Zinnen met een uitroepend voornaamwoord
 
[ 23·5·2·1 ]
 
We kunnen een viertal types onderscheiden. We volstaan hier met het geven van een of meer voorbeelden van elk type en verwijzen verder naar , waar de uitroepende voornaamwoorden, het bijwoord hoe dat wat kan vervangen, en de grammaticale eigenschappen van de betrokken zinnen behandeld worden. De bedoelde types zijn:

[1]  volledige of onvolledige zinnen met een naamwoordelijke constituent ingeleid door wat/welk een of wat al, bijv.:

(1) Wat een stof ligt hier!
(2) Wat een boeken heb jij, zeg!
(3) Wat al banaliteit!   <formeel>
(4) Welk een dwaasheid!   <formeel>



[2]  volledige of onvolledige zinnen met een adjectivische constituent ingeleid door wat/hoe, bijv.:

(5) Wat vond ik dat mooi!
(6) Wat stom!
(7) Hoe leuk om te horen!   <formeel>



[3]  volledige zinnen met wat + een werkwoordelijk gezegde, bijv.:

(8) Wat heb ik geslapen!



[4]  onvolledige zinnen met een naamwoordelijke constituent ingeleid door zo'n/zulke, bijv.:

(9) Zo'n idioot!
(10) Zulke klieren!



 
vorige pagina De voor dit onderdeel gebruikte literatuur volgende pagina