Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
Functies van achterzetselconstituenten
  • Achterzetsels roepen altijd het idee van een pad op, terwijl locatieve voorzetsels (bijv. op, in) puur een plaats uitdrukken
    • Pad vs. plaats:
      • Bijv. Op een gegeven moment liep een supporter het veld op.
        • waarin de supporter zich beweegt van bij de rand van het veld naar een plek op het veld
      • Bijv. De scheidsrechter slofte rond op het veld.
        • waarin de scheidsrechter zich al op het veld bevindt
  • In sommige gevallen is het verschil minder duidelijk: zo lijkt er geen verschil te zijn tussen de achterzetselconstituent in Hij stapte de lift in en drukte op de knop voor de begane grond en de voorzetselconstituent in Hij stapte in de lift en drukte op de knop voor de begane grond. Toch is er een subtiel verschil dat duidelijk wordt in het volgende voorbeeld:
    • Pad vs. eindpunt:
      • Bijv. Je stapt er steeds vaker in de hondenpoep / en niet: de hondenpoep in.
        • waarin de voorzetselconstituent (in de hondenpoep) het eindpunt aanduidt van een klein gedeelte (nl. de voet) van de referent van het onderwerp (je); op het einde van de beweging is er de hondenpoep.
        • een achterzetselconstituent (de hondenpoep in) die de beweging / het pad uitdrukt van de referent van het onderwerp (je) is hier niet mogelijk, behalve als de hondenpoep zo groot zou zijn dat de persoon er helemaal in verdwijnt.
  • Bij routevoorzetsels (bijv. over, door) drukt een voorzetselconstituent mogelijk maar een deel van een pad uit, terwijl een achterzetselconstituent altijd het gehele pad uitdrukt:
    • Geheel pad vs. gedeeltelijk pad:
      • Bijv. Ik liep de gang door en ging naar buiten.
        • waarin een pad beschreven wordt dat het hele referentieobject beslaat, namelijk van het ene eind van de gang naar het andere.
      • Bijv. Ik liep door de gang toen ik mijn ex-collega zag staan.
        • waarin de referent van het onderwerp (ik) niet noodzakelijk van het ene naar het andere eind van de gang loopt.
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0
    Interessante links