Datief
 
[ 3·4·2 ]
 
Het substantief kent in zeer beperkte mate een vorm op -e, die datief genoemd wordt en alleen voorkomt in vaste uitdrukkingen. Als zodanig zijn bijv. te beschouwen:

in den beginne, in koelen bloede, om den brode, heden ten dage, van (ganser) harte, uit hoofde van, van goeden huize, ten huize van, ten enen male, bij monde van, ten onrechte, te bestemder plaatse, met voorbedachten rade, te rade gaan bij, ten tijde van, te allen tijde, met dien verstande

.
 
vorige pagina De voor dit onderdeel gebruikte literatuur volgende pagina