Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
12.4.2.3.3.d Met een van oorsprong uitheems substantief als grondwoord
Verder lezen
Met het onbeklemtoonde achtervoegsel -isch, uitgesproken als ies, worden van van oorsprong niet-Nederlandse, veelal 'geleerde' woorden, adjectieven afgeleid als:
agogisch, algebraïsch, automatisch, despotisch, dialectisch, organisch, telefonisch, vulkanisch.
Gewoonlijk valt een deel van het grondwoord weg: bij woorden op -ie, -iek, -ica of op sjwa, komt -isch daarvoor in de plaats, bijv.
historisch, ironisch, melodisch, filologisch ; ethisch, romantisch, semantisch; esthetisch, logisch; typisch.
Een vorming op basis van een Nederlands woord is afgodisch. Een afwijkende vorm is kameleontisch (van kameleon), evenals het van een eigennaam afgeleide napoleontisch.
Het achtervoegsel -isch draagt niet zelf het woordaccent, maar trekt dit in de regel wel naar de aan -isch voorafgaande lettergreep toe, vergelijk bijv. agitátor - agitatórisch (met verandering in de klinker), álfabet (ook wel: alfabét) - alfabétisch (met verandering in de klinker), álgebra - algebráïsch, álcohol - alcohólisch (met verandering in de klinker), próza - prozáïsch.
Volgens dit type worden onder meer heel wat adjectieven gevormd van substantieven op -ist(e), bijv. calvinistisch, communistisch, feministisch, naturalistisch, zionistisch en dergelijke, en naar analogie hiervan: arbeideristisch (allemaal woorden die als pendant een substantief op -isme hebben: feminisme, naturalisme, enzovoort). Verder (zonder pendant op -isme) onder andere anglistisch, humoristisch, publicistisch, renaissancistisch, solistisch. Voor de overeenkomstige substantieven zie(12.3.1.4.iii.9) (12.3.1.4.vii.7).
Naast het achtervoegsel -isch komt in een reeks ontleende woorden het klemtoon dragende -iek voor, bijv. canoniek, energiek, numeriek, periodiek, tiranniek. Soms bestaan de twee vormen naast elkaar, gewoonlijk met een betekenisverschil c.q. -nuance of een verschil in gebruikssfeer:
apostolisch - apostoliek (weinig gebruikelijk);
cholerisch - choleriek;
elektrisch - elektriek (verouderd of regionaal (in België));
fysisch 'betrekking hebbend op de natuur' - fysiek'lichamelijk', bijv. in: fysieke uitputting);
generisch - generiek;
juridisch - juridiek (weinig gebruikelijk);
komisch - komiek (minder verfijnd);
kritisch 'beoordelend; betrekking hebbend op de kritiek' - kritiek 'ernstig, hachelijk, gevaarlijk', bijv. een kritiek ogenblik; maar ook in deze betekenis: kritische temperatuur, kritische massa en andere);
logistisch'betrekking hebbend op de mathematische logica' - logistiek'met betrekking tot de logistiek';
melancholisch - melancholiek;
metallisch (vooral in scheikunde en natuurkunde gebruikelijk) - metalliek;
metrisch'met betrekking tot het metrum, de metriek' - metriek (in: het metrieke stelsel);
mystischalleen in de betekenis 'geheimzinnig, raadselachtig' - mystiek'betrekking hebbend op de mystiek';
organisch - organiek (in: organieke wetten, de organieke getalsterkte);
symbolisch - symboliek (weinig gebruikelijk).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links