Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
29.2 Het bereik van negatie
Het bereik van negatie is datgene waarop het negatie-element betrekking heeft. Negatie kan betrekking hebben op (de inhoud van) een hele zin (1), maar ook op een deel ervan (2):
1Het regent niet.  Het is niet zo dat het regent.
2Ik bedoel niet de groene auto (maar de rode).
In het eerste geval zeggen we dat niet bereik heeft over de hele zin (zinsbereik of wijd bereik). We spreken dan van zinsnegatie of zinsontkenning. In het tweede geval zeggen we dat niet bereik heeft over de constituent de groene auto (klein bereik). We spreken dan van partiële negatie of gedeeltelijke ontkenning. Bij morfologische ontkenning ten slotte heeft het negatie-element bereik over een woord: onfatsoenlijk, niet-gelovigen, zoutloos.
Twee soorten niet?
Verdieping
Twee soorten niet?
Paardekooper betoogt dat niet in niet ... maar constructies als in (2) een ander woord is dan het gewone niet, met als voornaamste argument dat dit niet het voorkomen van negatief-polaire uitdrukkingen niet mogelijk maakt, getuige de ongrammaticaliteit van zinnen als *Ik hoef niet de groene maar de rode auto te poetsen.
Verder lezen
Bereik bij partiële negatie
Het bereik bij partiële negatie is het gemakkelijkst te demonstreren aan de hand van zogenaamde correctiezinnen, waarin tegenover het ontkende element iets anders geplaatst wordt:
3aNiet Bártje wou de bruine bonen opeten, maar zijn broertje. (bereik: Bartje)
bBartje wou de bruine bónen niet opeten, maar de pudding. (bereik: de bruine bonen)
cBartje wou niet de bruine bónen opeten, maar de limonade opdrinken. (bereik: de bruine bonen opeten)
dBartje wou niet de brúine bonen opeten, maar de witte bonen. (bereik: bruine)
eBartje wou de bruine bonen niet ópeten, hij wou er maar een paar hapjes van eten. (bereik: op-)
Bereik beperkt zich niet tot negatie, maar komt bijvoorbeeld ook voor bij kwantificerende uitdrukkingen als alle kinderen. Waarom dit punt hier? Als je het wilt behouden, dan ook uitleggen wat kwantificerende en modale uitdrukkingen zijn. Of expliciet voorbeelden bespreken. Je zegt nu bijvoorbeeld niet dat alle een kwantificerende uitdrukking is. In (4) staat alle kinderen in het bereik van niet, maar in (5) is dit precies omgekeerd: daar staat niet ziek in het bereik van alle kinderen.En wat betekent dat precies, dit verschil in bereik? Ik vind (4) trouwens heel gek. Is dat om te zeggen 'Alle kinderen zijn gezond'?
4Niet alle kinderen zijn ziek.  Het is niet zo dat alle kinderen ziek zijn.
5Alle kinderen zijn niet ziek.  Voor alle kinderen geldt dat ze niet ziek zijn.
Negatie en zinspositie
Bereik correspondeert in veel gevallen met 'gaat vooraf aan en staat in de buurt van', maar dat is niet noodzakelijk: in (6) heeft de negatie niet in het midden van de zin bereik over het onderwerp een oplossing op de eerste zinspositie:Ik zou zeggen zinsnegatie, want 'Het is niet zo dat er een oplossing te vinden was'?
6Een oplossing was niet te vinden.  Er was geen oplossing te vinden.
Er is hier dus geen simpel verband tussen zinsvorm en interpretatie. Een vergelijkbaar geval is (7), waar alle hout aan het begin van de zin in het bereik staat van de negatie die deel uitmaakt van de constituent geen timmerhout achteraan.Ik begrijp (6) ook niet! Is dat een uitdrukking? Ik kom 'm in het corpus hedendaags nederlands 2x tegen. Verder zijn er helemaal geen relevant zinnen met 'Alle ... is geen ...'. Is er niet een meer doorsneevoorbeeld om dit punt te illustreren?
7Alle hout is geen timmerhout.  Niet alle hout is timmerhout, m.a.w., niet alles is hetzelfde, niet iedereen is overal even geschikt voor.
