Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
Wat is een adpositie?
  • Een adpositie of zetsel is een (verbindings-)woord (of woordgroep) dat gebruikt wordt om de relatie tussen twee referenten in een zin aan te duiden.
  • Meestal zijn die referenten zelfstandige naamwoorden / naamwoordgroepen of voornaamwoorden (nominale constituent).
  • Eén van die referenten vormt het complement van de adpositie: dat is een naamwoordgroep waarvan een zelfstandig naamwoord of een voornaamwoord de kern vormt, en die een nauwe verbinding aangaat met het zetsel (Zie paragraaf 17.1 voor een overzicht van mogelijke complementen in een adpositieconstituent.)
Verder lezen
Kenmerken
In de voorbeelden hieronder staat de adpositie telkens schuingedrukt en is het complement onderstreept:
1aOp zaterdag gaat hij altijd naar huis.
bHij rijdt in zijn auto het bos in.
cZe liep onder de ladder door.
dHij gaf dat boek gisteren aan mij.
De voorbeelden hierboven laten zien dat:
  • de plaats van de adpositie ten opzichte van zijn complement kan verschillen:
    • vóór het complement (op zaterdag, naar huis, in zijn auto)
    • na het complement (het bos in)
    • om het complement heen (onder de ladder door)
  • de betekenis die wordt uitgedrukt door de adpositie kan verschillen:
    • soms wordt een tijdstip (temporele relatie) uitgedrukt, zoals op zaterdag,
    • soms wordt een plaats (locatieve relatie) aangegeven, zoals in zijn auto,
    • en soms wordt een richting uitgedrukt (directionele relatie), zoals naar huis, het bos in, of onder de ladder door.
  • de kern van het complement kan verschillen:
    • het kan een zelfstandig naamwoord zijn, al of niet met een lidwoord of bezittelijk voornaamwoord, zoals naar huis, onder de ladder door, in zijn auto,
    • of een persoonlijk voornaamwoord, zoals aan mij;
  • als het complement van een adpositie een persoonlijk voornaamwoord is, dat voornaamwoord in de niet-onderwerpsvorm staat: aan mij en niet aan ik.
Soorten zetsels
Er kunnen verschillende soorten adposities worden onderscheiden, waarbij de plaats van de adpositie ten opzichte van zijn complement een belangrijke factor is. We onderscheiden de volgende 6 soorten adposities:
  1. voorzetsels (synoniem: preposities)
    Voorzetsels staan vóór hun complement, bijvoorbeeld:
    2aHun grote tafel stond tegen het raam.
    bVanwege het grote succes werd de show elk jaar opgevoerd.
    cHij werd binnengelaten door zijn tante.
  2. achterzetsels (synoniem: postposities)
    Achterzetsels staan achter hun complement, bijvoorbeeld:
    3aElke dag fietst hij de brug over.
    bDe leraar kwam de klas in.
    cJe kunt er het hele jaar door van de zon genieten.
  3. omzetsels (synoniem: circumposities)
    Omzetsels zijn combinaties van twee of meer adposities die om het complement heen staan, d.w.z. gedeeltelijk vóór en gedeeltelijk achter het complement, bijvoorbeeld:
    4aDe rook verspreidde zich in snel tempo door de kamers heen.
    bLeiden ligt tussen Den Haag en Amsterdam in.
    cOp een drupje regen na is het droog.
  4. voorzetseluitdrukkingen
    Voorzetseluitdrukkingen zijn vaste combinaties van een voorzetsel + een zelfstandig naamwoord + een voorzetsel die in hun geheel vóór het complement staan, bijvoorbeeld:
    5aZe werd toegelaten op basis van haar motivatie en muzikaal talent.
    bMet uitzondering van de laatstejaars gingen alle leerlingen toen naar huis.
  5. Adposities met een voornaamwoordelijk bijwoord als complement
    Het complement van een adpositie kan ook een voornaamwoordelijk bijwoord zijn, namelijk: er, hier, daar, waar, ergens, nergens en overal. Deze voornaamwoordelijke bijwoorden staan vóór de adpositie, ofwel direct (zoals in (a)-(c)), ofwel met een of meerdere woorden ertussen (zoals in (d)). Er, hier, daar en waar worden aaneengeschreven met de adpositie als die er direct op volgt:
    6aWat doet de overheid eraan?
    bDit is een huis waarin je moet leren leven.
    cHij reageert nergens op.
    dZe hebben daar gisteren over geleerd.
  6. Adposities zonder complement (synoniem: intransitieve / onovergankelijke adposities, partikels)
    Sommige adposities kunnen zonder complement voorkomen. Soms kun je er dan een complement bij denken (bijv. het complement je hoofd in (a)), maar soms ook niet:
    7aZet je hoed op.
    bBinnen ruikt het muf.
    cDat onzekere gevoel is eindelijk voorbij.
    dIk lag de hele nacht wakker met het licht aan.
    eIk heb tijdens de examenreis veel geld uitgegeven.
    fOp de grond lag een matras om op te slapen.
    Een bijzondere soort zijn de adposities die het eerste deel vormen van een scheidbaar samengesteld werkwoord zoals tegen in tegenhouden (en ook de adposities in voorbeelden (a) en (e)). Door sommige taalkundigen wordt enkel voor deze adposities ook wel de term ‘partikels’ gebruikt.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Kathy Rys maart 2021 Samenvatting voor het onderwijs
    Interessante links