]
            -    Weglating van het hele gezegde [ 27/05/02/02/02/04 ]
            -    Weglating van de persoonsvorm en een zinsdeel [ 27/05/02/02/02/05 ]
            -    Weglating van de persoonsvorm en een stuk van een zinsdeel [ 27/05/02/02/02/06 ]
            -    Weglating van drie of meer delen [ 27/05/02/02/02/07 ]
      -    Voorwaartse en achterwaartse samentrekking [ 27/05/02/03 ]
   -    Samentrekking bij nevenschikkingen van bijzinnen [ 27/05/03 ]
      -    Inleiding [ 27/05/03/01 ]
      -    Achterwaartse samentrekking [ 27/05/03/02 ]
      -    Voorwaartse samentrekking [ 27/05/03/03 ]
         -    Inleiding [ 27/05/03/03/01 ]
         -    Mogelijkheden [ 27/05/03/03/02 ]
            -    Weglating van het inleidende woord [ 27/05/03/03/02/01 ]
            -    Weglating van (onderwerp en) gezegde [ 27/05/03/03/02/02 ]
            -    Weglating van het inleidende element en een niet-werkwoordelijk zinsdeel [ 27/05/03/03/02/03 ]
            -    Weglating van het inleidende element en het gezegde [ 27/05/03/03/02/04 ]
            -    Weglating van het inleidende element en een stuk van een zinsdeel [ 27/05/03/03/02/05 ]
            -    Weglating van drie of meer delen [ 27/05/03/03/02/06 ]
      -    Voorwaartse en achterwaartse samentrekking [ 27/05/03/04 ]
   -    Samentrekking bij samengestelde zinnen [ 27/05/04 ]


  Modaliteit


[ 28 ]
-    Algemene inleiding [ 28/01 ]
-    Soorten modaliteit [ 28/02 ]
   -    Inleiding [ 28/02/01 ]
   -    Gevoelsmodaliteiten [ 28/02/02 ]
   -    Verstandsmodaliteiten [ 28/02/03 ]
      -    Niet-werkelijkheidsmodaliteiten [ 28/02/03/01 ]
      -    (On)zekerheidsmodaliteiten [ 28/02/03/02 ]
-    Manieren om modaliteit tot uitdrukking te brengen [ 28/03 ]
   -    Inleiding [ 28/03/01 ]
   -    Hulpwerkwoorden van modaliteit [ 28/03/02 ]
   -    Modale functies van werkwoordstijden [ 28/03/03 ]
      -    Inleiding [ 28/03/03/01 ]
      -    Het imperfectum en het plusquamperfectum en hun pendanten in een conditionele zin [ 28/03/03/02 ]
         -    Het gebruik van het imperfectum en het plusquamperfectum [ 28/03/03/02/01 ]
         -    Het gebruik van het futurum praeteriti (zou(den) + infinitief) en het futurum exactum praeteriti (zou(den) + hebben/zijn + voltooid deelwoord) [ 28/03/03/02/02 ]
      -    Het imperfectum en het plusquamperfectum na als (zin met inversie) en na alsof of of [ 28/03/03/03 ]
      -    Het imperfectum en het plusquamperfectum bij werkwoorden die 'denken' of 'zeggen' betekenen [ 28/03/03/04 ]
      -    Het plusquamperfectum bij de werkwoorden kunnen, moeten,(be)horen,(niet) hoeven, mogen en willen met een werkwoordelijke aanvulling [ 28/03/03/05 ]
      -    Het imperfectum en het plusquamperfectum ter uitdrukking van een wens [ 28/03/03/06 ]
      -    Het imperfectum en het plusquamperfectum ter uitdrukking van voorzichtigheidsmodaliteit [ 28/03/03/07 ]
   -    Modale functies van de conjunctief en van de imperatief [ 28/03/04 ]
      -    De conjunctief [ 28/03/04/01 ]
      -    De imperatief [ 28/03/04/02 ]
   -    Modale werkwoordelijke en naamwoordelijke gezegdes [ 28/03/05 ]
      -    Werkwoordelijke gezegdes [ 28/03/05/01 ]
      -    Naamwoordelijke gezegdes [ 28/03/05/02 ]
   -    Bepalingen van modaliteit [ 28/03/06 ]
   -    De ethische datief [ 28/03/07 ]


