Gebruik
 
[ 22·3·3 ]
 
Uit het onpersoonlijke passief spreekt het duidelijkst de functie van het passief om de handeling of het gebeuren op zichzelf centraal te stellen. Het logisch onderwerp kan niet worden uitgedrukt of hoeft niet vermeld te worden, bijv. omdat het onbepaald of zeer algemeen is (zie ). Dergelijke constructies corresponderen dan vaak ook maar in theorie met een actieve zin die als onderwerp men, ze of de mensen heeft. Soms is een actieve pendant uitgesloten , bijv. bij:

(1) Er wordt gebeld.

Deze zin heeft de waarde van 'de bel gaat'.
     Een voorbeeld van een onpersoonlijk passief is verder de laatste zin uit het volgende stukje tekst:

(2) (Het lijkt zo vredig tussen de waterviolieren. Maar onder water is rust onbekend.) Daar wordt koortsachtig geleefd en gestorven.

Het proces van leven en dood staat hier op de voorgrond. Opmerkelijk is verder dat hier weliswaar levende wezens maar geen menselijke wezens geïmpliceerd zijn (vergelijk ).
     Een enkele keer treedt in onpersoonlijke passieve zinnen toch een door-bepaling op, bijv.:

(3) Er wordt blijkbaar weer druk gedanst door de Nijmegenaren.

Het logisch onderwerp is op die manier weer expliciet vermeld, bijv. terwille van de duidelijkheid ('er wordt weer druk gedanst, met name door de Nijmegenaren'). De keuze tussen actief en passief wordt dan opnieuw bepaald door het verschil in informatieve structuur.
 
vorige pagina De voor dit onderdeel gebruikte literatuur volgende pagina