Voltooid deelwoord op -en, zonder klinkerverandering
 
[ 2·3·5·2·1 ]
 

infinitief imperfectum enkelvoud voltooid deelwoord
bakken bakte gebakken
bannen bande gebannen
barsten barstte gebarsten
braden braadde gebraden
* brouwen (= 'bier maken') brouwde gebrouwen
heten heette geheten
hoeven hoefde gehoefd
gehoeven
* lachen lachte gelachen
laden laadde geladen
* malen ('fijn maken') maalde gemalen
scheiden scheidde gescheiden
spannen spande gespannen
spouwen spouwde gespouwen
verbannen verbande verbannen
vouwen vouwde gevouwen
wassen ('reinigen') waste gewassen
weven weefde geweven
zouten zoutte gezouten


 
vorige pagina De voor dit onderdeel gebruikte literatuur volgende pagina