  Negatie


[ 29 ]
-    Algemene inleiding [ 29/01 ]
-    Taalelementen die als negatie-element gebruikt kunnen worden [ 29/02 ]
   -    Voorvoegsels als negatie-element [ 29/02/01 ]
      -    Werkwoorden [ 29/02/01/01 ]
      -    Substantieven [ 29/02/01/02 ]
      -    Adjectieven [ 29/02/01/03 ]
   -    Constituenten als negatie-element [ 29/02/02 ]
-    Verplichte ontkenning [ 29/03 ]
-    Versmelting [ 29/04 ]
   -    Algemeen [ 29/04/01 ]
   -    Niet een en geen [ 29/04/02 ]
   -    Niet iemand en niemand;niet iets en niets [ 29/04/03 ]


  Aspectualiteit


[ 30 ]
-    Algemene inleiding [ 30/01 ]
-    Een verdeling in aspectuele klassen [ 30/02 ]
   -    Puntgebeurens en eindpuntgebeurens [ 30/02/01 ]
      -    Puntgebeurens [ 30/02/01/01 ]
      -    Eindpuntgebeurens [ 30/02/01/02 ]
      -    Het verschil tussen puntgebeurens en eindpuntgebeurens [ 30/02/01/03 ]
   -    Activiteiten [ 30/02/02 ]
   -    Toestanden [ 30/02/03 ]
-    De manier waarop aspectualiteit wordt uitgedrukt [ 30/03 ]
   -    Inleiding [ 30/03/01 ]
   -    De rol van de werkwoordelijke constituent bij het uitdrukken van aspectualiteit [ 30/03/02 ]
      -    Het werkwoord [ 30/03/02/01 ]
      -    De voorwerpen [ 30/03/02/02 ]
      -    Resultatieve complementen [ 30/03/02/03 ]
      -    De bepaling van frequentie [ 30/03/02/04 ]
      -    Vaste verbindingen [ 30/03/02/05 ]
   -    De rol van het onderwerp bij het uitdrukken van aspectualiteit [ 30/03/03 ]
   -    Aspectualiteit met betrekking tot tijdsbepalingen [ 30/03/04 ]
Algemene Nederlandse Spraakkunst 2
Registers  Literatuur
De bepaling van frequentie
 
[ 30·3·2·4 ]
 
Ook de bepaling van frequentie kan een terminatief aspect aan een zin toevoegen. Vergelijk:

(1a) (Lotte) trok de bolderkar. (duratief)
(1b) (Lotte) trok de bolderkar tweemaal. (terminatief)

De werkwoordelijke constituent in (1a) geeft een activiteit weer. Hoewel het gespecificeerd is ten aanzien van de kwantiteit, limiteert het voorwerp de bolderkar niet de activiteit die door het werkwoord wordt uitgedrukt. Het gebeuren heeft zodoende geen inherent eindpunt. We kunnen urenlang een bolderkar trekken. Het optreden van de bepaling van frequentie in (1b) markeert echter wel een eindpunt. De bepaling geeft namelijk aan dat de situatie die door de zin wordt uitgedrukt, zich tweemaal heeft voorgedaan en voegt op die manier een terminatief aspect aan de zin toe. Wanneer we deze zin derhalve combineren met de bepaling van duur urenlang, zoals in (2b), levert dit een geforceerde herhalingslezing op die in (2a) niet aanwezig is, omdat het binnenaspect hier duratief is (zie ).

(2a) (Lotte) trok de bolderkar urenlang. (duratief)
(2b) (Lotte) trok de bolderkar tweemaal urenlang. (herhalingslezing)


 
vorige pagina De voor dit onderdeel gebruikte literatuur volgende pagina