Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
Functies van locatieve voorzetsels
Constituenten met locatieve voorzetsels als kern kunnen verschillende functies vervullen:
  • Locatieve voorzetsels in een bijwoordelijke bepaling van plaats
    • geven aan waar iets of iemand zich bevindt
      • Bijv. Het boek ligt op de tafel.
      • Bijv. Jan zit aan de keukentafel.
    • of waar iets zich afspeelt
      • Bijv. De politie speurde met honden bij de rivier.
  • Locatieve voorzetsels in een bijwoordelijke bepaling van richting
    • geven de locatie aan waar iemand of iets belandt
      • Bijv. De kat sprong op de stoel.
      • Bijv. De man viel in het water.
    • door de context, o.a. de gebruikte werkwoorden (springen, vallen), begrijpen we de locatie als het eindpunt van de beweging
  • Locatieve voorzetsels in een bijwoordelijke bepaling van tijd
    • situeren een gebeurtenis op een bepaald punt in de tijd of binnen de grenzen van een bepaalde periode
      • Bijv. In de zomer gaan ze verhuizen.
      • Bijv. Ze liggen ’s avonds niet voor twaalf uur in bed.
      • Bijv. De leerlingen hebben vakantie tussen kerst en nieuwjaar.
      • Bijv. Op zondag gaat zij naar de kerk.
      • Bijv. Binnen twee weken moet deze opdracht worden ingediend.
      • Bijv. Ouders plannen nu al vaak reizen buiten de schoolvakanties.
  • Locatieve voorzetsels in andere bijwoordelijke bepalingen
    • bijvoorbeeld bepalingen die een omstandigheid uitdrukken:
      • Bijv. Bij helder weer zijn er vallende sterren te zien.
      • Bijv. We verwachten dat we er in goed overleg uit zullen komen.
  • Locatieve voorzetsels in een voorzetselvoorwerp
    • vaste voorzetsels bij een werkwoord kunnen de kern van een voorzetselvoorwerp (ook wel voorzetselobject genoemd) zijn
      • Bijv. Ik moest tien dagen wachten op de uitslag.
      • Bijv. Ze denkt aan een opleiding in Nederland.
      • Bijv. Flink zweten hoort bij deze sport.
    • waarin het voorzetsel de relatie aangeeft tussen het werkwoord en het complement van het voorzetsel
  • Locatieve voorzetsels in een meewerkend voorwerp
    • de locatieve voorzetsels aan en voor komen voor als kern in constituenten die als meewerkend voorwerp fungeren
      • Bijv. De koningin gaf haar juwelen aan haar hofdame.
      • Bijv. Toen kocht ik voor mijn vriendin chocolade.
  • Locatieve voorzetsels in zinsdeelstukken
    • locatieve voorzetsels komen ook vaak voor in (bijvoeglijke) nabepalingen bij een zelfstandig naamwoord
    • de voorzetselconstituent beschrijft dan de plaats van die- of datgene waar het zelfstandig naamwoord naar verwijst
      • Bijv. de cameraman op het podium
      • Bijv. het zeewater voor de kust
      • Bijv. de golfbaan naast het hotel
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0
    Interessante links