De mogelijkheid dat een negatie bereik kan hebben over een constituent links ervan, maar dat niet per se hoeft, kan leiden tot al of niet bedoelde dubbelzinnigheid (ambiguïteit):Als je dit uitspreekt, zijn ze vormelijk ook verschillend: eerste lezing Ik kan óók niet zwemmen, tweede lezing Ik kan ook níet zwemmen. En er is ook nog de lezing 'Een andere vaardigheid die ik niet heb is zwemmen' Ik kan ook niet zwémmen
8Ik kan ook niet zwemmen.
I) 'Ook voor mij geldt dat ik niet in staat ben om te zwemmen.' ('ik kan' in het bereik van 'niet')
II) 'Ook bestaat de mogelijkheid dat ik niet ga zwemmen.' ('niet' in het bereik van 'ik kan')
In dergelijke gevallen kan intonatie de dubbelzinnigheid opheffen: Ik kan óók niet zwemmen vs. Ik kan ook níet zwemmen.
Hoeven en moeten
Aan de hand van bereik valt ook het betekenisverschil tussen de werkwoorden hoeven en moeten uit te leggen:
9aJe hoeft niet te komen.  Het is niet noodzakelijk dat je komt.
!bJe moet niet komen.  Het is noodzakelijk dat je niet komt.
Hoeven in (9a) staat in het bereik van niet, terwijl de rol van niet bij (9b) juist omgedraaid is: niet staat hier in het bereik van moeten. Beide werkwoorden noemen we polaire uitdrukkingen: hoeven is een negatief-polaire uitdrukking en moet in het bereik van een negatie staan. Moeten daarentegen is (in het Nederlandse Nederlands) een positief-polaire uitdrukking en kan niet in het bereik van een negatie staan. Daar moet meteen bij aangestipt dat voor veel sprekers van het Nederlands in België en Suriname moeten niet positief-polair is. Voor zulke sprekers is (9b) ambigu tussen de lezingen ‘het is niet noodzakelijk dat je komt’ en ’het is noodzakelijk dat je niet komt’, waarbij die eerste lezing zelfs de meest gewone kan zijn. Zie ook 29.5 Polaire uitdrukkingen en verplichte ontkenning.
Negatie in ingebedde zinnen
In het voorbeeld hieronder staat het negatie-element niet in de ingebedde zin dat de maan niet van groene kaas gemaakt is:
10Ik beweer dat de maan niet van groene kaas gemaakt is.
In dit voorbeeld kan niet geen bereik hebben over de gehele zin (de matrixzin) Ik beweer dat .... Dit betekent dat (8) niet gebruikt kan worden voor de betekenis ik beweer niet dat de maan van groene kaas gemaakt is. Omgekeerd zijn er wel werkwoorden en predicaten waarbij de negatie weliswaar in de matrixzin staat, maar juist betrekking kan hebben op de ingebedde zin. De vaktermen hiervoor zijn negative raising of negative transport:
11Ik denk niet dat ik kom.  ik denk dat ik niet kom (beleefde variant).
12Ik heb niet het idee dat we opschieten.  Ik heb het idee dat we niet opschieten.
13Ik hoop niet dat het regent.  Ik hoop dat het niet regent.
De varianten met de negatie in de matrixzin zijn over het algemeen indirecter, beleefder, minder cru dan die waarin de negatie in de bijzin staat.
Bij predicaten die negative raising toelaten, kan een negatie in de hoofdzin een negatief-polaire uitdrukking zoals hoeven, ook maar of een zier in de bijzin mogelijk maken:
iIk denk niet dat je hoeft te komen.
iiWe hopen niet dat er ook maar iets gebeurt.
iiiWe hebben niet het idee dat het hun een zier kan schelen.
Niet alle taalgebruikers accepteren al deze voorbeelden.
Literatuur
Van der Wouden (2002), Horn (1985)Paardekooper (1981)Laurence Horn: Negation , Hoeksema (2017), Gajewski (2007)Collins (2014), Rullmann (1995), Seuren (1976), Giannakidou (2017), De Swart (2000), Bylinina (2018)
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 T. van der Wouden januari 2021
    Interessante links