|
|
Het voorvoegsel ge-
|
[ 12·2·1·3·4 ]
|
|
Enkele werkwoorden beginnen met het duidelijk als voorvoegsel herkenbare
onbeklemtoonde ge-, dat niet productief is. Bij
gebruiken,
geloven,
genieten,
geschieden
bestaat geen basiswerkwoord zonder ge-, bij
(ge)leiden,
(ge)lukken,
(ge)raken
zijn de vormen met ge- alleen gangbaar in
formeel
of
regionaal
(met name Belgisch Nederlands) taalgebruik.
|
|
|
|